Umberto H. (in Schmidt)
Umberto K. (bij de Rurtalsperre)
Reizen, het is zijn
hart losmaken
Van het anker der
kleine vaart,
Om het vlot te laten
geraken
Op de zeeën der
wereldkaart.
Het is zijn hart van
het beminde
Losrukken, fier en
onbevreesd,
Om het schooner nog
weer te vinden
Dan het ooit voordien
is geweest.
(Bertus
Aafjes, Een voetreis naar Rome, pag. 14)
Donderdag 29 maart
2007
Op een drukke donderdagochtend heb ik met Huub H. om 10 uur
afgesproken in Vaals. We parkeren de auto, nemen de bus en een half uurtje
later staan we voor de Dom in Aken, het beginpunt van onze wandeling.
Met zijn torens, zijn
dom en sticht;
De blanke helm der
oude helden
Flitst nog na in het
avondlicht.
(Bertus
Aafjes, Een voetreis naar Rome, pag. 17)
Het is zo’n dertig jaar geleden dat ik hier voor het laatst
geweest ben, maar het lijkt alsof het voorbije verleden en de in de loop der
tijd opgedane kennis alleen maar meer gewicht in de schaal gelegd hebben: de
plaats waar Karel de Grote en Frederik II tot Duitse koningen gekroond zijn
ligt letterlijk binnen handbereik! Hier is letterlijk en figuurlijk
geschiedenis geschreven. In hun voetspoor lopen we de komende jaren naar Rome
om de keizerskroon in ontvangst te nemen. Lachend schudden we elkaar voor de
Dom de hand: een verbond is gesloten; Rome, we komen!
Alle wegen leiden naar
Rome;
Daar kan geen
vergissing bestaan.
Om in die stad te
komen,
Houde men slechts de groote
baan.
(Bertus
Aafjes, Een voetreis naar Rome, pag. 15)
Na een kop koffie vertrekken we, voor de Dom, linksaf naar
Rome. Langzaam laten we het drukke verkeer achter ons, de buitenwijken voorbij,
het weidse landschap in. Glooiende hellingen lachen ons tegemoet, de kuiten
worden op de proef gesteld. Twee vijftigers, door het leven getekend, blikken
onderwijl samen terug én vooruit. Tóch een soort pelgrimage?! We hebben de pas
er goed in, het weer werkt mee en het humeur is goed. Op de marktplaats in Kornelimünster
gaan we op een terrasje zitten. Het weer slaat om en het wordt tijd de poncho’s
te pakken. We besluiten het laatste stukje van de dag langs de grote weg te
wandelen. Het is niet mooi, maar het scheelt een modderig en glibberig paadje.
Iets achter Venwegen staat ons hotelletje. We hebben een voldaan gevoel: de
spits is eraf. Ondanks al onze fysieke en geestelijke klachten hebben we toch
niet bij de pakken neergezeten: we hebben de eerste 20 km . van onze tocht erop
zitten; nog maar 1780 km .
te gaan … .
Vrijdag 30 maart
2007
Na een vorstelijk ontbijt maken we ons op voor de zwaarste
etappe van deze drie dagen: het is de langste in kilometers, het meest
geaccidenteerd en onderweg is er nauwelijks een plaatsje om aan te doen.
Langzaam maakt de miezer plaats voor aangenaam wandelweer, maar het heeft wel
haar sporen op de paden nagelaten. Het is tijdens het stijgen en dalen oppassen
geblazen niet onderuit te gaan. De Noord-Eiffel is een erg uitgestrekt en
verlaten bosgebied. Lange, soms eentonige recht-toe-recht-aan bospaden.
Rome is die kant op …
De hele dag komen we niemand tegen. De route voor de E8 is
prima beschreven en toch lukt het ons om één keer de weg kwijt te raken.
Dankzij het kompas van Huub H. en ons gehoor (een weg in de buurt) lukt het ons
uiteindelijk weer om op het goede pad te komen. Op het hoogste punt (550 m .) worden we beloond met
een mooi uitzicht.
We dalen weer af naar een klein, verscholen stuwmeer
(Kalltallsperre) en volgen daarna lange tijd de stroom van het beekje Kall.
Daarna vindt de tweede klim van de dag plaats om aan de
andere kant van de heuvel uit te komen in het plaatsje Simonskall, de enige
pleisterplaats van deze dag. Op een terrasje drinken we wat en genieten we van
het zonnetje.
Plotsklaps wordt het donker en begint het te hagelen. Het
weer is grillig, maar wat wil je eind maart. We beginnen aan de derde, de
laatste, maar ook de steilste beklimming van de dag. Even de tanden op elkaar
zetten!
Tegen zes uur bereiken we het plaatsje Schmidt waar we door
Frau Anneliese in haar pension gastvrij ontvangen worden. De maaltijd ’s avonds
in een Italiaans restaurant, met de nodige pinten bier en glazen wijn, maken
ons, in combinatie met de geleverde inspanning, soezerig en alras zoeken we dan
ook ons bedje op.
(vandaag 25
km .; totaal: 45 km )
Zaterdag 31 maart
2007
Het fysieke leed na twee dagen wandelen valt mee: we voelen
de kuiten wel een beetje, maar het belangrijkste is dat ik na een halve dag al
de dagelijkse beslommeringen en de sores van het werk kwijt was! Je krijgt een
gevoel alsof je al dagen weg bent en nog maar één ding wil: doorlopen, liefst
in één keer naar Rome. Maar ja, dat gaat nu eenmaal niet. Tussen droom en daad
staan nogal wat praktische bezwaren. En wat niet minder belangrijk is: het huis
waarin je een leven lang woont, is mij dierbaar en moet nog eventjes mee.
We zakken vanuit Schmidt via een bergpad langzaam af naar
een groot stuwmeer: de Rurtalsperre. In het midden ligt als in een sprookje een
eiland: het Liebesinsel.
Bij de stuwdam van de Rurtalsperre drinken we een kop koffie
en genieten van het uitzicht. Het is erg rustig, maar in de zomer schijnt het
veel toeristen, met name bejaarden, aan te trekken. Je kunt met grote en kleine
boten het hele merengebied bevaren.
We lopen via een mooi pad langs de Staubecken naar Heimbach,
waarvan we het kasteel op een heuveltop al van verre zien liggen. Na een korte
stop beginnen we aan een steile beklimming, maar het uitzicht op Heimbach en de
omgeving is schitterend. Dit gedeelte van Duitsland, de Noord-Eiffel, is voor
mij totaal onbekend. Verrassend zelfs zo dicht bij huis!
De weg brengt ons verder naar het trappistenklooster
Mariawald. Het is dit klooster waarvan Herman Post in zijn boekje ‘Te voet naar
Rome’ beschrijft hoe hij vergeefs geprobeerd heeft onderdak te vinden voor de
nacht. Langs de route naar Wolfsgarten staan allemaal kruisbeelden naast het
wandelpad, als onderdeel van een Kruisweg (voor pelgrimerende wandelaars). In
Wolfsgarten zien we ons einddoel al liggen: Gemünd. We gaan eens lekker op een
bankje uitrusten; wat kan ons nog gebeuren.
Maar dan slaat het noodlot genadeloos toe: we nemen een
verkeerde afslag en lopen steeds verder weg van Gemünd. Tot overmaat van ramp
begint het ook nog te regenen. De woorden van Herman Post dringen zich
duidelijk aan mij op: ‘Twee dingen kunnen een voetreiziger danig uit zijn
evenwicht brengen: slecht weer en de ontdekking te zijn verdwaald.’ Ten einde
raad besluiten we om, nadat Gemünd al lang uit het zicht verdwenen is, een
berghelling af te dalen, zonder pad, dwars naar beneden. Uiteindelijk komen we
weer op een begaanbaar pad uit dat uitkomt op een geasfalteerde weg. Het
plaatsbord Gemünd is een bevrijding.
Hilarisch wordt het als we vlak vóórdat we ons pension
bereiken een poster op een raam zien hangen met een oproep van een plaatselijke
vereniging om … mee naar Rome te gaan (‘Romfahrt’)!
Een mooiere beëindiging van deze dag en deze etappe is niet
denkbaar. We hebben de eerste drie dagen erop zitten en laten ons ’s avonds
spijs en drank extra goed smaken. We hebben een tevreden en voldaan gevoel.
(vandaag 25
km .; totaal: 70 km )
