Translate

16 september 2013

Zevende etappe: van Sinsheim naar Böblingen (di. 10 sept. - za. 14 sept. 2013)


Dinsdag 10 september 2013
We zijn er weer klaar voor: de 7e etappe van Aken naar Rome, met: Bertine Verboom, Jan Tielemans en Huub Kurstjens. Rond 10 uur vertrek ik (Huub) met een 10 kilo zware rugzak met de bus van Druten naar Nijmegen. Daar neem ik de trein naar Eindhoven waar ik om 12 uur heb afgesproken met Jan en Bertine. Bertine heeft een Engelse vriend bij zich, Barry, die met de camper voor het station staat en haar hond meeneemt. Daarna stappen we in de auto van Jan en rijden we naar Sinsheim, waar we het vorig jaar geëindigd zijn. Het lijkt alsof er geen jaar voorbij gegaan is; de sfeer en de gesprekken zijn weer als vanouds. Als we na vijven in Sinsheim aankomen, wil Jan nog even naar een Volvo V70 kijken die ergens te koop staat. Als we hem zo bezig zien, lijkt hij net een echte autodealer.




 











Daarna gaan we naar pension Rath waar we een 3-persoonskamer hebben gereserveerd.

















Tot onze verrassing komen we nóg twee Nederlanders tegen die met een voettocht naar Rome bezig zijn: Jan, de Elfstedenschaatser uit Harlingen, en Douwe, de predikant uit Leeuwarden. Zij wandelen al twee weken, gewapend met alleen een kompas! Zij wijzen ons ook op een vereniging in Nederland die ieder jaar in Houten in de maand november een bijeenkomst organiseert voor hun ongeveer 300 leden: de ‘Vereniging pelgrimswegen naar Rome’ (http://www.pelgrimswegen.nl/). Ze staan vlak voor hun pensioen en ze genieten met volle teugen, dat is te zien. Gesprekken over het leven en het geloof bepalen hun wandelingen. Bij ons overheerst vooral de bourgondische inslag: genieten van het leven. We gaan, net als de Friezen, een hapje eten bij de Griek en bereiden ons geestelijk voor op de vier wandeldagen die komen gaan. Als de worsteling van Jan met zijn regenjas symbool staat voor deze etappe, dan staat ons nog wat te wachten.








 

































Woensdag 11 september 2013

Als we om half acht opstaan en naar buiten kijken, zien we dat het miezert. Jammer van de eerste wandeldag, maar niet getreurd. Het ontbijt is goed en we zijn er klaar voor. Nog even de tanden poetsen, maar … het water is afgesloten, er is een leiding stuk. De mond vol tandpasta en een toilet dat niet doorgespoeld kan worden zijn de voortekenen van ons overhaaste vertrek. We lopen Sinsheim-Steinfurt uit, met rechts van ons het openlucht vliegtuigmuseum en het Rhein-Neckar stadion van voetbalclub Hoffenheim (zie ook het verslag van vorig jaar).



















We nemen het fietspad naar Reihen en van daaruit naar Ittlingen, waar we op een triest marktpleintje koffie drinken onder een grote boom. Op weg naar Richen komen we een oudere man tegen op een tractor die graag even een praatje wil maken. Dat is voor Jan niet tegen dovemansoren gezegd en al gauw gaat het gesprek over de wandeltocht en tractoren. Verderop komen we langs het pad pruimenbomen tegen waar we gretig gebruik van maken.

















In de wat grotere plaats Eppingen (met een Palmbräu-brouwerij) drinken we koffie in een café-restaurant.


















Het is gestopt met regenen, maar het blijft zwaar bewolkt. De temperatuur is overigens goed: prima wandelweer! We gaan een bosrijke heuvel op, de eerste flinke klim van dit jaar. Bij het plaatsje Niederhofen rusten we uit en nemen in een armoedig winkeltje (de enige winkel van het dorpje) wat brood en een lekkere koek.





















Drie kilometer verderop ligt al het einddoel voor vandaag: Kleingartach.  Daar overnachten we in café-restaurant ‘Bobo’, een bijnaam van de eigenaar. Zijn Schwäbische dialect is bijna onverstaanbaar. Aardige mensen en behulpzaam, maar alles in het gebouw stinkt naar rook. ’s Avonds na het eten komt de kroegeigenaar er even bijzitten. Het gesprek gaat over auto’s, de kroeg, de economie en onze wandeling natuurlijk. Na de nodige pinten bier gaan we slapen. Jan en ik in een kamer, Bertine op een andere kamer. Ze klaagt de volgende dag steen en been over de kotsgeur die daar hing en waar ze onpasselijk van werd (en die haar gedurende de rest van de wandeling niet meer los liet …).





 













Vandaag 23 km. gewandeld. In totaal: 532 km.

Donderdag 12 september 2013

We moeten de vrouw van de kroegeigenaar wekken door hard op haar slaapkamerdeur te bonzen. Een slaperige stem roept dat ze opstaat en voor het ontbijt gaat zorgen. Na het ontbijt gaat Jan afrekenen en ik zie aan zijn ogen dat hij nog iets wil ‘scoren’, en jawel hoor, hij komt terug met drie kleine portemonneetjes van café ‘Bobo’! Buiten miezert het als we op pad gaan. We nemen snel de afslag van het fietspad, het weide landschap in. Duitsland heeft de laatste jaren veel geïnvesteerd in fietspaden en bewegwijzering en daar profiteren wij nu van. Een vrouw met twee honden wijst ons de kortste weg naar Güglingen.



















Daar drinken we een kop koffie in de plaatselijke bakkerij en raken aan de praat met een serveerster die oorspronkelijk uit Kosovo (Pristina) kwam, maar 20 jaar geleden naar Duitsland emigreerde. Ze spreekt voortreffelijk Duits en is goed geïntegreerd. We vervolgen onze reis naar het grootste obstakel voor vandaag: de flinke heuvel achter Eibensbach. Tijdens de beklimming voorzien we ons eerst van de nodige druiven langs de kant van de weg, maar als het echt steil wordt in de bossen wordt het menens. Op 379 m. hoogte komen we uit bij de ruïne van Blankenhorn (http://de.wikipedia.org/wiki/Burg_Blankenhorn_(Eibensbach)). De burcht is rond 1220/1230 gebouwd in opdracht van de heer Von Neuffen, behorend tot een ministeriaal geslacht van de … Staufen! Jawel hoor, daar heb je hem weer. Deze heer stond in dienst van Frederik II!

























Hierna nemen we enkele verkeerde beslissingen. Als eerste nemen we een lange, houten trap naar beneden het bos in, de zogenaamde ‘Himmelsleiter’. De trap is door de regen spekglad geworden en het duurt niet lang of ik glij uit. Gelukkig maar één trede …






















Onderaan blijken we uitgekomen te zijn vlakbij de plaats waar we de beklimming begonnen: Eibensbach. Opnieuw naar boven dus, maar nu langs een ander bospad. Bovenaan blijkt de weg slecht aangegeven te zijn en opnieuw lopen we twee keer de verkeerde kant uit. Uiteindelijk geeft het kompas de doorslag: gewoon naar het zuiden lopen. Na een tijdje wandelen door het bos barst er een enorme regenbui los en kunnen we net op tijd schuilen in een boshutje. We moeten echter verder en na een lange pauze besluiten we de regenkleding en poncho’s weer aan te trekken en het pad te vervolgen, slalommend en zigzaggend, door plassen lopend naar beneden, waar we uiteindelijk in Hohenhaslach aankomen.
























Het is inmiddels droog geworden en we nemen in Weinstube ‘Wengerthäusle’ een lekkere warme soep. We moeten nog 4-5 km. over de gewone weg naar Sersheim, niet de leukste weg, maar wel de kortste. Rond 17.30 uur komen we moe maar voldaan aan bij Gästehaus Mettertal. Het blijkt een groot, nieuw gebouw te zijn bij het industrieterrein en het geeft ook onderdak aan supermarkt Penny. De eigenaar (en ook de bouwer van het hele complex!) is een goedmoedige ouwe baas van 76 jaar, Ernst. Hij wijst ons de weg naar onze kamer en praat honderduit. Tijdens de bouwwerkzaamheden heeft hij een val gemaakt en zijn gehoor beschadigd, waardoor hij nu met een soort sensor op de gehoorzenuw moet ‘horen’. Hij vindt het geweldig even een praatje aan te knopen (zijn vrouw is vijf jaar geleden overleden en zijn beide zonen wonen niet meer bij hem). Na even op bed gelegen te hebben, lopen we naar bar-restaurant ‘Da Angelina’ om een ‘Italiaanse’ maaltijd te nuttigen. De rest van de avond hebben we gezellig gekletst over literatuur en vakantie.




 













Vandaag 28 km. gewandeld. In totaal: 560 km.

Vrijdag 13 september 2013

Het heeft vannacht veel geregend, maar als wij opstaan is het droog. Het is ideaal wandelweer! We zetten onze rugzakken even bij Ernst in het kantoor neer en nuttigen bij de bakkersafdeling van de supermarkt het ontbijt. Daarna worden we vrolijk uitgezwaaid door de goedgehumeurde oude baas.


















We vertrekken vanuit Sersheim richting Oberriexingen, een oude Romeinse stad gelegen aan de Enz. Na de regen van gisteren is het stroompje een onstuimige stroom geworden. We wandelen een stukje langs de kleiige oever, steken dan de straat over en volgen het fietspad de heuvel op richting het dorpje Pulverdingen.





















Bijna bovenaan ontmoeten we twee mannen die op een aangelegd grasveldje met modelvliegtuigjes spelen. Eén van de twee speelt met een helikopter en naar eigen zeggen is dat de moeilijkste categorie van de vliegtuigjes. De vereniging telt 60 leden en heeft zelfs een eigen clubhonk.


















Vanaf het plateau hebben we een weids uitzicht over de omgeving. We snijden wat paden af omdat we onze volgende bestemming nu van verre al kunnen zien liggen: Schönbühlhof. Daar nemen we buiten op het binnenhofje van een café-restaurant een ‘Pot Kaffee’. Binnen is een feestje aan de gang van een stel dat net (allebei voor de tweede keer) getrouwd is. Beurtelings komen ze naar buiten om een sigaretje te roken en een gesprekje met ons aan te gaan. De bruid vindt het prachtig en gaat met ieder van ons op de foto. We beloven over tien jaar terug te komen om te kijken of het huwelijk stand heeft gehouden. Daarna worden we uitgezwaaid als we weer verder gaan.


















Inmiddels begint mijn rechter kleine teen op te spelen. Naar later blijkt zit hij klem en heb ik mijn eerste blarenpleister nodig. Het fietspad naar Hemmingen loopt door een mooi glooiend landschap, maar de grote weg daarna naar Schöckingen is weer gevaarlijk en niet leuk. Onderweg zijn overal verkiezingsborden te zien voor de Bundestagwahlen van volgende week zondag. In Hirschlanden gaan we bij supermarkt Netto naar de bakkersafdeling, waar we door een alleraardigste verkoopster geholpen worden. Ik hoor haar tegen een klant Italiaans praten. Ze blijkt uit de omgeving van Foggia afkomstig te zijn (Staufergebied!). Het laatste stuk naar Leonberg is even op de tanden bijten, maar rond 17 uur zitten we dan op een terras in de Altstadt, in Gasthaus ‘Schwarzer Adler’, met als embleem, jawel, de dubbelkoppige Stauferadelaar! Het blijkt het oudste gebouw van de stad te zijn, gebouwd rond 1200. Ik neem een bierviltje als aandenken mee. De ober blijkt uit Kleef afkomstig te zijn, twintig jaar geleden zijn liefje volgend naar Leonberg. Hij volgt nog altijd aandachtig de verrichtingen van NEC, maar ja, die staan nu laatste in de competitie …




























Jan heeft ondertussen de eigenaar van het dichtbij gelegen Gästehaus Sonne te pakken kunnen krijgen en gelukkig kunnen we daar terecht. Het is een prima en betaalbaar adres. Na het douchen en het dutje gaan we de Altstadt even verkennen. Er is één prachtig plein met allemaal mooie Fachwerkhäuser. We wandelen een rondje en gaan dan een hapje eten bij de ‘Schwarze Adler’. De man uit Kleef is er niet meer, maar wel een Servische man met donkere huidkleur en lange zwarte haren. Hij is 41 jaar, zijn 14-jarige zoon Tadzje (?) (=geluk) zit ook in de zaak en speelt met zijn ipod. Na de avondmaaltijd raken we in een geanimeerd gesprek met vader en zoon (we zijn de enige gasten). Het gezin woont in Stuttgart, in een klein onderkomen, hij met zijn zoon, vrouw en 6-jarige dochter. Ook zij zijn zo’n 15 jaar geleden vanuit Servië naar Duitsland gegaan. De jongen spreekt zowel vloeiend Duits als Servisch en vertelt aan Jan hoe hij het op school vindt. Het eindigt met een gezamenlijke foto en een slivovitsj! Alweer een geslaagde, leuke dag!







 













Vandaag 26 km. gewandeld. In totaal: 586 km.

Zaterdag 14 september 2013

De laatste wandeldag is aangebroken. De wekker gaat zoals gebruikelijk om 7.30 uur. Rond 8 uur staan we gepakt en gezakt bij de bakker in de binnenstad van Leonberg voor ons ontbijt. Daarna gaat het dwars door de stad heen naar het zuiden, bij Eltingen over de drukke autoweg van Karlsruhe-Stuttgart.


















Een flinke klim over een bosrijke heuvel, waar tussen de bomen en langs de paden allemaal gedichten in steen zijn aangebracht, brengt ons bij het dorp Warmbronn. Bij de bakker eten we iets lekkers en drinken we koffie. Zoals gebruikelijk hebben we snel aanspraak, eerst van een winkeljuffrouw, later van een wat oudere man. Crisis? Daar merken we hier niets van. De auto-industrie van Mercedes-Benz, Audi en Porsche draait als een tierelier. Niets aan de hand hier, integendeel! Het is ook te merken aan de bouwactiviteiten en de huizenmarkt. Dit deel van Duitsland is de economische motor van het land, ja, van Europa! Kom daar in Nederland eens om!























Door opnieuw een bosachtig gebied komen we uiteindelijk in de plaats Sindelfingen aan, eindplaats van onze wandeling dit jaar. Het is opnieuw gaan miezeren; je voelt de herfst naderen. Via het centrum van de stad komen we bij het busstation aan. De bus brengt ons naar het treinstation van Böblingen. Daar nemen we de trein naar Stuttgart en van daar uit gaan we weer terug naar Sinsheim, waar onze auto staat. In de trein rijken we elkaar een gouden (chocolade)medaille uit voor de prestatie van dit jaar.



















Bij het station vlak voor Sinsheim stappen we uit, maar we lopen de verkeerde richting uit, vlak langs het Rhein-Neckar stadion. Een alleraardigste Duitser, die met een grote auto tankt bij een tankstation, neemt ons mee. Hij wandelt samen met zijn vrouw ook verre afstanden, zoals naar Santiago di Compostella en naar Finistère in Bretagne. Hij begrijpt ons! Keurig zet hij ons af bij de auto. Het is nog geen 17 uur. We besluiten niet te overnachten in Sinsheim, maar om direct terug te rijden naar huis. Na 21.30 zijn we in Eindhoven en rond 22.30 uur ben ik in Nijmegen, waar Elly met de auto klaar staat bij het station. We halen Femke in Wychen op en rond 23.30 uur zijn we alweer thuis. Zo snel gaat het, zo snel is het alweer voorbij. We hebben nu alweer zin om volgend jaar verder te gaan. De Bodensee komt in zicht. En ergens daarachter ligt Rome …

Vandaag 17 km. gewandeld. In totaal: 603 km.