Goethe: Nur wo du zu Fuß warst, bist du auch wirklich gewesen.
Jean-Jacques Rousseau schreef ooit eens in zijn Bekentenissen (1788): “Ik kan alleen mediteren wanneer ik loop. Hou ik daarmee op dan hou ik op met denken, mijn geest werkt alleen samen met mijn benen.” Casper Janssen deed het in de Volkskrant nog eens dunnetjes over door te beweren dat er geen betere manier is om na te denken dan een lang stuk lopen (de Volkskrant, 7 dec. 2019). Ik kan dat beamen. De beste ideeën krijg ik als ik wandel. Al wandelend kwamen de afgelopen maanden daarvoor de beste ideeën naar boven. Dit jaar vindt dan de slotetappe plaats van de wandeling naar Rome die de afgelopen jaren mythische vormen heeft aangenomen. Voor het zeventiende achtereenvolgende jaar trek ik de wandelschoenen aan. Het geeft een weemoedig gevoel. De teller staat na vorig jaar op 1832 kilometer. Met nog zo’n 160-170 km te gaan komen we in totaal uit op ongeveer 2000 km. Wie had dat gedacht toen Huub Hacking en ik op donderdag 29 maart 2007 voor de Paltskapel in Aken stonden alwaar we elkaar een hand gaven en elkaar een goede reis beloofden.
Samen met Jan Tielemans en Bertine Verboom nemen we hem en Jan Bakker mee op onze schouders als we de eeuwige stad gaan binnenlopen. Ik weet zeker dat ze trots op ons zouden zijn.
De voorbereidingen verlopen bijna routineus. Alle overnachtingen zijn geboekt, de drogisterij heeft goede zaken gedaan en de voeten zijn ingelopen.
Op woensdag 6 september zwaait Elly mij bij het busstation in Druten uit en neem ik de bus naar Den Bosch.
De trein vanuit Eindhoven waar Jan en Bertine in zitten is erg druk. Ik zie hen niet en loop door naar een rustiger wagon. Op Schiphol ontmoeten we elkaar pas. De toiletzakken gaan bij Jan in de rugzak en daarna checkt hij zijn bagage in. Bij de bagagecontrole gebeurt er iets vreemds. De man vóór Jan wordt aangehouden en met de handen op zijn hoofd en een revolver op zijn rug afgevoerd. Iedereen in paniek. Het bleek later om een acteur te gaan die de douane op de proef moest stellen. Actie geslaagd, maar Jan in verbijstering achterlatend.
Na een kopje koffie en enige vertraging vertrekken we dan eindelijk richting Pisa. Bij aankomst op het vliegveld lopen we naar het treinstation. Daar activeren we onze treintickets via de mail en vertrekken we op tijd. In Florence hebben we twee uur pauze. We besluiten om niet ver van het station in een zijstraat een hapje te eten. Het blijkt een duur restaurant te zijn, maar we kunnen lekker buiten zitten en het thuisfront jaloers maken.
Daarna de trein naar Orvieto genomen, waar rond 21.30 uur Frans bovenaan de stationstrappen klaar staat. Het is een heel aangenaam weerzien! In drie kwartier rijdt Frans ons naar zijn huis in San Giovanni delle Contee. Hij heeft lekkere peperonata klaar staan met een glaasje wijn buiten op het terras. De temperatuur is nog heerlijk buiten en er wordt gezellig bijgepraat. Rond middernacht gaan we naar bed. Morgen is een rustdag, een dagje acclimatiseren.
Donderdag 7 september is een dag om te acclimatiseren. Rond 8 uur sta ik op om te douchen. Buiten is het heerlijk fris weer met een strak blauwe hemel. In de verte zie ik bovenop een heuvel Radicofani liggen, waar we vorig jaar de laatste etappe naar Aquapendente zijn begonnen. Deze week belooft het 32-34 graden te worden volgens de voorspellingen. Lekker wandelweertje …
Frans neemt ons mee naar een bar in het plaatsje San Quirico waar we achter de bar buiten op een terrasje gaan zitten. We drinken een koffie en nemen een cornetto. Daarna rijden we door naar het pittoreske Pitigliano, een plaatsje waar ik jaren geleden met Elly al een keer geweest ben. Het is heel toeristisch vanwege de unieke ligging op een rots, maar vandaag valt het gelukkig mee met de drukte. We slenteren door de steegjes en maken hier en daar wat foto’s van enkele bezienswaardigheden en van mooie uitzichten.
Frans heeft rond lunchtijd een pranzo geregeld van vier gangen in Agriturismo ‘Le Paicciole’ vlakbij het plaatsje Castel’Azzara. De maaltijd is werkelijk verrukkelijk met allerlei lokale producten en er staat zelfs everzwijn op het menu. Na de maaltijd stoppen we even in het dorp Castel’Azzara om van het panorama te genieten en om even uit te buiken, daarna rijden we terug naar het huis van Frans in San Giovanni delle Contee. De rest van de avond doen we rustig aan. We zitten op het terras, eten enkele bananen en perziken, drinken thee en een glaasje wijn en mijmeren over het leven en wat de dag van morgen ons brengt. Rond 22.30 uur gaan we naar bed. Morgen moeten we er vroeg uit. It giet aon!
Vrijdag 8 september
Om 6.30 uur gaat de wekker. Ik zie op mijn telefoon dat mijn kleinkinderen de dagen aftellen om naar Rome te komen. Wat een heerlijk en warm gevoel geeft dat. Een uurtje later brengt Frans ons naar Aquapendente, de plaats waar we het vorig jaar geëindigd zijn. We drinken een kop koffie en eten een cornetto con crema bij bar Natale, naast het stadhuis en gelegen aan het Piazza Girolimo Fabrizio waar nu markt is. Daarna doen we onze rugzakken om en lopen naar de kathedraal Santo Sepolcro. Precies om 9 uur maakt Frans een foto van ons vóór de kathedraal, als officieel begin van de wandeletappe. We nemen hartelijk afscheid van Frans en on we go!
Als we de stad uitlopen is het eerste deel van het traject langs de geasfalteerde Via Cassia niet echt aantrekkelijk, maar na enkele kilometers buigen we rechtsaf het veld in. Het is al aardig warm geworden, maar gelukkig zorgt de tramontana-wind uit het noorden voor een koel briesje. We lopen vooral door open velden met weidse uitzichten. Na twee uur wandelen en gestaag klimmen, komen we aan op het plein van San Lorenzo Nuovo. Daar pauzeren we even en eten en drinken wat.
Zo gauw we daarna het dorp uitlopen, zien we het meer van Bolsena aan onze voeten liggen. Een mooi panorama! Liepen we in de ochtend door het veld, het tweede deel van de dag lopen we door een bos met veel bomen en struiken en smalle bospaadjes, afgewisseld met bredere landweggetjes. Op een van die weggetjes komen we een Duits echtpaar tegen: Georg en Cornelia Brueckner uit Leipzig. Wij zullen ze nog vaker tegenkomen onderweg. Zij heeft voor haar 50e verjaardag als cadeau gevraagd om de Via Francigina vanuit Canterbury in tien weken tijd te wandelen. Zij hopen op dezelfde dag aan te komen als wij: op vrijdag 15 september op het Sint Pietersplein in Rome!
Het laatste stuk van de wandeling van vandaag verloopt moeizaam. Het is warm en we zijn moe. Het gaat heuvel op en heuvel af en het verkoelende windje is er niet meer. Tegen 15.30 uur lopen we Bolsena binnen, een mooi gelegen plaatsje aan het meer met dezelfde naam. Langs het kasteel lopen we naar beneden onder de poort de stad in. Daar lonkt een terras. We nemen een cola als dorstlesser en daarna nog eentje. Even bijkomen en uitpuffen. Daarna lopen we naar ons overnachtingsadres: pension Italia. Een moment van rust breekt aan: dagboek bijwerken, thuisfront op de hoogte stellen, douchen, de was doen en een tukkie.
Aan het begin van de avond slenteren we door het oude deel van de stad. Daar word ik warempel aangesproken door Mariët Bloemendal (‘volg de rode schoentjes’) die hier woont en die weet dat wij naar Rome wandelen! Via een soort boulevard lopen we naar het meer van Bolsena, het grootste vulkaanmeer van Italië. De zonsondergang is er werkelijk schitterend! Jan en Bertine willen niet in het visrestaurant aan het water eten, maar in de oude stad. Na lang zoeken vinden we een restaurant met een terras buiten: Bar Centrale. Daar hebben we tot 22.30 uur buiten gegeten (ik heb baccalà genomen, op advies van de eigenaar; het is de specialiteit van zijn vrouw!) en gedronken. We sluiten de dag met een gevoel van voldoening af. Het was een stevige wandeling vandaag. En dat alles onder het mom: ik ben niet zo snel, maar ik kom er wel.
En nog een poëtische oprisping van Bertus Aafjes tot besluit:
Er zijn op de wereld zoovele
Hotels, dat men er zijn onrust
over hun bedden kan verdeelen
Jaar in, jaar uit: naar hartelust:
Laaggezolderde om te drinken:
heldere, voor een rein gemoed:
Landelijke om in slaap te zinken,
En de liefde smaakt er zoo zoet.
(Uit: Bertus Aafjes – Een voetreis naar Rome (1946), pag. 51)
Vandaag gewandeld: 24 km
in totaal: 1856 km
Zaterdag 9 september
De kamer in ons pension is ook ’s nachts warm. Ondanks dat ik slecht geslapen heb, sta ik redelijk uitgerust op. We lopen voor het ontbijt naar dezelfde bar waar we gisteravond gegeten hebben: Bar Centrale. We eten en drinken wat en slaan flesjes water in voor onderweg. Rond 9.30 uur lopen we door de verlaten winkelstraat van Bolsena de stad uit. Het is een mooie route, maar met vooral veel klimwerk want Montefiascone ligt boven op een heuveltop. Het meer van Bolsena blijft gedurende de hele wandeling aan onze rechterhand. Hoe hoger we komen, hoe mooier de uitzichten. We lopen door het archeologisch natuurpark Turano. Bij een picknicktafel pauzeren we. Daarna gaat het steeds verder omhoog door het bosgebied. Af en toe horen we water kletteren in een beekje. Als we het bos uitlopen, komen we midden in een druivenveld terecht. Heerlijk, maar je krijgt er plakhanden van als je ze door je vingers laat glijden. Ze smaken trouwens prima!
We lopen een stuk parallel aan de Via Cassia Nord en steken daarna de weg over om weer te klimmen. De temperatuur is ondertussen alweer boven de 30 graden uitgekomen en onze hoofden lopen rood aan. We nemen wel een pauze, maar veel verkoeling levert dat niet op. Na een laatste klim zien we dan eindelijk Montefiascone voor ons liggen. We hebben opnieuw een panoramisch uitzicht op het meer van Bolsena, maar we lopen er nu wel steeds verder vandaan. De laatste kilometers zijn niet leuk. We lopen zonder schaduw langs een drukke weg met veel verkeer de stad binnen. Vlak vóór het oude centrum stoppen we bij een bar om onze klassieke dorstlesser te nuttigen. We zien de koepel van de kathedraal van de Santa Margherita, maar daar blijft het bij. We hebben geen puf meer om door te gaan. Ons overnachtingsadres is bovendien ook nog eens in een gehucht net buiten de stad: Zapponami.
We besluiten een taxi te nemen voor de laatste kilometers, maar de enige taxi die de stad rijk is, is op de terugweg uit Rome. Gelukkig komt er net op dat moment een klein buurtbusje aan op een pleintje voor de stadspoort die ons naar een door Henk Witjes en zijn vrouw Josephine aangeraden BenB in Zapponami brengt. Daar staat bij de bushalte René Prot klaar die samen met zijn vrouw Wilma I Tulipani Olandesi bestiert. Ze hebben allebei in het onderwijs gewerkt, hij als classicus en zij als docent Nederlands. Zij hebben van twee naast elkaar gelegen huizen één huis gemaakt en stijlvol ingericht. Op het terras boven is een prachtige wijde omgeving te zien. Een tuin missen ze niet: die hoef je ook niet te onderhouden als je weer een tijdje naar Nederland gaat (voor hun kinderen en kleinkinderen). In de koele keuken drinken we wat en wisselen we de nodige informatie uit over onze wandelervaringen, want zij zijn ook kloeke wandelaars. Dan wordt het tijd voor de douche, de wasjes, het dagboek en het tukkie.
Rond 20.30 uur gaan we op het terras zitten en krijgen we een vorstelijke maaltijd voorgeschoteld. Heerlijke kaasjes en vleeshapjes vooraf, ossebuco met allerlei contorni erbij en een ijsje na. Een espresso met limoncello rondt de avond af. Ondertussen vertellen ze dat ze eerder gestopt zijn met hun onderwijsbanen in Nederland, niet omdat ze het lesgeven niet meer leuk vonden, maar vooral omdat het administratieve gedoe er omheen hen teveel werd. Ze verkochten hun huis in Zeeland en kochten dit huis vlakbij Montefiascone waar ze het grootste deel van het jaar vertoeven. Hij verzorgt af en toe rondleidingen door Rome en zij geeft er Nederlandse les aan Nederlandse kinderen. Zo blijf je lang gezond en actief. Een mooie afsluiter van de dag. Ik beloof hen namens ons een exemplaar van mijn boek over Castel del Monte op te sturen zodra ik weer thuis ben. Dat wordt zeer gewaardeerd.
Vandaag gewandeld: 18 km
in totaal: 1874 km
Zondag 10 september
Tegen 7 uur staan we op en een half uur later zitten we aan een uitgebreid Nederlands ontbijt! Wat een keuze! Wilma heeft zelf brood en cake gebakken, er is yoghurt, een eitje en allerlei soorten zelfgemaakte jam. Dat is nog eens wat anders dan een Italiaans ontbijt! Bij het weggaan nemen we buiten voor de deur een groepsfoto en nemen we afscheid van René. Wilma loopt met ons mee om ons weer op het pad van de Via Francigena te brengen. Daar loopt overduidelijk een 2000 jaar oud Romeins pad bestaande uit grote platte stenen. Wat een verrassing en wat een juweeltje. Het is een historische sensatie als je bedenkt dat over deze weg Romeinse legionairs zwaar bepakt 40-50 km per dag aflegden en dat je er nu zelf overheen loopt. Dan zijn wij slechts halve legionairs …
Het eerste deel van de route is mooi. Tijdens deze route hoeven we maar over één heuvel te gaan. Boven aangekomen is het gelijk onze eerste pleisterplaats met opnieuw een weids uitzicht. De temperatuur loopt al snel flink op. Van hier tot Viterbo, onze volgende plaats, hebben we een vlak, breed zandpad waar veel stof opwaait als er auto’s of fietsen voorbij komen. Dat wordt dus stofhappen vandaag. Onderweg komen we regelmatig twee oudere Zwitserse mannen tegen, ook op weg naar Viterbo. Vlak voordat we de stad binnenlopen, zien we onder een viaduct enkele mooie muurschilderingen aangebracht speciaal bedoeld om de pelgrim wandelaars welkom te heten. Daar maken we enkele foto’s. Vervolgens lopen we langs enkele drukke wegen en een kerkhof langzaam richting het centrum om daar uiteindelijk onder de stadspoort bij uit te komen. Bij een barretje houden we buiten op straat ons traditioneel dorstlesmomentje. Het was weer warm en stoffig vandaag. Na de recuperatie lopen we naar ons BenB-adres midden in het centrum met de naam Orchard. We hebben een mooie kamer met fraaie Chinese voorwerpen. De aardige eigenaar vertelt ons aan de hand van een plattegrond waar de meeste en mooiste bezienswaardigheden te zien zijn. Hij reserveert voor ons trattoria Bruno, vast en zeker een kennis van hem. Ook laat hij ons zien hoe we morgen het beste de stad uit kunnen lopen om onze weg te vervolgen.
Na de douche en het dutje maken we een rondgang door het oude middeleeuwse centrum. Wat een fantastische stad is dit toch! Het historisch centrum van Viterbo is een van de best bewaarde middeleeuwse steden van Midden-Italië. De stad staat bekend vanwege het grote aantal 'profferli'. Dit zijn trappen aan de buitenkant van het huis, die vaak voorkwamen bij middeleeuwse gebouwen. Vooral in de wijk waar wij zitten, San Pellegrino, zijn dat er vele. Allemaal mooie steegjes met oude huizen en gebouwen. Het is alsof je je in de Middeleeuwen waant. Twee historische sensaties op één dag kan een mens normaal gesproken niet aan. Als klap op de vuurpijl zie ik bij een winkeltje, schuin tegenover trattoria Bruno, een grote tarotkaart uitgestald met daarop afgebeeld, jawel, keizer Frederik II. Het moet niet gekker worden. Ik ga de winkel in en heb een aardig gesprek met de eigenaresse. Zij lijkt me het type dat gelooft in de kracht van de tarotkaarten. Ik koop enkele Frederik-parafernalia. Daarna nodigt zij mij uit om mijn naam te schilderen op een steen die vanavond gebakken wordt en de komende dagen bij een monument voor pelgrims, links van het kerkhof waar wij eerder voorbij gelopen zijn, ingemetseld wordt. Kun je nog onsterfelijker worden?!
We lopen door naar het belangrijkste plein van de stad: het piazza San Lorenzo. Daar staat het 'Palazzo dei Papi', een pauselijk paleis, dat in de 13e eeuw ongeveer twee decennia lang de residentie van de paus was, of beter gezegd zijn toevluchtsoord bij onrust in Rome zoals tijdens een conflict met Frederik II. De zuilen van het paleis zijn afkomstig uit een Romeinse tempel. De bekende doorkijk met bogen en zuilen is een iconische plek die bij iedere Italiaan bekend is.
Maar er is meer te zien. Bekend bij alle Italianen is ook het beeld van ‘Santa Rosa’. Het beeld is bijna 30 meter hoog. Precies een week geleden, op zondag 3 september, zoals elk jaar, werd dit beeld van de heilige Rosa, de patroonheilige van de stad, door Viterbo gedragen. Het beeld wordt vanaf 21 uur gedragen door honderd ‘facchini’. Het is een eer om facchino te zijn. Je moet wel over de nodige fysieke kracht beschikken en een opleiding volgen, want anders houd je het parcours van 1200 meter niet vol. Het verhaal gaat dat rond het jaar 1245 de twaalfjarige Rosa op straat begon te preken tegen de bezetting van Viterbo door Frederik II. Zij en haar familie werden uit de stad verbannen en zochten hun toevlucht in Soriano nel Cimino. Toen de kant van de paus in Viterbo won, mocht Rosa terugkeren. In 1251 overleed zij, slechts 18 lentes jong. Het lichaam van Rosa werd in 1258, zeven jaar na haar dood, opgegraven. Haar lichaam bleek geheel intact. Het werd door vier kardinalen overgebracht naar een kerk waar nu het klooster Santa Rosa staat. Sindsdien wordt dat ieder jaar herdacht, niet door haar lichaam door de stad te vervoeren, maar wel haar beeld (de ‘macchina’). Het beeld werd in de loop der jaren steeds groter. Nu heeft het een hoogte van 29 meter bereikt en weegt het 5000 kg. Iedere vijf jaar wordt er een nieuwe macchina gemaakt. Het volgend jaar is het weer tijd voor een nieuwe. Het beeld blijft na de rondgang twee weken lang voor de kerk van de heilige Rosa staan en wordt daarna weggehaald. Wat een traditie!
We hebben er honger van gekregen en dus gaan we naar trattoria Bruno. We kiezen voor een driegangenmenu van €25,- en een fles goede, lokale rode wijn. Jan wil graag een cappuccino als afsluiter, maar dat doen ze hier niet ’s avonds. Dat leidt tot enige irritatie met de eigenaren. Ik mag nog even kijken in de imposante wijnkelder uit het jaar 1200. Veel gebouwen in deze wijk hebben dergelijke kelders. Er is een groot, vertakt netwerk onder de grond. Eenmaal weer buiten gaan we op zoek naar een lekker ijsje. En wie komen we tegen bij de ijskraam? Het echtpaar uit Leipzig! We praten uitgebreid over hun ervaring als jongere in de DDR-tijd. Ondertussen is het nog steeds warm buiten. Morgen staat de wandeling naar Henk en Josephine in Vetralla op het programma.
Vandaag gewandeld: 18 km
in totaal: 1892 km
Maandag 11 september
Na het ontbijt vertrekken we om 8.15 uur vanuit onze BenB in Viterbo. Via een verlaten piazza San Lorenzo gaan we met de lift naar beneden en pakken daar de wandelroute weer op. Als we door de stadspoort Porta Faul de stad verlaten, lopen we door nauwe, steile wanden van tufsteen naar het zuiden. Bertine heeft er zin in en gaat als een trein; ik ben meer de diesel die op gepaste afstand volgt. Langzaam komen we bij het omliggende platteland waar veel land- en tuinbouw is. En stoffige zandwegen.
Het valt ons zwaar vandaag. Weliswaar hoeven we niet veel te klimmen, maar de temperatuur van 32 graden is killing. Jan begint te klagen over zijn rug. Na nog enkele kilometers komt zijn noodkreet: hij is door zijn rug gegaan, 3 km vóór Vetralla. Gelukkig zien we een bordje met de tekst dat 150 meter verderop een BenB is: ‘Lento e contento’. We worden allerhartelijkst ontvangen. Paolo, de Italiaanse eigenaar, is net op weg naar zijn werk: hazelnoten sorteren in de vlakbij gelegen Nutella-fabriek. Zijn Georgische vrouw Nino voorziet ons van drank en zelfs een maaltijd! Ze is een geweldige gastvrouw en alleraardigst. Maar wat te doen nu? Er is geen taxibedrijf in Vetralla en de taxi van Viterbo is bezet. Ik besluit Henk en Josephine te bellen. Zij liggen nog aan het strand bij de zee, maar komen gelijk terug. Henk zet eerst Josephine thuis af en komt ons daarna ophalen. Wat zijn wij blij met zijn komst: een echte redder in de nood. Hij rijdt met zijn auto door het centrum van Vetralla zodat we kunnen zien waar we hadden moeten uitkomen. Ook nemen we foto’s zodat het lijkt alsof we er doorheen gewandeld zijn. Je moet toch wat hè.
We krijgen een gastenverblijf toegewezen dat er keurig uitziet. Ze hebben van hun woning een paradijsje gemaakt. Henk heeft het huis twintig jaar geleden gekocht en elke vrije minuut gespendeerd aan het opknappen ervan. Achter het huis is een grote olijvenboomgaard, waar wij olijfolie van betrekken. Opzij van het huis heeft Henk een zwembad aangelegd. Hij is een handige doe-het-zelver met enorm veel technisch inzicht en gereedschap. Alles doet hij zelf. Ik kan me voorstellen dat ze niet meer terug willen naar Nederland. Bertine en ik doen onze zwemkleding aan en plonsen in het bad. Daar ben ik iets te lang ingebleven want vanaf dat moment ben ik bijna tien dagen verkouden geweest. Ook niet verstandig om met een bezweet lichaam een ijskoud zwembad in te gaan. Jan zit met zijn rug bij een infraroodverwarming. Het ziet er niet goed uit. De vraag is wat te doen morgen. We zitten gezellig op het terras bij het zwembad. Josephine heeft allemaal lekkere dingetjes klaar gezet. De avond brengen wij door achter het huis op het terras. Josephine heeft heerlijk gekookt. Allerlei onderwerpen passeren de revue en we genieten met volle teugen. Dat kan echter niet verhelen dat het ondanks deze verwennerij een pechdag is vandaag: Jan is door zijn rug gegaan, Bertine loopt door een hordeur en ik heb een fikse verkoudheid opgelopen. Het geluk bij een ongeluk is dat we deze pech niet op een betere plaats hadden kunnen krijgen dan hier. Morgen maar zien hoe het verder gaat.
vandaag gewandeld: 15 km
in totaal: 1907 km
Dinsdag 12 september
De rug van Jan is niet in orde. Dat wordt plan-B vandaag. Onder het vorstelijke (Nederlandse!) ontbijt met lekker brood, beleg, vers fruit, vijgen en perziken uit eigen tuin bespreken we wat te doen vandaag. Het plan is dat Henk Bertine en mij afzet op de route van de Via Francigena en dat Jan in Vetralla de bus neemt naar Sutri. Ondertussen krijgen we bericht van de eigenaar van de BenB in Sutri dat hij vandaag voor een hartonderzoek naar Rome moet, maar we kunnen via een code wel het huis in. Het afscheid van Henk en Josephine valt ons zwaar. Ze waren redders in de nood en daar bovenop een bijzonder goede gastheer en –vrouw. We hebben veel gepraat en gelachen samen en die ontspannen sfeer zorgde ervoor dat we ondanks de tegenslag weer verder konden gaan. Wat hebben ze van hun onderkomen een mooi paleisje gemaakt. Ik hoop dat ze er nog lang van kunnen genieten.
In de buurt van de ‘Orlando torens’ nemen we afscheid van Jan en Henk en vervolgen Bertine en ik het pad. Na ruim een uur wandelen komen we uit bij een bijzonder aardig plaatsje: Capranica, genoemd naar capra (=geit). Daar gaan we op een terrasje zitten en observeren de lokale bevolking. We lopen onder de Porta del Ponte dell’ Orologio het oude centrum van het plaatsje in. Dat bestaat uit één lange, nauwe straat met oude gebouwen met als oudste gebouw de Sint Pieterkerk uit de negende eeuw. We lopen het plaatsje uit door een steile helling naar beneden, gevolgd door een steile helling naar boven een bosgebied in. Hier volgt het mooiste stukje van de Via Francigena dit jaar, dwars door een Etruskisch archeologisch park, met een kabbelend beekje en een ongekende rust en met veel schaduw onderweg.
Ondertussen hebben we app-contact met Jan. Hij is aangekomen in Sutri, heeft zijn spullen in de BenB achtergelaten en zit bij een bar in het centrum. Als wij het bos verlaten, doemt Sutri op. Na een klimmetje lopen we door een stadspoort de stad in en zien Jan op een bankje voor de BenB zitten. Naast de BenB is een oud kerkje. Om BenB-Nerone binnen te komen, moeten we eerst een trap naar boven nemen. Jan kent de code en opent de deur voor ons. Het is een typisch Italiaans appartement vol met meubels en boeken. We nemen een bad, doen ons wasje, ik hou het dagboek bij en daarna doen we een tukkie. Vaste prik ondertussen. Als we uitgerust zijn lopen we naar het centrum en drinken wat op het centrale plein. De plaats oogt armoedig en straalt weinig vrolijks uit. Ook Sutri is een oude middeleeuwse plaats, maar vooral bekend geworden vanwege het Romeinse amfitheater vlak buiten de stad en de grote gaten in de tufstenen rotswanden met oude Romeinse en Etruskische graven, een soort necropolis dus. Ook hier ligt de geschiedenis voor het oprapen.
We lopen terug naar onze BenB omdat we met de eigenaar, de 64-jarige Vittorio, hebben afgesproken dat hij een maaltijd voor ons bereidt. Hij is inmiddels teruggekeerd uit Rome en vertelt dat hij op een haartje na dood was. De plaatselijke arts had een hartaanval niet als zodanig gediagnosticeerd zodat hij minstens een dag in kritieke toestand is geweest. Gelukkig gaat het nu iets beter met hem, maar hij moet vooral rustig aan doen. Hij woont alleen met een lieve hond die hij als zwerfhond jaren geleden heeft geadopteerd. De maaltijd die hij bereid heeft is heerlijk, net als de prosecco en de rode wijn. Geleidelijk aan vertelt hij meer over zichzelf. Hij is inmiddels met pensioen maar heeft als consultant in Italië geen makkelijke baan gehad met mensen die van alles van hem wilden dat wettelijk niet was toegestaan. Daar is hij nu gelukkig van af.
In de gang van het appartement ligt een propeller. Nieuwsgierig als ik ben vraag ik hem naar het verhaal dat daarbij hoort. Van zijn antwoord sla ik steil achterover. Zijn opa was een persoonlijke vriend van de excentriekeling Gabrielle d’Annunzio, een irredentist van zo’n honderd jaar geleden en wegbereider voor de fascistische ideeën van Mussolini. Het woord irredentisme is afgeleid van de woorden Italia irredenta ("het (nog) niet teruggewonnen (deel van) Italië"). Het gaat om het streven naar een staat Italië na de eenwording van 1861 waar alle mensen die Italiaans spreken toe zouden moeten behoren. Dat betekent ook delen van het toenmalige Habsburgse keizerrijk Oostenrijk-Hongarije, zoals Triëst en Istrië. Elly en ik zijn zo’n tien jaar geleden aan het Gardameer geweest bij de laatste verblijfplaats van D’Annunzio: het Vittoriale. Hij liet daar een schip in tweeën zagen en naar boven op een heuvel hijsen. Een bizar verhaal. Maar het wordt nog gekker. D’Annunzio vloog samen met enkele vrienden in vliegtuigen aan het eind van de Eerste Wereldoorlog over Wenen om daar pamfletten uit te werpen tegen de Oostenrijks-Hongaarse vijand (zie ook: https://nl.wikipedia.org/wiki/Vlucht_over_Wenen). Wat wil het geval? De propeller in de gang is afkomstig van één van die vliegtuigen. De opa van onze gastheer Vittorio was een persoonlijke vriend van D’Annunzio. Hij is waarschijnlijk naar hem genoemd. Zijn naam was Vittorio Malpassuti (1899-1944). Hij behoorde tot een adellijke familie uit het gebied rondom Tortona in Piemonte. Straten en pleinen in Tortona en de omgeving van Tortona zijn vernoemd naar de Malpassutis. Hij had een zeer nauwe band met Gabriele D'Annunzio, die peetvader was van zijn zoon Alessio Malpassuti (1927-1995), de vader van onze gastheer dus. Hij schreef gedichten, songteksten van opera's, scenario's voor films en werkte samen met auteurs als Carlo Campogalliani, Marcello Marchesi, Mario Mattoli en Gabriele Varriale. D’Annunzio heeft hem een persoonlijke brief gestuurd die aan de muur hangt van onze verblijfplaats. Ook hier is de geschiedenis tastbaar aanwezig…
vandaag gewandeld: 14 km
in totaal: 1921 km
Woensdag 13 september
Rond 7.30 uur lopen we gepakt en gezakt naar de bar aan de grote doorgaande weg beneden bij het dorp. Even koffie drinken en een cornetto eten en dan gaan Bertine en ik op stap. Jan neemt de bus naar het eindpunt van vandaag: Campagnano di Roma. Met zijn rug gaat het helaas niet meer goed komen deze week, maar naar huis gaan is ook geen optie. Op deze manier is hij er toch gewoon bij. De eerste kilometers van de officiële route gaat langs een asfaltweg met druk verkeer. Niet lekker lopen dus. Na een kilometer of 4-5 slaan we een landweggetje in en dat is gelijk een stuk rustiger lopen. Ook hier hebben veel hazelnootbomen de plaats ingenomen van olijfbomen of andere bomen, de plaag van Nutella … We lopen langs een golfterrein en zien hoe hier het landschap op een andere manier verknald wordt met veel grasvelden die dag en nacht bewaterd moeten worden met schaars water.
Na twee uur, dat wil zeggen ongeveer 10 km wandelen, komen we aan in het plaatsje Monterosi. En wie treffen we daar op het terras van een bar? Jawel, het echtpaar uit Leipzig! Het is een leuk weerzien. We wisselen onze ervaringen en telefoonnummers uit en daarna vervolgen we onze weg door het dorpje. Dan horen we een versterkt microfoongeluid en zien veel schoolkinderen die zich met hun ouders verzameld hebben op een plein. De burgemeester houdt een toespraak. Het is de start van het nieuwe schooljaar. In optocht, met de burgemeester en het dorpsvaandel voorop, gaat het naar het schoolgebouw. Daar wordt de eerste steen gelegd voor een of meerdere nieuwe klaslokalen. Heel bijzonder deze betrokkenheid van de gemeenschap bij het schoolgebeuren. Dat zie ik in Nederland op deze manier nog niet zo snel gebeuren.
We worden om de stad geleid en gaan opnieuw het veld in. De uitzichten zijn weer weids. We spreken een eenvoudige, magere man, met gelooide huid en zonder tanden, die ons wijst op de aanwezigheid van 450 schapen verderop in het veld. Wij sjokken vrolijk verder, dan eens over een stoffig landweggetje, dan weer over een slecht geasfalteerde binnenweg. Na ongeveer 20 km vindt de tweede stop plaats bij Monte Gelato in het Parco Valle del Treja, waar kleine watervalletjes te zien zijn. We drinken enkele blikjes cola en eten wat. Als we verder gaan, voelen we dat het warmer en benauwder is geworden en dat valt ons zwaar. Plotseling staan er wel zo’n 20 koeien midden op de weg voor ons, zonder begeleiding. Gelukkig lopen ze ons langzaam voorbij: het water in het beekje is aantrekkelijker en belangrijker dan twee raar uitziende Nederlandse wandelaars.
Ondertussen krijg ik bericht dat Bram, Chantal, Elly, Nine en Kae in Rome zijn aangekomen. Zij zitten in een AirBenB naast ons hotel in Trastevere. De kleinkinderen vonden hun eerste vlucht heel spannend!
Dan zien we in de verte ons eindpunt liggen. We lopen een clandestiene stortplaats voorbij en beginnen dan aan een flinke klim naar boven. Doodmoe komen we aan bij Campagnano di Roma, maar dan blijkt dat we aan het andere eind van het dorp zijn. We moeten nog een heel eind dwars door het dorp lopen naar ons onderkomen. En daar zit Jan met zijn mobieltje op een bankje op ons te wachten. We ploffen op bed en zijn even van de wereld … Na een pauze van twee uur gaan we naar buiten en zoeken een terrasje op in de lange straat van de oude stad. We eten een pizza en zijn daarna zo moe dat we rond 21 uur al het licht uitdoen op onze kamer en deze dag voor gezien houden.
vandaag gewandeld: 26 km
in totaal: 1947 km
Donderdag 14 september
Na het ontbijt in het hotel vertrekt Jan met de bus naar La Storta en beginnen Bertine en ik aan de wandeling. Het is een prachtige ochtend en dat levert mooie plaatjes op van landschappen en luchten. Er zitten twee venijnige klimmen aan het begin van deze wandeling. We lopen door het natuurpark Veio zonder ook maar iemand tegen te komen. Bertine gaat er weer als een speer vandoor. Prima conditie heeft ze! Na ongeveer 8 km komen we aan in het plaatsje Formello. Mijn T-shirt is vanwege de hoge temperatuur en luchtvochtigheid volledig doorweekt. Tijd voor een pauze dus. Daar zien we op de stoep bij een verkeersknooppunt de dorpsoudjes keurig naast elkaar zitten in rode kuipstoeltjes. Ze zwaaien vriendelijk naar ons en dat vatten we maar op als een uitnodiging om aan te schuiven. We nemen pontificaal tussen hen in plaats. Er ontstaat een gemoedelijke en zelfs jolige sfeer. We maken enkele foto’s samen en hebben de grootste lol, zeker als ze horen dat wij te voet uit Nederland komen. Het is het hoogtepunt van de dag voor die oudjes.
Na de pauze lopen we het dorp uit. Het eerste deel is mooi. We lopen ook het trainingspark van Lazio Roma in Formello voorbij. De route die daarna volgt is minder mooi: langs drukke wegen, vieze bermen en slecht onderhouden wegen. Je merkt dat je langzaam maar zeker de grote stad Rome nadert. Dan staan we voor een keuze: een 3 km langere weg nemen om een natuurgebied heen of de kortere, maar moeilijkere route die er dwars doorheen gaat. De keuze is snel gemaakt: de kortere route. Dat hebben we geweten. Het was een smal bospad vol met hindernissen. Soms lagen er bomen en struiken op het pad waar we onderdoor of overheen moesten kruipen en dat met een rugzak. Tot mijn schrik glibbert er voor mijn voeten een lange, dunne, groen-zwart geringde slang over het pad. Traumatisch! Het pad eindigt met een forse klim. Boven aangekomen moet ik eerst een hele tijd op adem komen, helemaal kapot, de eerste keer deze week. En wat lezen we op een bord als we het natuurpark verlaten? Peste suina africana (PSA). Dat is een virale infectie die wilde zwijnen treft, maar gelukkig niet overdraagbaar is op mensen. Maar toch … We hadden misschien beter die 3 km extra kunnen lopen.
Nadat we bijgekomen zijn, beginnen we aan het laatste stuk naar La Storta. Ondertussen krijg ik van het thuisfront bericht: Bram loopt hard langs alle bezienswaardigheden in Rome en Femke en Rob hebben zich gemeld bij hotel Trastevere. Morgen komen ook Lars, Imke, Thomas en Anna. Ik zie er naar uit hen allemaal op het Sint Pietersplein in de armen te sluiten. Bertine en ik worstelen ons door de laatste kilometers. We lopen langs een waterval langzaam omhoog naar La Storta. Als we op een geasfalteerde weg al een tijdje aan het wandelen zijn, krijgen we een bericht van Jan. Via ‘locatie delen’ kan hij zien waar we zijn. Hij meldt ons dat we de verkeerde kant op lopen. Omdraaien dus. Het hotel, Ostello di Apollo, bij het middeleeuwse kasteel Isola Farnese, blijkt dichterbij dan gedacht. Het hotel telt 15 kamers. Wij zijn de enige gasten. Na het inchecken vertrekt de beheerder weer. Vanavond gaat zijn vrouw voor ons koken.
Na het dutje heb ik videocontact met de familie in Rome. Zij zitten lekker pizza te eten bij een pizzeria en hebben het goed naar hun zin. Ook met Lars, Imke, Thomas en Anna videocontact gehad. Zij vertrekken morgenvroeg met het vliegtuig. Thomas had nog een aandoenlijk verhaal. Toen de leerkracht op school had gevraagd wie er een bekend, groot gebouw kon noemen, had hij het Colosseum genoemd! Ze hebben er zin in. Jan en Bertine zijn naar de mis geweest in het kerkje vlakbij. Ze waren zeer te spreken over de authentieke, warme en gastvrije sfeer binnen. Rond 19 uur gaan we eten, helaas binnen, want buiten stikt het van de muggen. We hebben het over de dag van morgen, de laatste dag. De verwachtingen zijn verschillend. Wat onderhuids al langer speelde, komt nu naar buiten. Ik heb jaren geleden al gezegd dat als we Rome zouden halen, ik graag mijn familie erbij wilde hebben om de intocht samen te beleven. Ik zie de intocht als een vreugdevolle afsluiting van 17 jaar wandelen. Bertine heeft daar andere gevoelens bij. Voor haar hoeft die kermis niet. Bij binnenkomst op het Sint Pietersplein herdenkt zij Jan Bakker en Lout, haar overleden dochter. Dat zijn twee moeilijk te verenigen gevoelens. Lastig. Rond 21.30 uur liggen we op bed. Morgen de laatste wandeldag. Rome. Wie had gedacht dat we er ooit zouden komen?
vandaag gewandeld: 22 km
in totaal: 1969 km
Vrijdag 15 september
Het is een raar hotel waar we zitten. Er zijn wel 15 kamers, maar het oogt verlaten, de beheerder is er vaak niet en de elektriciteit valt de hele tijd uit. We ontbijten buiten. Daar nemen we het besluit om niet de hele afstand door de vieze voorstad van Rome te lopen. Bovendien loopt Jan vandaag mee en die kan het met zijn rug niet de hele wandeling volhouden. De bus naar La Storta vertrekt op het pleintje bij de kerk, maar wel op onregelmatige tijdstippen. Dat betekent dus lang wachten. We komen op het verlaten treinstation van La Storta aan. Er rijden geen treinen vandaag, want er moeten spoorrails vervangen worden. We nemen de bus naar Monte Mario. Het is druk langs de weg die toevallig Via Trionfale heet. Over welke weg kun je beter binnen komen dan over een weg met deze naam? We gaan op een terrasje bij een bar zitten om wat te eten en te drinken. De stemming is wat bedrukt. Het einde van een 17-jarige wandeltocht is nabij en de verwachtingspatronen van de aankomst zijn verschillend. Bovendien zijn we door het nemen van de bus aan de vroege kant. Met mijn familie en mijn twee vrienden uit Rome hebben we afgesproken om rond 15 uur op het Sint Pietersplein aan te komen. Lars en Imke zijn met de kinderen nog onderweg. We doen het dus rustig aan. Als we langzaam de Monte Mario naar beneden aflopen, zien we voor de eerste keer de koepel van de Sint Pieter. Tijd voor een fragment van een gedicht van Bertus Aafjes als hij te voet Rome binnen komt:
Maar op een dag vol gouden loover
En lente en verguld azuur,
Trek ik den laatsten bergrug over
En leef mijn schoonste levensuur.
Want onder een cypres gezeten
Zie ik met stille oogen aan:
De stad, waarvan ik ben bezeten
Sinds ik vernam van haar bestaan.
De lang ontwende tranen wellen
Plotseling warm en één voor één:
Koepels drijven als waterbellen,
Teruggedrongen, er doorheen.
En tempels, kerken en arcaden,
Het wordt één stromend visioen
- Waarin het hart zich tracht te baden -
Van goud en parelmoer en groen.
En eindelijk tot rust gekomen,
Rijs ik omhoog met snellen tred,
Maar mompel steeds nog: Rome, Rome,
Als bad ik smeekend een gebed.
Door gouden hemelen omgeven,
Zingt hel een engel op mijn pad:
Dit is geluk. Ginds wil ik leven.
Daar ligt mijn tweede vaderstad.
(Uit: Bertus Aafjes – Een voetreis naar Rome (1946), pag. 55)
We naderen steeds meer Vaticaanstad. Op een kleine twee kilometer voor de eindstreep gaan we lunchen in een gelegenheid waar ook veel Italianen lunchen. We hebben veel bekijks, zeker als we besluiten elkaar hier te decoreren in plaats van op het Sint Pietersplein. Zo hebben we toch een gezamenlijk moment om af te sluiten en kan ieder zijn eigen intocht beleven op de manier zoals die dat wil. Langzaam wordt het dan tijd om de laatste kilometers af te leggen. Bertine kiest er voor om in stilte het plein op te zoeken. Als Jan en ik over de Via delle Fornaci onder de Largo di Porta Cavalleggeri doorlopen staan daar als eerste Claudio Campobasso en Mario Orlandi klaar om ons te verwelkomen. De begroeting en de omhelzing is heel hartelijk en er worden gelijk foto’s gemaakt, maar … waar is mijn familie?? Die blijken aan de overkant van het plein te staan, in de schaduw. Thomas ziet mij als eerste en rent op me af. Daarna volgt de rest. Ze staan klaar met lintjes waarop geschreven staat ‘Yes! You did it’. Ik val iedereen om beurten in de armen en kan het maar amper droog houden.
Daarna lopen we schuin de straat over naar de Friezenkerk. Dat bereik je door eerst een steile trap op te klimmen. Samen met Thomas en Nine staan we als eersten boven en van daar uit maak ik foto’s van iedereen als die de trap op lopen. Eerder had ik met Antoine Bodar, rector van de Friezenkerk, al contact gehad over de ontvangst. Op 20 juni van dit jaar kreeg ik deze mail van hem:
Geachte heer Kurstjens,
de pelgrimstocht en de levenstocht en ook het afbreken daarvan door sommigen van u komen nu na zeventien jaar dan toch tot voltooiing. In de hoop van blijvende zegen bereikt u dus 15 september het Sint Pietersplein, onderwijl biddend voor de gestorvenen en hun gedachtenis met u meedragend.
Natuurlijk bent u met de uwen hartelijk welkom in de Friezenkerk op die vrijdag voor een verversing. De kerk is open tot 17.00.
Komt u op zondag 17 september naar de Eucharistieviering van 10.30, dan reiken wij de pelgrims gaarne op het einde van de Mis de oorkonde van de Friezenkerk uit. Zelf kan ik dat evenwel niet doen, omdat ik dan niet in Rome zal zijn. Maar diaken Kees van Duin kan u opvangen en pater Johan Verschueren S.J., die celebrant is, zal u dan te woord staan. We zullen dan ook voor de gestorven dierbaren bidden.
Ik wens u en de uwen een behouden aankomst hier in Rome en groet u hartelijk daarvandaan,
Antoine Bodar, rector.
We worden zoals afgesproken vriendelijk begroet door een Italiaan die door de kerk aangesteld is om bezoekers te ontvangen. We mogen doorlopen naar de ontvangstruimte op de eerste verdieping. Daar drinken we wat. We nemen de tijd om bij te praten, weer aan elkaar te wennen en de emoties in goede banen te leiden. Met de kleinkinderen steken we in de kerk enkele kaarsjes op voor alle bekenden die de afgelopen jaren overleden zijn. Ook nemen we een kijkje bij de Heilige Trap en de muur gemaakt van Friese moppen.
Vervolgens gaat iedereen op eigen gelegenheid terug naar het hotel. Ik loop samen met Elly, Femke en Rob terug. Als we de wijk Trastevere in lopen en voorbij restaurant Da Massi komen, herkent de eigenaar mij en krijg ik een flinke omhelzing. Hier heb ik gereserveerd voor overmorgen, samen met de familie en met Claudio en Mario en hun partners. In hotel Trastevere kom ik eindelijk tot rust en doe ik mijn dagelijkse dingetjes: douchen, de was, appjes wegwerken, een tukkie. Rond 19 uur lopen we met de hele familie samen naar trattoria Da Lucia dat Elly een paar dagen geleden gereserveerd heeft. Een lange tafel staat buiten voor ons gedekt. Wat een gevoel van geluk bekruipt mij als ik om me heen kijk en de mensen die mij het meest dierbaar zijn om me heen zie zitten. Het is volbracht! De kinderen spelen lekker op straat. Als ze naar bed moeten, blijven Elly, Femke, Rob en ik nog even zitten om terug te blikken op deze emotionele dag en op 17 jaar wandelen. Ik had niet gedacht toen ik met Huub Hacking in 2007 in Aken begon dat het zo zou aflopen. Twijfels zijn er genoeg geweest, met name op fysiek gebied. Door de polyneuropathie voelden mijn benen elk jaar zwaarder aan. Het is goed geweest zo. Het is ook mooi om de wandeling samen met Jan en Bertine af te ronden. Er waren vaak verschillen van mening, irritaties en karakterverschillen, maar we hebben samen ook veel gelachen, meegemaakt en lief en leed gedeeld. Ook deze ervaringen waren onmisbaar.
vandaag gewandeld: 13 km
in totaal: 1982 km
Nog een gedicht van Bertus Aafjes over de Sint Pieter en het Sint Pietersplein:
Het is vandaag een souvereine
Gouden dag: een dag, goud op sneê.
En uit het heir van Romes pleinen
Voer ik u naar het schoonste mee.
Dat is, gij kunt het u wel droomen,
Het plein voor de Sint-Pieterskerk,
Wier koepel, helder en volkomen,
Stijgt naar het hemelsblauwe zwerk.
Wij gaan aan een der zuilen zitten,
Met nevens ons een liter wijn,
Trotseren lachende de hitte,
En kijken naar het sneeuwen plein.
(Uit: Bertus Aafjes – Een voetreis naar Rome (1946), pag. 64)
Het was Arthur Schopenhauer (1788-1860) die beweerde dat elk bereikt doel weer het begin vormt van een nieuwe tocht. Wie weet wat de toekomst brengt.
De voettocht naar Rome zit er op, maar voor de volhouders volgt nu nog een addendum met wederwaardigheden van een paar extra dagen in Rome:
Zaterdag 16 september
Vandaag is het een dag voor de familie. Ik had een speurtocht uitgezet langs een aantal bezienswaardigheden in de stad, maar na het eerste punt, het Tibereiland, en het drukkende, warme weer was het al snel afgelopen met de trip. IJsjes gaan vóór geschiedenis, en terecht. Het is een wonder dat we via de verkorte route langs het Circus Maximus samen nog het Colosseum hebben bereikt voor het maken van de tweejaarlijkse familiefoto. Kae is dan al onder zeil. Samen met Lars en Femke en aanhang gaan we tegenover het Colosseum nog een hapje eten. Daarna gaan ook zij hun eigen gang. Elly gaat terug naar het hotel en ik loop nog een archeologisch en toeristisch rondje langs de zuil van Trajanus, het monument van Victor Emanuel II, de insulae, de Santa Maria in Aracoeli met bimbo gesù, het standbeeld van de wolvin, uitzicht op het Forum Romanum, de Capitoleinse museum op het Campidoglio,de Joodse wijk/het getto en zo terug naar het hotel in Trastevere. Daar bezweet aangekomen eerst gedoucht en gedut. In de namiddag naar de speeltuin gegaan achter het hotel en met Imke en de kinderen een klein hapje wezen eten. Toen naar Bram en de kids in de Airbenb naast het hotel en ten slotte met iedereen naar restaurant Da Massi getogen. Samen met Claudio en Marina + Mario en Titti waren we met 16 personen in het restaurant. Heel gezellig, maar de tafel met kinderen was doodmoe. Die gingen al vroeg terug, maar niet nadat ik nog een verrassing kreeg: een glazen prijs met een 1 er op en Umberto wandelen naar Rome 2007-2023. Wat ontzettend lief!! Daarna bleven wij nog met onze Romeinse gasten achter. Lekker gegeten en gedronken en de afspraak gemaakt dat zij volgend jaar juli/augustus naar Nederland komen. Weer een bijzondere dag vandaag!!
Zondag 17 september
Vandaag, zondag 17 september, vond dan de officiële afsluiting plaats van de wandeling naar Rome met een oorkonde in de Kerk van de Friezen. Teresa Murkens ontving ons zeer hartelijk. Zij zou enkele foto's maken die ze me later zou doorsturen. Helaas zat bij dat bericht een paar dagen later ook een trieste mededeling van haar dat ze vanwege kanker aan de chemo-therapie moet. Pater Johan Verschueren sprak ons voorafgaande aan de mis. Hij vroeg ons of wij aan het eind van de mis iets wilden vertellen over onze tocht. Ik heb toen de voorgeschiedenis verteld van onze wandeltocht, Jan en Bertine over hun eigen ervaringen. Het was een emotioneel moment. De kerk zat helemaal vol met scholieren en met een groep toeristen uit Nederland. Ook René van Hees uit Tivoli was aanwezig. Na afloop konden we buiten voor de kerk iets drinken en bijpraten. Tot mijn verrassing sprak een leerkracht van de bezoekende school mij aan: of ik bij het Cito had gewerkt. Hij had van mij ooit een nascholing gehad in Utrecht over de examens! Het was inmiddels 12 uur geworden en op het Sint Pietersplein sprak de paus een menigte toe vanaf zijn woonvertrek rechtsboven. Hij eindigde met ‘buon pranzo’, een smakelijk middageten. Dat lieten Elly en ik ons geen twee keer zeggen. Wij namen afscheid van Jan en Bertine, net als eerder op de ochtend van Bram en Lars cs, omdat zij in de loop van de dag de trein naar huis zouden nemen. In de Borgo Po met Elly een hapje gegeten en daarna in het hotel een dutje gedaan. We zijn moe van alle emotie. 's Middags met Femke en Elly nog wat gedronken tegenover de Santa Maria in Trastevere en daarna deze mooie kerk bezocht. ‘S avonds namen Rob en Femke ons mee uit eten. Morgenmiddag gaan ook zij weer huiswaarts. Zo komt alles langzaam tot een eind en is het goed zo.
Maandag 18 september
We gaan met Femke en Rob nog even de stad in. Via het Joodse getto, piazza Mattei met het schildpaddenfonteintje, de plek waar een plaquette staat waar Aldo Moro dood gevonden is in een auto, het Largo Agentina (waar Caesar vermoord is) naar Santa Maria sopra Minerva (met olifantje van Bernini) en het Pantheon (waar je tegenwoordig voor moet betalen). Daar vlakbij iets gegeten. Na de lunch naar Piazza Navona, waar op dat moment filmopnames worden gemaakt. Op Campo dei Fiori staat Bruno midden tussen de marktkramen. Terug in het hotel nemen we afscheid van Femke en Rob. Na de siësta gaan we richting een voor ons nieuwe wijk: Testaccio. Niet veel te beleven. Uiteindelijk opnieuw bij de middeleeuwse kerk Santa Maria in Cosmedin uitgekomen en alleen de kerk bezocht (niet de bocca della verità). Prachtig, ook de crypte en de vloer. Daarna via de Tempel van Hercules Invictus Tempio di Ercole Vincitore en de tempel daarnaast doorgelopen naar het theater van Marcellus. Onderweg komen we nog een verwijzing naar Mussolini tegen, niet ongewoon hier in Rome. Langs het theater weer het Joodse getto ingelopen en bij de schildpaddenfontein (Fontana delle Tartarughe) een Aperol Spritz gedronken. Terug naar het hotel en omgekleed voor het avondeten bij restaurant Pasta e Vino. Lekker gegeten en met een Deens echtpaar gesproken. Bij het ommetje door Trastevere komen we toevallig langs de broers Da Massi. Een leuk weerzien! Samen op de foto. De avond wordt afgesloten met een ijsje. Morgen is de laatste dag in Rome.
Dinsdag 19 september
In de ochtend hebben we een gescheiden programma: Elly wil shoppen en ik wil nog enkele dingen bekijken. Ik loop weer de bekende route over het Tibereiland, daarna ga ik rechts van het Circus Maximus richting de Celio-heuvel. Daar ligt Villa Celimontana, de villa waar halverwege de 19e eeuw Marianne, de dochter van koning Willem I en Wilhelmina van Pruissen, een kunstenaarskolonie had en ‘in zonde leefde’ met een man, haar koetsier, zo mooi beschreven door Willemijn van Dijk in de. Italiaanse prinses. Nu zit er de Italiaanse Geografische Gemeenschap aan de Viale della Geografia. Het park er omheen is zeer geliefd als oase van rust in de hectiek van de stad. Van hieruit is het niet ver naar de Sint Jan van Latheranen. Eerst bezoek ik het achthoekige baptisterium, vaker gebruikt in een van mijn presentaties, daarna is de Sint Jan zelf aan de beurt. Wat een immense ruimte is er binnen en wat een protserige pracht en praal. Ik zie nog de oude zwart-wit beelden van Paus Paulus VI die in de jaren zestig op een zetel gedragen dit gebouw waggelend binnen kwam schuifelen. Zijn zetel is achterin nog te zien. Schuin tegenover de Sint Jan is de Heilige Trap te zien, ook al zo’n merkwaardig relikwie uit vervlogen tijden. Het zou volgens de overleveringen Helena geweest zijn, de moeder van keizer Constantijn, die ervoor gezorgd heeft dat deze trap en de bijbehorende heiligdommen in 326 naar Rome werden gehaald. Voorts gaat het op mijn katholieke kruistocht naar het hoogtepunt van mijn bezoek in Rome: de Basilica dei Santi Quattro Coronati. Het gaat mij om de zijkapel met fresco’s. Je moet eerst even op een belletje drukken, dan gaat er een luikje open, je schuift er een muntje doorheen dat gretig door een nonnetje in ontvangst wordt genomen en dan gaat achter je een deur van het slot waarmee je vrij toegang krijgt tot een kleine kapel met fresco’s. Daar zit een fascinerend verhaal achter uit de tijd rond 1240-1250, de tijd dat keizer Frederik II voor de tweede keer geëxcommuniceerd werd door de paus. Op de fresco’s is het verhaal van de bekering en de doop van Constantijn te zien. Het bekendste fresco is de voorstelling waarop keizer Constantijn de Grote (272-337) de tiara overhandigt aan paus Silvester I, de uitbeelding van de Donatio Constantini, de Schenking van Constantijn, een oorkonde uit de achtste eeuw. Volgens deze oorkonde zou keizer Constantijn het wereldlijke oppergezag van het westen hebben overgedragen aan paus Silvester I, als dank voor zijn overwinning op Maxentius. Het interessante is nu juist dat de keizer altijd kleiner/lager dan de paus wordt afgebeeld, een vingerwijzing naar het conflict tussen paus en keizer in die tijd: keizer Frederik II moest zijn plek kennen … Dan wordt het tijd om naar de vlakbij gelegen San Clemente te gaan. Ik ga dit keer niet naar de crypte, alleen naar de bovenkerk, en tot mijn verbazing mag ik vrij foto’s nemen, iets wat voorgaande keren absoluut niet mocht. Er zijn schitterende mozaïeken te zien én … een fresco van de heilige Christoffel met het kindje Jezus op zijn nek waarvan iedereen het verhaal kent dat bij het overzetten van het kind van de ene kant van een rivier naar de andere kant het gewicht steeds zwaarder werd. Zo voelde ik mij de laatste wandeldagen en -jaren ook, de toenemende zwaarte van de reis, letterlijk en figuurlijk. Hierna loop ik terug naar het hotel voor een siësta. Elly is inmiddels ook gearriveerd. We besluiten de namiddag samen door te brengen in het centrum, een pad langs oude toeristische routes die we in het verleden samen hebben afgelegd: het Campo dei Fiori met Bruno (lekker vers sapje gedronken op de markt), het Piazza Navona, waar we bij San Agnese met haar muizenkopje op bezoek zijn geweest (met tijdelijk drie schilderijen van El Greco) en ten slotte wat gedronken bij Piazza del Fico, waar je buiten ook kunt schaken. Rond 19 uur schuiven we aan bij restaurant La Quercia, waar Elly mij op een heerlijke maaltijd trakteert op het terras. Een waardige afsluiting niet alleen van de wandeling, maar ook van het verblijf in Rome.







































































































































































































































































































































































>

























































































































































































































































































