Afscheidspraatje voor Jan Bakker
Vandaag nemen we afscheid van een heer van stand. Een
onmiskenbare persoonlijkheid. Met zijn sonore stemgeluid, weloverwogen
woordkeuze en fenomenale geheugen wekte Jan bewondering en vertrouwen bij hen
die er voor openstonden. Hij was een autoriteit op het gebied van ziektes, medicijnen
en het functioneren van het menselijke lichaam. Zijn analytisch en onderzoekend
vermogen, gepaard aan zijn grote kennis, die hij zichzelf grotendeels door
autodidactisch onderzoek had verworven, dwong diep respect af, zelfs bij de
medici die hem de afgelopen anderhalf jaar begeleid hebben in zijn niet te
winnen strijd. Maar voor wie verder keek, was Jan vooral heel aimabel.
Voordat Jan je bij hem toeliet, moest je wel eerst zijn
vertrouwen winnen. Daar moest je wat voor doen. Zo hebben wij elkaar pas leren
kennen na het overlijden van onze gezamenlijke vriend Huub Hacking. Samen met
Huub was ik begonnen met een voetreis van Aken naar Rome, ieder jaar enkele
etappes. Jan Tielemans en Jan Bakker besloten de tocht in zijn naam voort te
zetten. Na afloop van de tocht vertelde hij me dat hij in eerste instantie grote
moeite met me had gehad, vooral vanwege mijn voornaam die dezelfde is als zijn
goede vriend Huub. Pas na enige tijd gezamenlijk optrekken en na veel serieuze
gesprekken, veel lachen en de nodige wandelontberingen stelde hij zich voor me open.
En dat is zo gebleven tot zijn dood.
Hij heeft helaas het vorige jaar en dit jaar niet mee kunnen
wandelen. In zijn plaats is Bertine meegegaan en daarmee virtueel ook Jan. Hij
wilde persé op de hoogte blijven van waar wij waren en wat we meegemaakt
hadden; geen woord over zijn eigen gezondheid. Hij genoot als wij genoten en
genieten kon hij. Dat was ook al zo tijdens die laatste wandeling samen met
hem. Toen we eindelijk na drie vermoeiende wandeldagen bij het eindpunt waren
aangekomen, maakte ik een foto van hem, breeduit lachend en heel ontspannend
poserend, met zijn hand aan de paal van het naambordje van de gemeente … Pech! En
pech heeft hij gehad. Voluit een strijd aangaan met de bedoeling die te winnen,
een lange ongelijke en pijnlijke strijd, maar die bij nader inzien toch niet te
winnen viel. Dat is pech hebben. Maar hij had ook geluk. Geluk omdat hij
liefdevol verzorgd en omringd werd door Bertine en zijn kinderen.
Zijn humor bleef hij tot het laatste moment gebruiken als middel
om het anderen niet te moeilijk te maken. Bij ons afscheid vorige week, toen ik
al bij de deur stond, stak hij nog één keer zijn hand omhoog, grijnsde een
beetje en zei:’Huub, tot in de Engelenburcht!”.
Jan, mede namens die andere Jan: tot in de Engelenburcht!
Jan was niet zo erg gelovig. Maar als er dan tussen hemel en
aarde misschien toch iets zou mogen zijn dan zou ik willen zeggen tegen
hierboven: “Zet de poort maar wagenwijd open, want er komt ’n hele goeie aan.”
Jan, adieu!
