Dinsdag
13 september 2011
Er kan veel gebeuren in een jaar. Op 30 oktober 2010 is
ons wandelmaatje en levensgezel van Bertine, Jan Bakker overleden. Enkele dagen
voor zijn overlijden namen we afscheid van elkaar. Hij sprak toen de
legendarische woorden ‘tot in de Engelenburcht!’ en dat hakt er wel even in.
Nu zijn we bijna een jaar verder. De volgende
wandeletappe staat ons te wachten: van Oberwesel naar Worms, naar inschatting
een 100 kilometer in vier dagen. Opnieuw is er een kink in de kabel gekomen:
Jan Tielemans is enkele weken geleden door zijn rug gegaan en kan niet mee.
Eerst wilden we de wandeling niet laten doorgaan, maar Jan stond er zelf op dat
de (jaarlijkse) vaart er in bleef en dus besloten Bertine en ik uiteindelijk om
dit jaar dan maar samen te gaan. Zij heeft aangeboden om mij met haar camper op
te halen en vervolgens naar Oberwesel te rijden.
Om half vijf ’s middags staat de camper voor de
deur. We eten en drinken wat en als Elly om 18 uur thuis komt van haar werk,
vertrekken wij.
Elly zwaait ons uit en dan volgt een lange rit naar Oberwesel
waar we rond 21.45 uur, als het al donker is, aankomen. We zetten de camper op
de parkeerplaats voor het station neer en lopen richting het centrum van het
langgerekte dorpje. In een plaatselijk cafeetje drinken we wat bier en wijn en
hebben we veel plezier om de rare inrichting met reclameborden in het café.
Ondertussen begrijpen we wel dat parkeren voor het station niet zo maar kan,
dus besluiten we de camper iets verder weg bij de ingang van een kampeerterrein
neer te zetten. Morgen zien we wel verder.
Woensdag
14 september 2011
Ik heb heerlijk geslapen in de camper en voel me
uitgerust voor de eerste etappe. Tegenover het station, naast de kerk, begint
het pad, gelijk stijl naar boven naar de burcht. Dat is even afzien en gelijk
schiet de vraag weer door mijn hoofd: hou ik dit wel vol?
Na het dorpje
Dellhofen gaan we van de weg af. De routebeschrijving van het Boven
Middenrijndal laat ons al snel in de steek. We wilden via Perscheid boven langs
door de bossen naar Bingen wandelen, maar al gauw blijkt dat we van die weg afgedwaald
zijnen vlakbij Langscheid zijn uitgekomen. Daarop besluiten we dan maar, ook
omdat het vandaag een lange afstand is, om naar Bacharach te wandelen en
onderlangs de Rijn verder te lopen. Onderweg komen we veel wijngaarden tegen met een prachtig uitzicht over de Rijn.
Buiten Bacharach komen we per toeval op een
camping terecht van Nederlandse eigenaren. Rond half een zitten we daar op een
terras met uitzicht over de Rijn in het warme zonnetje te genieten van nota
bene een ‘Donauwelle’, een stuk cake gevuld met kersen en chocola. Heerlijk!
Daarna volgt een lange, lange tocht over een
volkomen vlak lopend fietspad langs de Rijn. Vanwege het weer, de Rijn en het
uitzicht is het buitengewoon mooie tocht. We lopen in hoog tempo en hebben er
zin in.
Na nog een pauze bij Trechtingshausen lopen we na 17 uur de stad Bingen
in. Bingen is vooral bekend geworden door Hildegard van Bingen, een non die
leefde van 1098 tot 1179 en die bekend geworden is vanwege haar visioenen die
opgetekend zijn en de vele muziekcomposities die doen denken aan het
Gregoriaans. Ze heeft onder andere gecorrespondeerd en een ontmoeting gehad met
Frederik Barbarossa en dat past weer mooi in deze tocht van Aken naar Rome.
Haar gebeente ligt niet in Bingen, maar in de parochiekerk van Eibingen,
vlakbij Rüdesheim, aan de andere kant van de Rijn.
de visioenen van Hildegard worden opgeschreven door haar secretaris Volmar;
de reliekschrijn van
Hildegard van Bingen in Eibingen
Ons pension aan de Rupertsberg is snel gevonden. We
hebben een mooi uitzicht op de stad. Om de beurt nemen we een weldadig bad en
gaan daarna de stad in.
Eerst bezoeken we de waterkant, waar veel Rijncruiseschepen
kunnen aanmeren, daarna gaan we het stadscentrum in. Alhoewel er vrijwel niets
meer bewaard is aan gebouwen uit de tijd van Hildegard, zijn er nog genoeg
‘oude’ gebouwen over, maar ook hier kun je zien dat de Duitse steden veel
geleden hebben van de Tweede Wereldoorlog.
Op aanraden van de pensionhoudster
gaan we naar restaurant Gaggianer (Badergasse 36) en dat blijkt een schot in de
roos. Lekker buiten zitten, leuk ingericht en gezellig druk. We nemen een grote
pul bier om het succes van de eerste dag te vieren en nemen een heerlijk maal.
We raken na het eten nog aan de praat met een levendig oud vrouwtje. Ze was
vroeger turnster. Ze vertelt dat ze iedere dag trouw haar oefeningen doet. Aan
wijsheid ontbrak het haar ook niet: je moet zelf het leven maken, niet wachten
tot anderen naar jou toe komen, maar je moet zelf de anderen opzoeken. Ze wordt
binnenkort 90 jaar … Rond half tien liggen we in bed en vallen als een blok in
slaap. Waarschijnlijk is het oude vrouwtje dan nog bezig haar benen in haar nek
te leggen.
Alles bij elkaar hebben we vandaag rond de 30 km.
gelopen.
Donderdag
15 september 2011
Het ontbijt is verrukkelijk en het weer is wederom
fantastisch: strak blauwe lucht, zonnetje, 20-22°. Wat wil je nog meer; ideaal
wandelweer! Om 9.10 uur lopen we met onze rugzakken naar buiten, over de brug
de stad Bingen in. De route voert ons eerst langs de ruïnes van een kasteel met
een hoge toren.
Daar worden we vriendelijk geholpen op weg naar de Jacobsberg. Het
blijkt een onderdeel te zijn van de oude pelgrimsroute van Aken naar Santiago
de Compostella! Net buiten Bingen hebben we een mooi uitzicht over de stad, de
Rijn en de overkant. Een jongen wijst ons op een monument links aan de overkant
dat ingekapseld is. Het betreft de restauratie van het beeld ‘Die Germania’.
Het beeld is daar in 1883 neergezet als herinnering aan de Duitse eenwording
van 1871. Rechts aan de overkant zijn de omtrekken van het klooster van Rupertsberg
te zien.
Verder gaat de tocht, door de wijnvelden, via
Ockenheim de Jacobsberg op, waar de Jacobskerk staat.
Precies rond het
middaguur komen we daar aan, een mooie tijd om te pauzeren. We hebben van
daaruit een schitterend uitzicht over Bingen en het Rijndal. Vanaf nu wordt het
goed zoeken naar de juiste weg. De route is aan het begin gelukkig goed
aangegeven. Opnieuw lopen we door de wijnvelden, waar we ons tegoed doen aan
overheerlijke druiven.
Maar plotseling houdt de bewegwijzering op (of we moeten
een aanwijzing gemist hebben) en staan we voor een geasfalteerde weg. Wat te
doen? We nemen op goed geluk een afslag en volgen kompas en zon. Boven op een
heuvel zien we in de verte een dorpje. Maar welke plaats is dat? We besluiten
naar twee tractoren te lopen die in de verte het land bewerken. Een boer en
boerin die aardappelen aan het oogsten zijn wijzen ons de juiste weg. We hebben
iets omgelopen, maar niet ver. Langs een saaie boerenlandweg komen we
uiteindelijk aan bij het plaatsje Wolfsheim. Daar pauzeren we opnieuw: Bertine
languit op een muurtje, ik op een bank. We zijn goed moe van al dat klimmen en
dalen en het eind is nog niet in zicht.
Rond 16 uur vertrekken we weer, opnieuw
door de (overheerlijke!) wijnvelden. De laatste 5 km gaan over de gewone weg
door drie plaatsjes: Gau Weinheim, Wallertheim en Armsheim, daar is ons
overnachtingsadres. Bertine zakt bijna door haar hoeven van vermoeidheid. Om 18
uur komen we aan.
We slapen in een soort souterrain. Alleen bij de plaatselijke
sporthal kunnen we wat te eten krijgen. Twee dikke, ronde vette dames zorgen
voor een maaltijd waar een heel gezin drie dagen van kan eten. Moeilijk te
rijmen met een sporthal, maar goed, wij hebben te eten en te drinken en wat er
over is laten we staan (voor de dames?!). Met pijn aan de schouders, de kuiten
en enkele tenen duik ik het bed in. Morgen zal de route iets minder lang zijn,
in ieder geval niet de (wederom) 30 km van vandaag. Opnieuw val ik rond half
elf als een blok in slaap.
Vrijdag
16 september 2011
Na een woelige, onrustige nacht (warme kamer en de
cadans van het wandelen zit nog in het lijf), staan we om half acht op en
ontbijten we in een bijgebouwtje buiten. Daar zitten ook al zo’n tien oudere
mannen om een grote tafel aan het ontbijt (druivenplukkers?). Als de
pensionhoudster binnenkomt, roepen ze allemaal in koor ‘Gutenmorgen!’ Erg
komisch.
Mijn twee linker tenen aan mijn rechtervoet voelen niet goed aan, dus
besluit ik die extra in te tapen en ze met een gelei te bewerken. Dat gaat
verder goed. We hebben besloten, bij gebrek aan een officieel wandelpad, het
fietspad te volgen. Dat voert ons naar Flonheim en van daar gaat het weer steil
naar boven, de zoveelste heuvel op. Het weer is opnieuw prachtig. Wat boffen we
toch! Het pad voert langs de bekende wijnvelden en landbouwgronden, ‘versierd’
met vele windturbines (in aanbouw).
Bij het plaatsje Heimersheim gaan we onder de autoweg
door, weer heuvel op en heuvel af totdat we de tamelijk grote plaats Alzey zien
liggen. Daar drinken we koffie en nemen wat gebak op een terras bij een
supermarkt. Niet gezellig, maar we waren er wel aan toe. Verschillende mensen
helpen ons enthousiast verder door ons de weg te wijzen naar het centrum van
Alzey. Daar is tussen de vele Fachwerkhäuser een kermis aan de gang.
Verder
gaat het weer, over een autoweg naar Dautenheim. Opnieuw is het klimmen
geblazen dwars door de wijnvelden. De afdaling leidt ons naar het plaatsje
Eppelsheim. Daar gaan we languit op een grasveldje liggen, uitgeteld. Dat zijn
de boertjes van het dorp niet gewend. Ze rijden met hun landbouwvoertuigen
gevaarlijk slingerend over de weg als ze naar ons kijken. Na een dutje en wat
eten en drinken volgt het laatste, niet al te lange deel van de etappe naar
Gundersheim, een leuk, knus dorpje. Rond 17 uur komen we aan bij ons pension.
Met aftrek van de pauzes klopt mijn inschatting van gisteren heel aardig: 25
km.
’s Avonds gaan we op aanraden van de pensionhoudster naar een restaurantje vlakbij. Het blijkt het restaurant-wijnbedrijf ‘Huppert’ te zijn (www.weingut-huppert.de). Bertine is gelijk weg van de eigenaar, Andreas Huppert, een charmante veertiger.
We bestellen eerst een grote pul bier voor de dorst
en dan een maaltijd met een fles droge witte wijn, een Grauer Burgunder, voor
maar €4,95. En dan begint na niet al te lange tijd de alcohol zijn werk te doen
en krijgen we een beetje de slappe lach. Herr Huppert kan de lol er gelukkig
wel van inzien; je krijgt immers niet dagelijks wandelgasten uit Nederland op
bezoek. We besluiten aan het eind van de avond om nog drie flessen wijn te
kopen voor het thuisfront. Lekker extra gewicht morgen voor de laatste dag,
maar na de wijn van vanavond zien we morgen wel verder ….
Zaterdag
17 september 2011
Zoals iedere dag staan we ook nu weer om half acht
op. En alweer krijgen we een eitje bij het ontbijt. De pensionhoudster kan er
niet over uit dat we helemaal naar Rome wandelen. Das gibts doch nicht!
Om
kwart voor negen (we zijn iedere dag sneller!) lopen we al met onze rugzak door
de straten van Gundersheim. Plotseling horen we ‘Gutenmorgen!’ roepen. Het
blijkt de heer Huppert van gisteravond te zijn die in een schuur bezig is.
Bertine valt bijna in katzwijm bij het zien van haar knappe prins en ik ook,
maar dan van het lachen. Na wat gepraat over en weer gaat de tocht verder.
Helaas vergeten we een foto te maken voor op het nachtkastje van Bertine. We
lopen via de dorpjes Bermersheim en Gundheim naar Abenheim. Bij de plaatselijke
bakker eten we een pruimenvlaai die niet te vreten valt en drinken we koffie
dat net slootwater is. We besluiten niet te lang in dit ongezellige dorp te
blijven. We ruiken bovendien de stadslucht van Worms. Het parcours is wel het
minste van deze vier dagen, evenals het weer. Het regent weliswaar niet, maar
het zonnetje is verdwenen. Plotseling zien we rond 13 uur en na 18 km wandelen
de Dom in de verte uittorenen boven de stad. Wat een prachtig gezicht! En wat
een ontroerend moment: kun je je een mooier slot van een wandeling
voorstellen?!
We lopen naar het station en zien plotseling veel politie op de
been. Dat is wel een erg merkwaardig ontvangstcomité. Een rollend en bijna
grommend geluid vanonder een tunnel komt ons tegemoet: het blijken voetbalsupporters
van de 1. FC Kassel te zijn die een uitwedstrijd speelt tegen Worms! Bertine
loopt er al zwaaiend en joelend op af en voor we het weten staan we tussen de
supporters op een foto!
Op het station kopen we alvast de treintickets voor morgenvroeg. Daarna lopen we door naar het stadscentrum. Dat valt even tegen. Hoe mooi de Dom van veraf is, zo lelijk is het stadscentrum van dichtbij. We drinken koffie op een terras voor het stadhuis en daar herken ik onmiddellijk het bekende reliëf van het huwelijk van Frederik II met Isabella van Engeland in 1235. Ook weer zo’n ontroerend moment.
We lopen naar en rondom de Dom en maken foto’s van elkaar,
als bewijs dat we het gehaald hebben. Toch zijn we niet euforisch. Het is als
het bereiken van het einddoel met het besef dat de wandeling er op zit. Ik
herken dit gevoel van mensen die op deze manier Rome of Santiago de Compostella
hebben gehaald. We besluiten ons niet in lethargie te laten wegzakken en nemen
deel aan een rondleiding van een uur bij de Dom. Daardoor krijgen we toch een
meer betrokken gevoel. De gids geeft aardige informatie en daartoe uitgedaagd
door mij gaat ze ook af en toe in op de geschiedenis van de Staufen en Worms. Zo
schijnt boven het afgedekte, want in restauratie zijnde, noordportaal een beeld
van Frederik I Barbarossa te zien te zijn. Aan die kant bevonden zich ook de
keizerlijke gebouwen die op pinksterdag 1689 door de Fransen verwoest werden.
Ze vertelde ook nog een mooie anekdote waarvan ik niet weet of die waar is.
Toen Hendrik (VII) (in Duitsland bekend als Heinrich Klammer Sieben, Hendrik
tussen haakjes de zevende) voor de tweede keer in ongenade viel bij zijn vader
Frederik II, nam deze hem gevangen en liet hem afvoeren naar Zuid-Italië, waar
hij zes jaar later een eind aan zijn leven zou maken door met zijn paard de
afgrond in te rijden. Deze Hendrik zou in 1235 in Worms trouwen met Isabella
van Engeland, de dochter van Jan-zonder-land en een nicht van Richard
Leeuwenhart. Nadat hij voor de tweede keer zich verzet had tegen zijn vader en
afgevoerd werd, trouwde zijn vader, Frederik II, met haar. Zij schonk hem vier
kinderen. Tja, van je familie moet je het hebben (of het verhaal waar is, weet
ik niet; ik heb het nergens kunnen terugvinden).
De jeugdherberg waar we vanavond zouden slapen, ligt tegenover de Dom. We hebben echter geen zin meer om nog langer in deze saaie stad te blijven en besluiten terug te gaan naar huis. We nemen de trein naar Mainz en stappen daar over op de stoptrein naar Oberwesel, waar we rond 18 uur aankomen. Vervolgens stappen we over op de camper en zijn we om half tien ’s avonds thuis. Het waren vier heerlijke wandeldagen met mooie routes, mooi weer en leuke ontmoetingen. Hopelijk wordt de route het komend jaar vervolgd mét Jan T. en mét Bertine, een waar wandelmaatje. We hebben deze dagen 103 km gewandeld. Dat brengt het totaal van Aken naar Rome na vijf jaar op 398 km, ongeveer één vijfde van het totale traject. We kunnen/mogen nog even vooruit!




