Translate

13 september 2017

Elfde etappe: van Sankt Anton am Arlberg naar Laas/Lasa (za. 2 - zo. 10 sept. 1917)

Traveling - it leaves you speechless, then turns you in a storyteller
(Ibn Batutta, 1340)


Leeftijd en identiteit
Zaterdag 2 september 2017
Het is de laatste dag van de voorbereiding voor de elfde etappe en dus het elfde jaar van de wandeltocht naar Rome. Een jaar gleed voorbij van ziekte, afscheid nemen, verwerken, stress, maar ook van trots (mijn vrouw en kinderen), nieuw leven (Anna, ons tweede kleinkind), reizen (Italië), verdieping (studie) en hoop (er ligt nog steeds een toekomst te wachten). De jaarlijkse wandeling in september stemt vaak melancholisch: de zomer is voorbij, de winter komt eraan. Tijd voor bezinning. Niemand kan dat gevoel zo mooi verwoorden als de Italiaanse zanger Francesco Guccini, die ik in 2005 in Bologna heb ontmoet:
Settembre è il mese del ripensamento sugli anni e sull' età,
dopo l' estate porta il dono usato della perplessità, della perplessità...
Ti siedi e pensi e ricominci il gioco della tua identità,
come scintille brucian nel tuo fuoco le possibilità, le possibilità...
(September is de maand van de heroverweging over de jaren en over de leeftijd,
na de zomer komt het cadeau van verwarring, verwarring ...
Ga zitten en begin opnieuw het spel van jouw identiteit,
zoals vonken in je vuur branden, kansen, mogelijkheden ...)
(Francesco Guccini, uit: Testo Canzone Dei Dodici Mesi) (https://www.youtube.com/watch?v=8H6gSdQQ7mU)
Vandaag wordt er gepakt en gewogen. Niet te veel meenemen, keuzes maken, het hoogst noodzakelijke en toch weer te veel (want je weet maar nooit). Vanavond neem ik de trein naar Den Bosch en samen met Jan ga ik verder naar Amsterdam. We overnachten bij Dries Coolen, een zoon van Bertine. Morgenvroeg nemen we in alle vroegte het vliegtuig naar Innsbruck. Vervolgens pakken we de trein naar Sankt Anton am Arlberg, de plaats waar we het vorig jaar gebleven zijn. Vanaf maandag lopen we vijf dagen door de Alpen op weg naar de Reschenpas en dus komen we dit jaar Italië binnen! Het is vandaag 6° C. in Sankt Anton en het regent. Ik heb maar niet opgezocht waar de sneeuwgrens ligt.
Rond 18.00 uur brengt Elly mij naar station Wijchen. Een uur later ontmoet ik Jan in Den Bosch. Samen nemen we de trein naar Amsterdam waar wij Bertine ontmoeten. Het is een wonder dat ze meeloopt. In januari is zij in Suriname in een riviertje uitgegleden en brak daarbij haar kuitbeen. Pas een maand later werd ze daaraan in Nederland geopereerd. Tot begin juni kon ze vrijwel niet lopen. Daarna werden de schroeven eruit gehaald en wonder boven wonder herstelde ze zo snel dat ze nu alweer kan meewandelen. Een sterke oma, die tante! ’s Avonds lopen we nog een rondje door de buurt in Amsterdam en drinken we op een terrasje op een goede afloop.

Zondag 3 september 2017
Half vijf gaat de wekker, drie kwartier later zitten we in een taxi op weg naar Schiphol. Rond 9.00 uur komen we in Innsbruck aan. We nemen de bus naar het station en vervolgens de trein naar Landeck. Voor het station van Landeck ontmoeten we een ouder Australisch echtpaar. Zij vliegen jaarlijks rond deze tijd naar Europa om een fietstocht te maken. Hij is in 1943 in Assen geboren en in 1956 naar Australië geëmigreerd. Hij spreekt nog een beetje Nederlands. Zij willen dit jaar via het Comomeer en Venetië naar Wenen fietsen. Dat zijn pas krasse knarren! Wij nemen in Landeck de bus naar Sankt Anton am Arlberg waar we rond 13.00 uur aankomen in hotel Alpenleben.
 
Daar rusten we even uit van de vermoeiende reis. Het duurt ieder jaar langer om weer bij het eindpunt van het jaar daarvoor uit te komen. In het hotel kregen we gratis dagkaartjes om de skilift naar boven te nemen. De eerste lift bracht ons naar Gampen (1850 m.), de tweede naar Galzig (2185 m.). Daar was vanwege het slechte weer de dagen ervoor zeker 20 cm sneeuw gevallen.
 
 
 
 
 
 
Een rare gewaarwording om in de zomer met sneeuwballen te gooien! Beneden in Sankt Anton hebben we op een terras chocomel met rum en slagroom genomen om de start van de elfde wandeletappe te vieren. Terug in het hotel zijn we alle drie in de kelder naar de sauna gegaan. We zijn er klaar voor!
 

Maandag 4 september 2017
Bij vertrek maakt de receptioniste een foto van ons, gepakt en gezakt, met de besneeuwde bergen op de achtergrond.
Het is prima wandelweer, niet te warm en niet te koud, geen regen en geen wind. En dan te bedenken dat het hier nog geen 2-3 dagen geleden spookte met wind en regen! De eerste twee uur lopen we een makkelijk parcours in een mooie omgeving langs een smal beekje, de Rosanna.
 
 
 
 
 
De eerste stop na 10 km is in een groot hotel in Flirsch: Basur. Koffie en apfelstrudel is onze beloning.
 
Vanaf Flirsch gaat het flink bergopwaarts, in de omgekeerde richting van de aangegeven Jacobsweg naar Santiago de Compostella. We komen door dorpjes met namen als Veril en Unterweg. Daar ontmoeten we een man die met een tuinslang bezig is. Hij blijkt al 35 jaar treinmachinist te zijn. Hij vertelt dat er jaarlijks in Oostenrijk zo’n 100 mensen zijn die zich voor de trein werpen. Zelf heeft hij het helaas ook twee keer meegemaakt. Hij voorziet ons van water en verder gaat het door het bos en langs een kruisgang met staties.
 
 
 
 
 
Het uitzicht na de vele beklimmingen is adembenemend. Plaatjes voor een briefkaart! Onderweg komen we mensen tegen met wie we een praatje houden en die ons de weg wijzen. Een leuke ontmoeting was er met een Italiaans echtpaar en hun twee zonen van ongeveer 8 en 12 jaar. Ze wonen in Bassano del Grappa en wandelen, net als wij, jaarlijks een week, alleen lopen zij in de omgekeerde richting, vanaf de Brennerpas. Een aandoenlijk groepsportret is het resultaat.

 

 
 
Via Grins en Stanz lopen we bergafwaarts naar Landeck. In het centrum zien we een 4-sterrenhotel. Jan onderhandelt op zijn welbekende charmante manier met de receptioniste en krijgt het voor elkaar om met een korting een driepersoonskamer vast te leggen. In de loge maakt zij een foto van ons, naast elkaar zittend op een sofa, met de handjes op de knieën, onder een schilderij met berglandschap. Hilarisch! Op het terras drinken we een pint en gaan daarna naar onze kamer. Na een warme douche, een dutje en een warme maaltijd is het lekker slapen.


Vandaag 30 km. gewandeld. In totaal: 1005 km.
Dinsdag 5 september 2017
We verlaten het hotel om 9.15 uur. Het miezert buiten, maar niet voor lang. We volgen vandaag een fietspad dat langs de rivier de Inn loopt, stroomopwaarts, dat betekent dus geleidelijk aan klimmen, vandaag zo’n 200 meter. Het weer wordt langzaam beter. De ‘Radweg Reschenpas’ is goed te bewandelen. De Inn is vanwege de hevige neerslag van de afgelopen dagen onstuimig, soms zelfs woest kolkend. Als de bewolking en de mist verdwijnen komt er weer een schitterend dallandschap tevoorschijn.







 


In het plaatsje Prutz (what’s in a name!) tappen we water uit een bron. Het water heeft een hoog ijzer-, calcium-, magnesium- en zwavelgehalte. Als dat niet helpt bij het wandelen … In het dorpje zelf pauzeren we bij een bakker. Uit ervaring van de afgelopen jaren weten we dat de plaatselijke bakker de beste informatiebron is. De verkoopster belt voor ons naar een overnachtingsadres in Tösens, zo’n 9 kilometer verderop. Dat is alvast geregeld.

Regelmatig kom ik onderweg verwijzingen tegen naar de Tiroler geschiedenis en de gevechten in 1809 tegen ‘de onderdrukker’. Het gaat over de opstand van de Tiroler bevolking onder leiding van Andreas Höfer tegen de Beierse bezetting, en daarmee tegen Napoleon.

Het laatste gedeelte van de etappe wijken we af van het fietspad en nemen we een wandelpad. Het blijkt een prachtig pad te zijn, maar … zoals zoveel van deze paden: smal, steil, glibberig en veel klimmen. Zeker na de regen van de afgelopen dagen is het goed uitkijken geblazen. Na de afdaling komen we uit bij het plaatsje Tösens. De brug bij binnenkomst van het dorp biedt een fraai plaatje van de bochtige Inn.
 
 








 
 


 

Tegenover de kerk ligt ons hotel: ‘Wilder Mann’. Op het terras drinken we in het zonnetje onze welverdiende pint. We raken aan de praat met een Belg uit Leuven die vroeger samen met zijn maat het komische duo ‘Flojelle (Floor en Jelle) vormde. Vanwege de vele optredens in de weekenden, waarbij men vaak van thuis was, is men met die optredens gestopt. Gelukkig is de humor van de Belg gebleven en werd er nog lang op het terras in Tösens onder het genot van een pilsje gelachen …




 

Vandaag 25 km. gewandeld. In totaal: 1030 km.
Woensdag 6 september 2017
We gaan lekker vroeg op pad. Vandaag moeten we naar Nauders, vlak bij de Reschenpas. We zien met name op tegen de laatste steile kilometers. De eerste kilometers zijn goed te doen. Het is bewolkt, maar het regent niet.






In het plaatsje Pfunds gaan we naar de plaatselijke VVV om te informeren naar overnachtingsmogelijkheden in Nauders, maar ook om te vragen naar de juiste wandelroute over de pas. Daar wordt ons verteld dat de laatste kilometers van de fietsroute (dus ook onze wandelroute) naar Nauders is afgesloten vanwege reparaties aan het pad én vanwege lawinegevaar van stenen. We zullen dus het laatste stukje de bus moeten nemen. Zoals gebruikelijk versterken we eerst de inwendige mens bij een Konditorei en vervolgen daarna de wandelroute verder langs de Inn. We lopen onder de Kajetansbrücke richting de Zwitserse grens.





 



Het dal wordt steeds nauwer en donkerder en de rivier steeds onstuimiger. Plotseling staan we bij een soort vesting met brug over de Inn: de Finstermünz (waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse Fines intra montes, de uiteinden van de Alpen), een oude, versterkte grenspost in de rivier de Inn. De Finstermünzpas ligt ingeklemd tussen de Nauderer bergen van de Ötztaler Alpen in het oosten en de Sesvennagroep in het westen. Over de pas liep in de Romeinse tijd de Via Claudia Augusta, waarvan wij de route met dezelfde naam volgen.








Zo majestueus gelegen in de rivier maakt het een grote indruk op ons, zodanig dat we per ongeluk de bewegwijzering niet meer volgen, vergeten de brug over te steken en de route dus aan de verkeerde kant vervolgen. Boven aan de weg blijken we in Vinade (Weinberg), Zwitserland, uitgekomen te zijn! Gelukkig is daar een bushalte en niet veel later zijn we op weg naar Martina. Jan maakt een praatje met de chauffeur en gevraagd naar de huidige politieke situatie geeft hij aan een ‘gezwungener Italiener’ te zijn.




Vanuit Martina vertrekt een andere bus naar Nauters, over een weg met veel haarspeldbochten, dus veel klimmen. Inmiddels is het begonnen te regenen, maar gelukkig alleen als wij in de bus zitten. Rond 14.30 uur komen we in de wintersportplaats Nauders aan. We regelen een overnachting via het plaatselijke VVV-bureautje en drinken een kop koffie op het terras. Daarna gaan we op weg naar ons appartementje. We zitten vlak bij het drielandenpunt Oostenrijk-Zwitserland-Italië. Morgen lopen we Italië binnen!




 
Vandaag 19 km. gewandeld. In totaal: 1049 km.
Donderdag 7 september 2017
Rond 8.45 uur vertrekken we richting de Italiaanse grens. Het is bewolkt, maar al gauw wordt het prachtig wandelweer met veel zon. Na een uur licht klimmen bereiken we de Italiaanse grens. Bertine kust de grond: eerst aan de verkeerde kant, daarna aan de goede. Ik ga onder het bord ‘Italia’ staan.

Niet veel later staan we boven op de Reschenpas en kijken uit op de Reschensee. Het is er prachtig! Aan de waterkant bij de plaats Reschen (Resia in het Italiaans) pauzeren we. Een flinke apfelstrudel met slagroom en cappuccino is ons deel. Elly en ik zijn hier zes weken geleden ook geweest, alleen laat dit keer de bediening te wensen over.
 
We wandelen voorbij de Grauner Turm. Daar staat een kerktoren in het water, een iconisch beeld, bekend van vele toeristische folders. In de jaren dertig van de vorige eeuw werd onder Mussolini besloten om van dit meer een stuwmeer te maken. Het oude plaatsje Graun werd toen opgeofferd: afgebroken op de kerktoren na die nu fier overeind staat in het water.

We lopen links aan de straatkant het meer voorbij tot we aan het eind ervan bij St. Valentin aankomen. Het is nog vroeg in de middag en omdat het mooi weer is, besluiten we door te lopen, maar nu aan de overkant van de Haidersee. Het blijkt een fantastische wandel-/fietsroute te zijn. En ook het begin van de rivier de Etsch/Adige (vandaar de naam van de regio: Alto Adige; de rivier stroomt door heel Zuid-Tirol en is na de Po de langste rivier van Italië).
Rond 15.30 uur komen we aan in Burgeis, een leuk plaatsje met een prachtig mooi wit Benedictijnerklooster, Marienberg, gelegen tegen de helling van een heuvel. We vinden in hotel Christoffel onderdak, een toepasselijke naam voor dit hotel. Achter in de tuin staan drie rieten ligstoelen. Daar spreiden we ons in het zonnetje uit met, jawel, een lekker pilsje binnen handbereik. Wat een beloning op deze prachtige wandeldag!
Rond etenstijd kwamen we nog twee jonge enthousiaste meiden tegen uit München die met eenvoudige fietsjes onderweg waren naar Verona. Er volgde een leuk gesprek over onze wandeling (ongeloof). Ze hadden natuurlijk weinig geld voor een overnachting en dachten eraan eventueel in een hooischuur te slapen. Jan zat de boel aardig op te stoken en er werd veel gelachen.

Vandaag 24 km. gewandeld. In totaal: 1073 km.
Vrijdag 8 september 2017
De volgende ochtend lopen we wederom met stralend weer het plaatsje Burgeis uit met aan de rechterkant klooster Marienberg en links het kasteel Fürstenburg. Het is onze laatste wandeldag. Het wandel-/fietspad is prima: ver weg van de grote straat, mooi geasfalteerd en egaal, maar erg druk met fietsers die allemaal met dit mooie weer bergaf willen richting Merano en Bolzano tot Verona aan toe.






Vanaf Sankt Anton worden we al achtervolgd door ‘Gore Tex’: een zevendaagse wedstrijd hardlopen door Tirol (Transalpine-run), gesponsord door de firma Gore Tex, die kunststof maakt die veel toegepast wordt bij kleding en schoenen. Deze kunststof is ademend en toch waterdicht, waardoor men regenwater buiten kan houden zonder dat kleding gaat broeien. Al na 7 of 8 kilometer drinken we in het dorpje Glurns (Glorenza) een kop koffie, want voorlopig komen we hierna geen dorpje meer tegen. Glurns is een leuk middeleeuws plaatsje met de vestingmuren en de toegangspoort nog intact.

We lopen vrijwel de hele dag langs de rivier de Etsch/Adige, een heerlijk kabbelend geluid om te horen. Na de nodige rechttoe-rechtaan-kilometers buigt het pad om en lopen we via een lange lus het plaatsje Prad binnen. Daar blijken we bij de finish van de zesde etappe van de Gore Tex-Transalpine-run aanbeland te zijn met warempel een Nederlands koppel als winnaars bij de ‘samen meer dan 80-jaar’-categorie. Jan gaat er gelijk op af, maakt een praatje en een foto. We krijgen van de organisatie gratis een bakje ‘gezond voer’ aangeboden, met een mix van allerlei lekkere gezonde dingen.







Daarna drinken we op een terras koffie en besluiten we om vandaag nog één plaats verder te lopen, tot Laas (Lasa), want die plaats heeft een treinstation. De laatste kilometers vallen zwaar: we hebben vermoeide benen, het pad is eindeloos en de zon schijnt flink. Uiteindelijk komen we via een marmerbewerkingsfabriek in het plaatsje zelf aan. Laas staat bekend om prachtig wit en hard marmer, mooier en beter dan het marmer van Carrara wordt gezegd. Het nieuwe World Trade Centre In New York heeft uitsluitend marmer uit Laas gebruikt.






 
 
Pal naast het stationnetje staat een grote oude boerderij, omgebouwd tot appartementencomplex: ‘Fohlenhof’. Op de binnenplaats van Fohlenhof worden we vriendelijk ontvangen door de vrouw des huizes. Zij komt oorspronkelijk uit de Steiermark, bij Graz, en is na haar huwelijk met de eigenaar van de boerderij verhuisd naar Laas. We drinken natuurlijk eerst een grote pot bier om de goede afloop te vieren.





Plotseling haalt Bertine uit haar rugzak drie grote gouden chocolademedailles van Jamin. Laat ik nou thuis precies hetzelfde idee hebben gehad en trots haal ik de drie medailles uit mijn rugzak. Als klap op de vuurpijl tovert Jan ook drie precies dezelfde medailles uit zijn rugzak, zonder dat we iets afgesproken hadden. De vrouw des huizes fotografeert er lustig op los en legt dit hilarische tafereel voor de eeuwigheid vast.






 
We drinken, dutten en liggen lekker in het zonnetje volop te genieten. De laatste wandeldag zit er op. We hebben het gehaald zonder al te veel lichamelijke kwaaltjes. Bertine had wat last van haar scheenbenen, Jan had te kleine wandelschoenen bij zich en heeft nu drie blauwe teennagels en ik had de tweede en derde dag een beetje spierpijn in de kuiten. That’s all!
Vandaag 26 km. gewandeld. In totaal: 1099 km. Alleen deze week: 124 km.
Zaterdag 9 en zondag 10 september 2017
We nemen de trein van Laas naar Mals, daar stappen we over op de bus naar Martina (de chauffeur is een Italiaan uit Zuid-Tirol die geen woord Duits spreekt, de tegenhanger van de chauffeur van een paar dagen geleden), van daaruit nemen we weer de bus naar Landeck alwaar we de trein naar Innsbruck nemen. De middag brengen we in de stad door. In de namiddag worden we opgehaald door Silke Jung die ons meeneemt naar haar huis. We nodigen haar en haar man Eckhard uit om te gaan eten, uit dank voor de overnachting bij hen. Zij hadden ons een vorstelijke ontvangst bereid in hun huis, met lekkere wijn en zelfgemaakte taart en hapjes. Hartverwarmende gastvrijheid en vrienden voor het leven. De volgende ochtend brengt Silke ons naar het vliegveld van Innsbruck en begin van de middag zijn we weer thuis.





Volgend jaar om deze tijd vertrekken we weer vanuit Laas richting Merano en Bolzano. Het begint op te schieten richting Rome!
 
Interview in De Gelderlander, dinsdag 3 oktober 2017: