Translate

15 september 2021

Vijftiende etappe: van Bologna naar Fiesole/Florence (ma 6 - zo 12 sept. 2021)

In meerdere opzichten is 2021 een bijzonder jaar. Het is het vijftiende jaar van de wandeling naar Rome, het is het jaar waarin ik 65 ben geworden én het is het jaar waarin ik met (pre)pensioen ga. Een soort jubeljaar dus. Maar ook een vreemd jaar, niet alleen vanwege corona. Het is het jaar waarin ik na meer dan 40 dienstjaren afscheid neem van het arbeidzame leven. Het besef dringt langzaam door dat het onherroepelijk ook de laatste levensfase is. Het klinkt nogal pathetisch, maar het hoeft niet noodzakelijkerwijs zo dramatisch te zijn als het klinkt. Het geeft ook weer mogelijkheden voor nieuwe uitdagingen. Eén van die uitdagingen is natuurlijk de jarenlange wandeltocht naar Rome, met dit keer een klassieker: van Bologna naar Florence, over de Apennijnen. De route heet Via degli Dei (de Godenweg), zo geheten omdat menige bergtop genoemd is naar een oude Romeinse god. (zie ook: Godenweg/Via degli dei: https://www.infosasso.it/laviadeglidei). Die goden zijn wel nodig, want elk jaar dringt zich nadrukkelijker de vraag op of ik conditioneel nog wel in staat ben tot een dergelijke prestatie. Ook al train ik al maandenlang elke dag, door bergen lopen is toch wat anders dan door het vlakke land van Maas en Waal. Maar het einddoel begint te lonken! Tweehonderd jaar geleden was te voet of te paard de enige mogelijkheid om je te verplaatsen, nu zou je in een paar uur tijd kunnen vliegen naar de eindbestemming. Dat is veel minder avontuurlijk. En wandelen is nu eenmaal gezond, dus enige inspanning gelardeerd met een vleugje romantiek is mij niet vreemd. Dat moet Caspar David Friedrich (1774-1840), een Duits schilder en tekenaar uit de periode van de romantiek, ook gedacht hebben toen hij het prachtige schilderij ‘de wandelaar boven de nevelen’ (1817) maakte. Daarin verbeeldt hij de symboliek van de levensreis: de afgebeelde persoon blikt terug op de afgelegde weg of kijkt uit over de weg die nog voor hem ligt. Het is een metafoor voor het leven als een onheilspellende reis naar het onbekende. Wel zo toepasselijk in dit kroonjaar.
Het is een heel beroemd schilderij en er zijn veel moderne variaties op gemaakt, zoals dit schilderij waarbij de wandelaar een bekeuring krijgt omdat hij de coronaregels heeft overtreden.
Of deze, waarbij het lijkt alsof de wereld in brand staat.
Genoeg stof om over na te denken dus.

Zondag 5 september 2021

Op zaterdag en op zondagochtend wordt er gepast en gemeten om te kijken of ik alles mee kan krijgen en of het gewicht van de rugzak wel acceptabel is. Elly brengt mij met de auto naar het station in Wychen, waar ik de trein neem naar Den Bosch en vervolgens naar Eindhoven.
Daar staat Bertine met een bevriend echtpaar (Otto en Anja) klaar met de auto. Vervolgens gaan we Jan ophalen in Waalre. Hij staat al klaar met zijn rugzak. We zwaaien Els uit en rijden naar vliegveld Eindhoven.
Vlak voordat we daar aankomen, belt Els op: Jan heeft zijn telefoon thuis laten liggen! Niet onbelangrijk, want we zijn via zijn telefoon ingecheckt! Als een gek scheren we terug naar Waalre, enkele verkeersregels niet helemaal in acht nemend. Gelukkig komen we nog op tijd aan.
Het vliegtuig vertrekt om 18.55 uur en we landen om 20.35 uur in Bologna, dat op dit uur van de dag nog steeds zindert van de hitte. Overdag is het hier 30 graden, ideaal wandelweertje dus … Een taxi brengt ons naar BenB Portasaragozza, in de Viale Carlo Pepoli 26, vlakbij het beginpunt van de route. De taxichauffeur is alleraardigst. Als hij hoort dat wij de Via degli Dei (de Godenweg) gaan lopen, geeft hij aan dat hij die in het verleden ook gewandeld heeft en het geweldig gevonden heeft. Daarna volgen enkele goedbedoelde tips voor onderweg. Via een steegje komen we lopend bij ons onderkomen aan. Als we aanbellen, gaat er op de derde verdieping een lampje aan en steekt een oudere mevrouw verbaasd haar hoofd uit het raam. Ze had ons niet verwacht. Achteraf blijkt dat ik geen bevestiging gestuurd heb van de reservering. Gelukkig is er wel plaats, alleen moet ze de bedden nog opmaken. Ondertussen gaan wij vast op zoek naar een restaurantje voor een pasta. We lopen onder de poort van Porta Saragozza door, ons vertrekpunt morgen. Bij bar-restaurant Celest Ale gaan we lekker buiten op straat zitten, want de temperatuur is heel aangenaam.
We worden bediend door een Afghaanse jongen wiens familie nog in Afghanistan zit. Het lijkt ons verschrikkelijk daar, nu de Taliban de macht hebben overgenomen. Drie pasta’s en een heerlijke fles witte wijn (Verdicchio dei castelli di Jesi!) later, zit de stemming er goed in. De eigenaar van het restaurant is een knappe, aardige Italiaan van middelbare leeftijd met een knotje in zijn haar. Bertine heeft er al gelijk een oogje op. Hij schenkt ons na afloop van de maaltijd een zelfgemaakte wodka in. En nog een en nog een. We zijn al aardig teut, nog voordat we een stap gezet hebben. Bij terugkomst in de BenB zijn de bedden inderdaad opgemaakt en rollen we moe maar tevreden het bed in. It giet oan!
Maandag 6 september 2021: Bologna – Prati di Mugnano (Sasso Marconi)

Rond 7.15 uur worden we wakker, nog vóórdat de wekker gaat. Het is warm in de slaapkamer. We rommelen wat aan tot we tegen 8 uur aan het ontbijt zitten in de woonkamer. De hele tafel staat vol met zoetigheden, maar daar bovenop krijgen we ook nog een soort Engels ontbijt: worstjes, spek en gebakken eieren. We rekenen af en ontvangen een stempel voor onze credenziale, de pelgrimspas, bedoeld voor de Via degli Dei, nog vóórdat we één stap gezet hebben.
Buiten is het prachtig weer: zonnig en rond de 28 graden. Dan begint het echte werk: de wandeling over de Apennijnen. Trouw volgen we het boekje: loop onder de poort door van de Porta Saragozza.
Na 2 km beginnen we te twijfelen: doen we het wel goed? We zien geen enkele aanwijzing naar de portico om naar San Luca te lopen. We krijgen eerder de indruk dat we naar het centrum lopen. En dat laatste blijkt te kloppen. Het boekje geeft een aanwijzing VANUIT het centrum, maar wij zaten in onze BenB al ACHTER de poort, dus we hoefden niet meer onder de Porta Saragozza door te lopen! Kortom: de eerste 4 km hebben we een stadwandeling door het centrum van Bologna gemaakt. Ook leuk, want van alles te zien, maar niet de bedoeling.
Als we weer bij de Porta Saragozza zijn, vinden we al snel de goede weg. We lopen nu 4 km onder de portico door. Die bestaat uit 666 bogen en kronkelt zijn weg naar boven, op de heuvel, waar de Santuario della Madonna di San Luca staat, korter gezegd: de basiliek van San Luca. De basiliek is gebouwd omdat een pelgrim in de 12e eeuw een beeld van de heilige maagd Maria uit de Hagia Sofia in het toenmalige Constantinopel (nu: Istanbul) heeft meegenomen en daar moest natuurlijk een kerk voor gebouwd worden. Het wordt onze eerste beproeving. De wandeling ernaar toe begint vlak, maar daarna volgt een steile klim met talloos veel trappen. De heuvel is 250 meter hoog en trapje voor trapje klimmen we naar boven. Er lijkt geen eind aan te komen. Het is de eerste heuvel van vele die ons over de Apennijnen nog te wachten staan en onze knieën beginnen al te knikken. Vlak voor we de top bereiken, raken we in gesprek met een aardige 75-jarige Italiaan. Hij complimenteert ons met onze inspanningen en spreekt ons moed in voor het vervolg. Hij zou ook wel lange afstanden willen lopen, maar dat zal wel altijd een droom blijven. Wij praten op hem in: je kunt ook dromen werkelijkheid laten worden door het gewoon te doen! Dat is hij met ons eens, maar je ziet aan zijn gezicht dat hij het niet gaat doen (en misschien weet hij beter dan wij wat ons nog te wachten staat …).
Puffend en hijgend komen we dan eindelijk met onze rugzakken boven aan. Een stempel voor onze credenziale in de basiliek is onze beloning. We lopen aan de andere kant weer naar beneden om op een bankje even bij te komen. Vervolgens lopen we een klein stukje door naar pizzeria Vito a San Luca, de enige uitspanning in de buurt waar je even koffie kunt drinken. Het is er weliswaar één grote kermis daar, maar je kunt er ook even bijkomen en je opmaken voor het vervolg van de wandeltocht.
Inmiddels hebben we ook de eerste bewegwijzering van de Via degli Dei gezien: een rood-wit bordje met de letters VD er op. Die moeten we volgen tot Florence (deo volente). Het begin is een kruisweg, de Sentiero dei Bregoli. Het pad loopt steil en glad naar beneden. Als het regent ga je gegarandeerd onderuit. Wandelstokken of nordic walking stokken zijn aan te bevelen. Aan het eind van het pad, in Casalecchio, ligt rechts de rood gekleurde Sint Martinuskerk. We lopen links het Parco della Chiusa, een met bomen omzoomd pad, in. Het is een 19e-eeuws park, genoemd naar een grote sluis verderop. Het park wordt ook wel Parco Talon genoemd, naar de resten van de villa die eigendom was van markies Talon Sampieri. De villa was een belangrijk cultureel centrum waar o.a. Donizetti en Rossini concerten gaven en waar de Franse schrijver Stendhal graag kwam. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het een Duits hoofdkwartier en werd het herhaaldelijk gebombardeerd, maar daarna niet meer hersteld.Ondertussen krijg ik gezelschap van een Italiaan met wie ik al wandelend een gezellig gesprek voer. Hij lijkt precies op Marlon Brando uit de Godfather. Als wij op een bankje zitten te pauzeren, wil hij wel een foto van ons maken. Daarna draait hij op zijn sandalen weer de andere kant op en loopt al zwaaiend terug.
Een lange, eindeloze weg volgt door bossen en struiken langs de oever van de rivier de Reno. Soms is het landschap vlak, soms geaccidenteerd. Het is erg druk met andere wandelaars. Het wandelpad schijnt dit jaar vanwege corona een goed vakantiealternatief te zijn. We klimmen nog een stukje en kijken dan uit over een bocht van de Reno. Volgens Google-maps zouden we nu ongeveer op het eind van ons wandelpad voor vandaag moeten zijn, maar mooi niet dus. Na contact met de eigenaren van de BenB blijkt het nog ongeveer drie kwartier wandelen te zijn.
De laatste kilometers zijn erg steil en zwaar, zeker voor een lange, eerste dag als deze. BenB Prati di Mugnano ligt bovenop een heuvel, met een mooi uitzicht. We krijgen gelijk bij aankomst een biertje gepresenteerd! That’s the spirit! Opa en oma Marchi passen op hun kleinkind, die in de kruiwagen in slaap is gevallen. Terwijl Jan en Bertine zich terugtrekken voor een wasje en een dutje, knoop ik een gesprek met hen aan in het Italiaans. Hun zoon en dochter zijn allebei niet thuis omdat ze moeten werken in Bologna, zodat opa en oma voor het kleinkind (dochter van hun zoon) zorgen en de gasten ontvangen. Een tijdje later komt de zoon thuis. Samen met zijn vader gaan ze pizza’s voor ons halen. Ze kijken hun ogen uit als Jan voor zichzelf een pizza voor vier personen bestelt. Tijdens het verorberen van de pizza’s komt ook de Nederlandse politiek ter sprake. We zijn het erover eens dat het een zooitje geworden is. Nederland is hard bezig een schurkenstaat te worden waar de onderwereld en de maffia vrij spel heeft en de rijke bovenwereld hebberig huizen koopt omdat ze er zogenaamd ‘hard voor gewerkt hebben’ of gewoon omdat ze gewiekst omgaan met hun geld. Jongeren en armeren zijn de dupe. Het verschil tussen de ‘haves’ en de ‘have-nots’ gaat onherroepelijk in de komende jaren tot grote sociale spanningen leiden. Met dank aan het neoliberalisme. Enfin, dan is wandelen een goede uitlaatklep om van alles even afstand te nemen. Welterusten dus.
Vandaag gewandeld: 20 km

Totaal: 1547 km

Dinsdag 7 september: Prati di Mugnano (Sasso Marconi) – Monzuno

Een lange nacht gehad, maar matig geslapen, waarschijnlijk door teveel indrukken en teveel fysieke inspanningen. Het ontbijt staat buiten al voor ons klaar op de tafel. Opnieuw is het een mooie, zonnige dag. Vol goede moed gaan we op pad. Het wordt gelijk vanaf de start klimmen, maar het pad is goed begaanbaar. Hoe hoger we komen, hoe mooier het uitzicht. Tussen de bomen door zien we af en toe achterom kijkend de markante groene koepel van de San Luca in Bologna. Maar niet voor lang meer. Onderweg is er af en toe een waterkraan, want je zweet wat af tijdens het klimmen en dalen.
We houden een koffiepauze bij de botanische tuin Nova Arbora, tevens een BenB. De eigenaresse, Donatella, slooft zich elke dag uit om voor maximaal 20 wandelaars onderdak te verlenen én te koken. Daarnaast houdt zij de biologische tuin bij én maakt zij veel fruit en groente in. Kortom: een mooi plekje in de bossen, maar niet om van een rustige, oude dag te genieten …

We vervolgen onze weg, dat wil in ons geval zeggen opnieuw klimmen. We wandelen langs het Centro Tutela Fauna, een opvangcentrum voor exotische dieren, maar we zien ze niet. Alleen een paard wordt geaaid. Bij een afslag van het pad ontmoeten we enkele Italiaanse meisjes die elkaar gevonden hebben en gezamenlijk het pad bewandelen. Een gezellig gesprek volgt, inclusief een foto. Dat roept thuis de nodige reacties op: hoe kom je aan die drie dames? Mijn antwoord: het hadden er ook vijf of zes kunnen zijn, maar die waren er niet. We zijn ze de dagen erna nog diverse keren tegengekomen.

Het boekje meldt dat er een route-afwijking genomen kan worden langs de Monte Adone, maar dat zegt ons niet zoveel, dus we vervolgen onze weg. De Monte Adone is genoemd naar de god Adonis, omdat volgens een legende de schoonheid van deze god net zo overweldigend was als de beklimming van de berg. Dat hebben we geweten! Hij is 654 hoog en alleen te bereiken door een smal, steil, slingerend pad, gevaarlijk dicht langs een afgrond. De van zand en steen gemaakte trappen die er zijn aangebracht, kennen een hogere opstap dan gebruikelijk en zijn dus boven je macht, zeker met een rugzak van 9 kilo. Al snel begin je hevig te hijgen en te transpireren en in mijn geval krijg ik last van zwabbervoeten, als gevolg van mijn polyneuropathie. Ik moet diverse keren stoppen en me vasthouden aan bomen en struiken. Het is gewoon een gevaarlijk pad. Hoe moet het wel niet zijn als het hier regent? Uiteindelijk komen we met heel veel moeite boven aan en genieten we van het mooie uitzicht. Op de top staat een kruis als teken van het hoogste punt. Er ligt ook een boek waar je je naam kunt in zetten. Jan heeft nog puf, dus die doet dat voor ons.

Daarna vindt de afdaling plaats, opnieuw langs een steil, slingerend pad. Als we op een verharde weg uitkomen, zijn we niet ver af van het dorpje Brento. Het wandelboekje belooft ons heerlijke verse pasta in restaurant Vecchia Trattoria Monte Adone, alleen … het is gesloten vanwege vakantie. We gaan op het terras zitten en eten daar onze zelf meegenomen broodjes en krentenbollen. Bij een waterkraan kunnen we onze flesjes vullen.

We vervolgen onze weg, maar nu over asfalt en onderlangs de Adone. Na een tijdje verlaten we de weg en nemen we een keienweg door een bos. Ook niet lekker wandelen. En klimmen natuurlijk weer! Dit pad komt weer op een geasfalteerde weg uit die ons uiteindelijk naar de plaats Monzuna moet leiden. Maar alle rampen komen samen op een dag, dus ook nu. We nemen een verkeerde afslag met rood-witte bordjes en belanden op een smal pad heuvelafwaarts. Na een tijdje besluiten we terug te gaan en de geasfalteerde weg weer op te zoeken die we nu niet meer verlaten. In het plaatsje Selve zoeken we een terrasje op en laven ons ieder aan twee blikken cola.
</
Daarna vindt de laatste etappe plaats. Het is 18.30 uur als we, opnieuw na een klim, onze overnachtingsplaats Monzuna bereiken. Het begint te schemeren en we zijn gesloopt. We hebben vandaag in 9-10 uur 23 km gewandeld, 1350 meter geklommen en 850 meter gedaald. Er zijn dagen waar we minder gedaan hebben. Gelukkig is de eigenaar van de BenB heel aardig en behulpzaam. Hij bezit ook een restaurant. We drinken eerst een biertje, gaan daarna naar onze kamer, douchen en slapen een beetje, Vervolgens genieten we van een lekkere maaltijd met karafjes witte en rode wijn. Buiten is de temperatuur nog aangenaam. Jan wil de eigenaar nog leren hoe je ‘Houdoe’ uitspreekt, maar dat blijkt voor deze Italiaan net iets te moeilijk. Tijd om naar bed te gaan en te recupereren. Oef, het was me het dagje wel!
:

Vandaag gewandeld: 23 km
totaal: 1570 km

Woensdag 8 september: Monzuno – Madonna dei Fornelli

We hebben alle drie slecht geslapen vannacht: onze lichamen waren onrustig en onze benen nog aan de wandel na de zware etappe van gisteren. Het was een van de zwaarste, zo niet de zwaarste etappe van de afgelopen 15 jaar. We ontbijten in een barretje schuin tegenover de overnachtingsplaats. Vandaag staat een relatief korte wandeling op het programma, maar opnieuw met veel klimwerk. Dat laatste merken we onmiddellijk als we het pad weer oppakken: klimmen, klimmen, klimmen. We ontmoeten weer veel wandelaars, zo ook mensen uit Toscane in de streek tussen Siena en Montalcino. Ze zijn verrast als ik hen vertel over Oris Origo en La Foce.

Opnieuw zijn er mooie, smalle, kronkelige bospaadjes. We komen langs het terrein van Il rifugio Viandante waar allerlei kunstwerken staan in het museumpark van Museo Parco d’Arte. Ondertussen komen we steeds hetzelfde Duitse meisje uit Berlijn tegen, Julia, die met eenvoudige gymschoenen deze wandeling doet. Zij heeft aansluiting gevonden bij twee Italiaanse jongens die de Via degli Dei lopen. Onder de kastanjebomen vindt de eerste pauze plaats, daarna klimmen we verder tot naar boven op de heuvel van de Monte Venere (Venus!) waar een grote televisietoren staat.

Het vervolgpad bestaat uit harde leemlagen afgewisseld met keien. Soms loopt het pad naar boven, soms naar beneden. Het pad over de heuvelrug levert prachtige vergezichten op. Bij agriturismo Le Croci rusten we even uit. Er is niemand. Toch gaan we maar even zitten en liggen, want veel banken en stoelen vind je onderweg niet. Het laatste deel van de tocht leidt ons naar Madonna dei Fornelli. Langs dit pad staan veel windmolens die je van heinde en verre kunt zien. De laatste kilometers volgen we een open zandpad dat slingerend naar beneden loopt. We komen Julia en de twee Italiaanse jongens weer tegen. Zij heeft last van haar voeten gekregen. Bertine helpt haar met een pijnverlichtend zalfje.

Als de zandweg overgaat in een geasfalteerde weg, is Madonna dei Fornelli te zien, het einddoel van vandaag. Bij de kerk, midden in het centrum, staat ook onze BenB. Maar eerst gaan we in het restaurant daar tegenover een lekkere pasta eten. Vandaag hebben we niet meer dan 11 km gewandeld, maar na de tocht van gisteren hebben we last van verzuurde benen. Daarom is het beter de rest van de dag rustig aan te doen. We lopen naar onze BenB: dai Romani, bestierd door Elisa. Eigenlijk is het meer een soort jeugdherberg. Onze kamer en natte cel zijn niet geweldig, maar de sfeer is relaxed en de ontvangst hartelijk. Elisa doet vrijwel alles in haar eentje: het beheer van de BenB, met gasten praten, zelf koken en dat alles voor een groep van ongeveer 35 mensen, waarvan er 20 in huis zitten en de rest in tentjes buiten in de tuin. Wij gaan ook in de tuin zitten, lekker lezen op een schommelbank, met een biertje erbij.

Om 19 uur is het tijd voor de avondmaaltijd. We zitten midden in een ruimte tussen allemaal Italianen. Aan de ene kant is een lange tafel waar een verjaardag gevierd wordt met de familie, aan de andere kant zit een iets kleinere groep. Elisa vraagt even om aandacht, slechts ‘due minuti’, nou dan weet je het wel bij Italianen, dat gaat langer duren. Zij legt uit wat wij te eten krijgen. Het zijn allemaal producten uit de streek, op de grens van Emilia Romagna en Toscane. Zo krijgen we kastanjes, worstjes, graan- en eiergerechten mét een verhaal. Ik vind dat ze dat op een heel knappe manier vertelt, in combinatie met de streekgeschiedenis en de vroegere aanwezigheid van de Romeinen hier (vandaar: BenB dai Romani!). We krijgen applaus van de aanwezigen als zij vertelt dat wij helemaal uit Nederland komen. Aan ons tafeltje vraagt ze wat we ervan gevonden hebben en we maken een leuke foto samen. Na het eten slenteren we nog even door het dorp, nemen een kijkje in de kerk (waar een pastoor vergeefs enkele aspirant misdienaars de mis probeert te lezen) en eindigen we op een terrasje met een glas wijn. Daarna gaan we op tijd naar bed, want morgen wordt weer een lange klimdag!

Vandaag gewandeld: 11 km
Totaal: 1581 km

Donderdag 9 september: Madonna dei Fornelli – Passo della Futa

Het ontbijt staat klaar tussen 7 en 8 uur, dus staan we vroeg op. Ik heb lekker geslapen. Volgens de anderen heb ik flink gesnurkt, maar daar heb ik niets van gemerkt. Het ontbijt stelt niet veel voor, maar de prijs voor de overnachting en het warme eten is er dan ook naar. Zo goedkoop is het tijdens de wandeling vrijwel niet geweest. We maken een afscheidsfoto samen met Elisa en lopen vervolgens voor de kerk langs het dorp uit.

En wat staat ons te wachten? Jawel, een klim van gelijk 400 meter. Gelukkig gaat ons dat nu beter af dan de vorige dagen. Onderweg komen we veel wandelaars tegen. En Romeinen, want er is een strada Romana met restanten en overblijfselen uit de Romeinse tijd, zoals de oude Romeinse weg Via Flaminia Militare, de oude legerweg van de Romeinen. Op de Pian di Balestra (de vlakte van de kruisboog) is een beslissend gevecht geweest tussen de Liguriërs en het leger van consul Flavius (187 v. Chr.). Het schijnt beschreven te zijn door Livius in de Geschiedenis van Rome, boek 38. Dit alles weet ons een aardige man, Marco Gollini, te vertellen die we onderweg tegenkomen. Hij woont hier het grootste deel van het jaar en kent de Via Flaminia Militare op zijn duimpje. Van hem krijg ik een flyer met informatie hierover en zijn mailadres. Niet lang daarna hebben we de eerste pauze. Er staan een bankje met tafeltje en een watertappunt naast elkaar. Van hieruit zien we de andere wandelaars voorbij komen, aan de overkant gadegeslagen door Sneeuwwitje en de zeven dwergen.

We zien inderdaad op verschillende plaatsen restanten van de oude Romeinse weg opduiken. Een soort grenspaal geeft aan dat we nu precies op de grens zitten van Emilia Romagna en Toscane. We lopen over de top van de Monte Bassione (1160 m. hoog). Bovenlangs heb je een prachtig uitzicht over de weide omgeving. Op een open plek is de Piana degli Ossi (plateau van de botten) te zien, zo genoemd omdat er veel stukjes klei zijn gevonden in de vorm van botten. We lopen een meertje voorbij en moeten daarna weer flink klimmen, nu naar Monte Luario, genoemd naar de Romeinse godin Lua. Het hoogste punt bevindt zich op 1202 meter, bij de Monte Poggiaccio, maar waar dat precies is, komen we niet te weten. Dit punt is tevens de helft van de Via degli Dei, de wandelroute van Bologna naar Florence.

Na een lange, rotsige afdaling komen we uit bij het Cimetero di Guerra Tedesco (Duitse oorlogsbegraafplaats). Tijdens de Tweede Wereldoorlog liep hier de Gothische verdedigingslinie. Het enorme kerkhof is pas in de jaren ’60 van de vorige eeuw aangelegd, eerder mocht niet (waarschijnlijk uit rancune van de Italianen wat hen is aangedaan). Er zijn meer dan 30.000 soldaten hier begraven, het grootste kerkhof in Italië voor Duitse soldaten. Het is werkelijk imposant en architectonisch op een speciale manier vormgegeven. De graven liggen rondom een spits toelopend monument dat op het hoogste punt van het kerkhof ligt. Pal naast het kerkhof ligt, ietwat lager gelegen, het eindpunt van vandaag: Camping della Futa. Daar hebben we voor een nacht een stacaravan gehuurd. De camping heeft ook een zwembad, maar het water is wel erg koud, brrr … Na de douche, de was en het dutje gaan we om 19.30 uur naar het kleine restaurant dat bij de camping hoort. We nemen naast een tonijnsalade en een pizza, twee flessen wijn en twee flessen water, om het vochtverlies weer aan te vullen. We hebben ook nog even contact met de ober Andrea, een student geschiedenis in Florence, die hier wat bijverdient om zijn studie te betalen. Daarna liggen we op tijd weer in bed, klaar voor de dag van morgen.

Vandaag gewandeld: 18 km
Totaal: 1599 km.

Vrijdag 10 september: Passo della Futa – San Piero a Sieve

Vandaag willen we gezien de lengte van de etappe op tijd vertrekken dus staan we om 7 uur al naast ons bed. Opnieuw is het een stralende dag, maar omdat we zo hoog zitten, is de temperatuur wat lager. De broodjes staan al klaar bij de receptie. We wandelen terug richting het Duitse kerkhof en pakken daar het pad weer op. En jawel hoor, de dag begint weer met een fikse klim, nu naar de Monte Gazarro. Wijzer geworden door de ervaring van de Monte Adone, slaan we het boekje er nog eens op na. Er blijkt een ‘bypass’ voor mountainbikers te zijn die onderlangs de top gaat. Maar goed ook, want in het boekje staat dat de weg naar de top slecht begaanbaar is en dat je gebruik moet maken van staalkabels … Oef!! Het betekent wel enkele extra kilometers, maar daar zijn we inmiddels aan gewend. Na een klein uur wandelen, komen we aan bij de Passo dell’Osteria Bruciate, op 927 meter hoogte. De naam doet vermoeden dat het om een uitspanning gaat waar je even kunt zitten. Niets is minder waar. Ooit was het een restaurant waar je kon uitrusten, maar volgens de legende werden de gasten hier om het leven gebracht en verwerkt in ‘lokale gerechten’. Hier stikt hier van de wandelaars, dus aan eten geen gebrek. Een grote driehoekige steen herinnert nog aan dit verhaal.

Het pad dat volgt, loopt steil naar boven én naar beneden. Je moet goed uitkijken waar je je voeten neerzet. Eén misstap en je verzwikt je enkels of erger. We hebben het er voor over om een kleine omweg te maken, omdat die ons brengt naar het dorpje Sant’Agata waar een terrasje schijnt te zijn. Na een tijdje zien we een blauw bordje met de naam van een agriturismo er op en daaronder Sant’Agata. Daarvoor moeten we wel eerst over een hek klimmen, door een weiland lopen en langs enkele woeste passages. Als we de agriturismo vinden, horen we twee honden blaffen. Nu komt mijn hondenfluitje te pas. Het werkt, maar van bewoners is geen spoor. We besluiten even bij te komen en uit te rusten. Ik vind in een nieuw bijgebouw voor gasten een keuken en toiletten. We vullen onze waterflesjes en lopen vervolgens terug om daarna het oude pad weer op te pakken. Langzaam maar zeker komen we weer in de bewoonde wereld en doemt Sant’Agata op. We lopen nu in het bekende golvende Toscaanse landschap met links en rechts cipressen. Sant’Agata is een leuk, klein plaatsje met een mooie oude kerk. Op de zijkant lijkt het wel alsof er een schaakbord is afgebeeld. Naast de kerk is een bar-café met terrasje. Daar vinden we allemaal wandelaars die we onderweg zijn tegengekomen. De een zit te eten, de ander te drinken en een derde uitgeput over een tafeltje te hangen. Ook Sandy Tsang, een 38-jarige Amerikaanse arts uit Oackland, zit lekker te eten. Zij heeft het huwelijk van een vriendin bijgewoond in Bologna, hoorde van deze wandelroute en ging daarna in haar eentje de Via degli Dei wandelen. Wij klokken ondertussen twee liter Coca-Cola naar binnen, een heerlijke dorstlesser! Er loopt een man rond met een T-shirt waarop The Beatles zijn afgebeeld. Ik knoop een gesprekje met hem aan en tot mijn verrassing zegt hij dat om de hoek hij een klein popmuziek museumpje heeft. We lopen met hem mee en kijken onze ogen uit! Sant’Agata heeft de jaren zestig en zeventig ontdekt! Zelfs Van Morrison zie ik een paar keer verschijnen.


We vervolgen onze tocht naar wat het laatste deel van de wandeling van vandaag moet zijn: San Piero a Sieve. Als we na het asfalt een zanderig zijpad nemen, zitten we weer op de officiële route. Links en rechts zijn mooie vergezichten en ontvouwt zich het typische Toscaanse landschap. Gedurende 7-8 km. lopen we op een brede, vlakke weg, zonder te klimmen of te dalen. Een verademing, maar ook wel een beetje saai. Het is ook nooit goed. Als we bij het gemeentebordje van San Piero a Sieve aankomen, moet ik de eigenaresse van onze BenB La Terrazza San Piero bellen. Die geeft mij instructies over de sleutels van het appartement. Zelf komt ze iets later heeft ze gezegd. We lopen het dorp helemaal door en vinden waar we moeten zijn. We hebben een heel groot terras tot onze beschikking, waar we lekker kunnen zitten en waar de was gedroogd kan worden. We krijgen gezelschap van een vader met zijn puberzoon die we onderweg al diverse keren zijn tegengekomen. Onder het genot van bier en water praten we wat bij en maken we enkele foto’s samen. De eigenaresse, Rita Poli, is werkzaam bij Palazzo Vecchio in Florence. Als zij hoort dat ik historicus ben, zegt ze dat de Britse historicus Hugh Thomas (1931-2017) persoonlijk gekend heeft. Hij is schrijver van diverse standaardwerken, waaronder een boek over de Spaanse Burgeroorlog. Hij kwam in de zomer altijd op een buitenverblijf vlakbij San Piero a Sieve.

Rond 20 uur gaan we lekker uit eten in een restaurant buiten aan de straatkant. Daar ontmoeten we Sandy weer die we uitnodigen bij ons aan te schuiven. We hebben een uitgebreid gesprek over de gezondheidszorg in Nederland en de Verenigde Staten. Aan het eind van de uitgebreide maaltijd en de nodige wijn, krijgen we van de restauranteigenaar nog een grappa ingeschonken. Dat leidt na alle discussies die avond tot de hilarische zin: “We are craming nonsens out now”. Kortom, het was een gezellige avond en een waardige afsluiting van een lange wandeldag.

Vandaag gewandeld: 27 km.
Totaal: 1626 km.

Zaterdag 11 september: San Piero a Sieve – Olmo.

Voor het ontbijt moeten we bij de bar tegenover ons onderkomen zijn. Daar drinken we koffie, eten een croissant en laten we brood klaar maken voor onderweg. Iets na 8 uur lopen we San Piero a Sieve uit en … gaat de weg weer naar boven. Net buiten het dorp ligt het grote fort van San Marino, dat in opdracht van Cosimo de Medici is gebouwd vanwege de goede strategische ligging. Onderweg komen we weer veel wandelaars tegen. De uitzichten zijn prachtig. Na een tijdje klimmen, komen we een cipressenlaantje tegen dat sterk lijkt op dat van Bolgheri in de Toscaanse gemeente Castagneto Carducci. Daarover schreef de beroemde Italiaanse schrijver en dichter Giosuè Carducci het volgende gedicht:
…”I cipressi che a Bolgheri alti e schietti Van da San Guido in duplice filar, Quasi in corsa giganti giovinetti, Mi balzarono incontro e mi guardar.”…
We laten ons vereeuwigen in dit mooie laantje.

In de verte is een mistig landschap te zien. Ik maak een foto van Jan als hij een foto maakt van Bertine die een foto maakt van een ezel. De waterflessen worden verder aangevuld. We steken een straat over en dan begint weer een lange klim naar boven van bijna 1000 meter. Er lijkt geen einde aan te komen. We verbazen ons over een kind van 4 jaar dat met haar ouders zonder te klagen eenvoudig mee huppelt naar boven. Onze bejaarde ruggen krijgen een knakje. Halverwege de klim komen we een spandoek tegen waarop staat dat we van het vagevuur naar het paradijs gaan. Bovenop de heuvel staat namelijk een klooster, de abdij van Buonsolazza. De abdij is gesticht in opdracht van markies Ugo di Toscana (950-1001) die op deze plek een visioen zou hebben gekregen. Helaas wordt de abdij slecht onderhouden en is, als wij aankomen, ook de bar gesloten. Dat laatste is erg jammer, want we zijn gesloopt, hebben dorst en zagen uit naar dit punt om te herstellen van de zware klim. Het werkt een beetje demoraliserend.
Een lange pauze is nodig om krachten te verzamelen voor het laatste deel van de wandeling. Rechts om de abdij voert het pad naar beneden dat ons langs een kloosterkerkhof leidt. Omdat we moe zijn, besluiten we niet de officiële wandelweg te nemen, maar de iets kortere die over de asfaltweg voert. Uiteindelijk komen we uit in het plaatsje Olmo, waar we bij hotel-restaurant Dino op het terras een cola nemen. Helaas kunnen we hier niet overnachten. Ik heb deze locatie toch uitgekozen, omdat onze gastheer van vanavond, Alfonso Falqui van Agriturismo Le Fonti, aangeboden heeft ons hier op te halen. Hij blijkt een aardige man en zeer behulpzaam. De agriturismo is een prima onderkomen. We boeken via de laptop van Alfonso treintickets voor de terugreis van Florence naar Bologna morgen aan het eind van de middag. Op het terras drinken we een biertje en hebben we een discussie hoe we verder gaan. Ik vind dat we morgen best nog wel een stuk kunnen lopen naar Fiesole of zelfs naar Florence, zoals oorspronkelijk de bedoeling was. Jan en Bertine hebben geen zin om nog veel te wandelen. Uiteindelijk bereiken we een compromis: we wandelen tot Fiesole en nemen van daar uit de bus naar het centraal station in Florence.

Tot onze verbazing staat ineens Sandy aan de poort van de agriturismo. Zij had ook gemerkt dat hotel Dino vol zat en dat hier nog plek was. Zij eet met ons mee vanavond als we een driegangenmenu krijgen bij de agriturismo. De temperatuur ’s avonds is nog aangenaam genoeg om buiten te eten. De maaltijd is verrukkelijk en helemaal gemaakt van eigen producten. Behalve overnachten kun je hier ook zelf gemaakt producten kopen, zoals allerlei vruchten en groenten en ook olijfolie (zie: www.agriturismolefonti.it). En om het helemaal af te maken: de eigenaar houdt van de muziek van Van Morrison, die we dan ook de hele avond op de achtergrond horen.


Vandaag gewandeld: 21 km.
Totaal: 1647 km

Zondag 12 september: Olmo – Fiesole/Florence

We staan wat later op omdat we pas om 8 uur kunnen ontbijten. Alfonso heeft een tafel voor ons buiten op het terras klaar staan voor het ontbijt. Het is een lopend ontbijt. Sandy komt er ook bij zitten. Zij is van plan vandaag helemaal naar Florence te lopen. Alfonso brengt ons daarna met de auto naar het punt waar de Via degli Dei weer verder gaat. We gaan beginnen aan onze laatste beklimming van een berg, il Pratone. Het is opnieuw prachtig weer. We komen veel wandelaars tegen, sommige zijn dagjeswandelaars, andere lopen net als wij de laatste etappe. Het is opnieuw een stevige beklimming waarbij je moet oppassen dat je onderweg niet van boven wordt aangereden door mountainbikers die als ware kamikazes naar beneden rijden. Bovenop de berg staat een televisietoren. Van daar uit hebben we een prachtig uitzicht op de stad Florence.

Het keienpad naar beneden gaat langzaam over in een geasfalteerde weg en de eerste bewoning van Fiesole komt in zicht. In rap tempo lopen we nu naar beneden, naar het centrum van Fiesole. Aangekomen op het centrale plein, zoeken we een terras op en bestellen wat te eten en te drinken. Tevens vieren we onze afsluiting van de wandeltocht. Dat doen we traditiegetrouw door elkaar chocolademedailles om te hangen. We hebben het toch maar gehaald! We zijn trots op onze prestatie. Niet veel 65-plussers zullen ons dit nadoen!

Vandaag gewandeld: 11 km
Deze week gewandeld: 131 km.
Aantal stijgingsmeters deze week: ongeveer 5000 m.
Totaal: 1658 km.

We nemen de bus van Fiesole naar het centraal station van Florence. Daar nemen we eerst een terrasje, want het is met 30 graden een bakoven in de stad. We hebben nog ruim anderhalf uur over voordat onze trein naar Bologna gaat. In overleg besluit ik nog even de stad in te gaan, op zoek naar de leerwinkel waar Elly en ik af en toe komen als we hier zijn. Het is echter zondag en de winkel is gesloten. Schuin er tegenover is wel een ander winkeltje open. Daar koop ik een rood rugzakje voor Elly. Vervolgens loop ik langs de Arno naar de Ponte Vecchio en van daaruit onder de galerij van het Uffici-museum door naar palazzo Vecchio. Het is wel een bevreemdend idee dat ik op het plein sta met een rugzak van 9 kilo in de wetenschap dat dit in wezen te voet bereikt is vanuit Nederland.
Binnen een half uur zijn we met de sneltrein in Bologna. Daar nemen we de taxi naar het vliegveld. We zijn er veel te vroeg en moeten lang wachten voordat we kunnen inchecken. Dus gaan we maar wat lezen, eten, drinken en shoppen. De terugvlucht verloopt snel en soepel. Pepijn, de zoon van Jan, haalt ons rond 23 uur op bij het vliegveld van Eindhoven. Omdat het al zo laat is, kan ik bij Bertine overnachten. De volgende ochtend wacht me een verrassing: ze zou mij naar het station brengen, maar in plaats daarvan brengt zij mij met haar camper naar huis! Ze moest toch in de buurt zijn, vandaar … Een mooi einde van een mooie wandelweek. Rome lonkt: nog zo’n kleine 300 km, dus nog twee jaar te gaan. En hebben jullie onderweg nou nergens last van gehad is een veel gehoorde vraag? We hebben geen spierpijn, blaren of kramp gehad, maar wel last van zweetvoeten, zwabberbenen en koortslippen. Het had erger gekund …