Translate

31 maart 2013

Eerste Etappe: van Aken naar Gemünd (van 29 maart tot 1 april 2007)


Umberto H. (in Schmidt)


Umberto K. (bij de Rurtalsperre)

 
 
Reizen, het is zijn hart losmaken

Van het anker der kleine vaart,

Om het vlot te laten geraken

Op de zeeën der wereldkaart.

Het is zijn hart van het beminde

Losrukken, fier en onbevreesd,

Om het schooner nog weer te vinden

Dan het ooit voordien is geweest.

(Bertus Aafjes, Een voetreis naar Rome, pag. 14) 

 


Donderdag 29 maart 2007

Op een drukke donderdagochtend heb ik met Huub H. om 10 uur afgesproken in Vaals. We parkeren de auto, nemen de bus en een half uurtje later staan we voor de Dom in Aken, het beginpunt van onze wandeling.
Daar klimt Aken op uit zijn velden

Met zijn torens, zijn dom en sticht;

De blanke helm der oude helden

Flitst nog na in het avondlicht.

(Bertus Aafjes, Een voetreis naar Rome, pag. 17)

 
 
 
 
Het is zo’n dertig jaar geleden dat ik hier voor het laatst geweest ben, maar het lijkt alsof het voorbije verleden en de in de loop der tijd opgedane kennis alleen maar meer gewicht in de schaal gelegd hebben: de plaats waar Karel de Grote en Frederik II tot Duitse koningen gekroond zijn ligt letterlijk binnen handbereik! Hier is letterlijk en figuurlijk geschiedenis geschreven. In hun voetspoor lopen we de komende jaren naar Rome om de keizerskroon in ontvangst te nemen. Lachend schudden we elkaar voor de Dom de hand: een verbond is gesloten; Rome, we komen!

Alle wegen leiden naar Rome;

Daar kan geen vergissing bestaan.

Om in die stad te komen,

Houde men slechts de groote baan.

(Bertus Aafjes, Een voetreis naar Rome, pag. 15)
 

Na een kop koffie vertrekken we, voor de Dom, linksaf naar Rome. Langzaam laten we het drukke verkeer achter ons, de buitenwijken voorbij, het weidse landschap in. Glooiende hellingen lachen ons tegemoet, de kuiten worden op de proef gesteld. Twee vijftigers, door het leven getekend, blikken onderwijl samen terug én vooruit. Tóch een soort pelgrimage?! We hebben de pas er goed in, het weer werkt mee en het humeur is goed. Op de marktplaats in Kornelimünster gaan we op een terrasje zitten. Het weer slaat om en het wordt tijd de poncho’s te pakken. We besluiten het laatste stukje van de dag langs de grote weg te wandelen. Het is niet mooi, maar het scheelt een modderig en glibberig paadje. Iets achter Venwegen staat ons hotelletje. We hebben een voldaan gevoel: de spits is eraf. Ondanks al onze fysieke en geestelijke klachten hebben we toch niet bij de pakken neergezeten: we hebben de eerste 20 km. van onze tocht erop zitten; nog maar 1780 km. te gaan … .



Vrijdag 30 maart 2007

Na een vorstelijk ontbijt maken we ons op voor de zwaarste etappe van deze drie dagen: het is de langste in kilometers, het meest geaccidenteerd en onderweg is er nauwelijks een plaatsje om aan te doen. Langzaam maakt de miezer plaats voor aangenaam wandelweer, maar het heeft wel haar sporen op de paden nagelaten. Het is tijdens het stijgen en dalen oppassen geblazen niet onderuit te gaan. De Noord-Eiffel is een erg uitgestrekt en verlaten bosgebied. Lange, soms eentonige recht-toe-recht-aan bospaden.
 

Rome is die kant op …

De hele dag komen we niemand tegen. De route voor de E8 is prima beschreven en toch lukt het ons om één keer de weg kwijt te raken. Dankzij het kompas van Huub H. en ons gehoor (een weg in de buurt) lukt het ons uiteindelijk weer om op het goede pad te komen. Op het hoogste punt (550 m.) worden we beloond met een mooi uitzicht.

We dalen weer af naar een klein, verscholen stuwmeer (Kalltallsperre) en volgen daarna lange tijd de stroom van het beekje Kall.
 
 

Daarna vindt de tweede klim van de dag plaats om aan de andere kant van de heuvel uit te komen in het plaatsje Simonskall, de enige pleisterplaats van deze dag. Op een terrasje drinken we wat en genieten we van het zonnetje.
 
Plotsklaps wordt het donker en begint het te hagelen. Het weer is grillig, maar wat wil je eind maart. We beginnen aan de derde, de laatste, maar ook de steilste beklimming van de dag. Even de tanden op elkaar zetten!
 

Tegen zes uur bereiken we het plaatsje Schmidt waar we door Frau Anneliese in haar pension gastvrij ontvangen worden. De maaltijd ’s avonds in een Italiaans restaurant, met de nodige pinten bier en glazen wijn, maken ons, in combinatie met de geleverde inspanning, soezerig en alras zoeken we dan ook ons bedje op.

(vandaag 25 km.; totaal: 45 km)
 

Zaterdag 31 maart 2007

Het fysieke leed na twee dagen wandelen valt mee: we voelen de kuiten wel een beetje, maar het belangrijkste is dat ik na een halve dag al de dagelijkse beslommeringen en de sores van het werk kwijt was! Je krijgt een gevoel alsof je al dagen weg bent en nog maar één ding wil: doorlopen, liefst in één keer naar Rome. Maar ja, dat gaat nu eenmaal niet. Tussen droom en daad staan nogal wat praktische bezwaren. En wat niet minder belangrijk is: het huis waarin je een leven lang woont, is mij dierbaar en moet nog eventjes mee.
 
We zakken vanuit Schmidt via een bergpad langzaam af naar een groot stuwmeer: de Rurtalsperre. In het midden ligt als in een sprookje een eiland: het Liebesinsel.
Bij de stuwdam van de Rurtalsperre drinken we een kop koffie en genieten van het uitzicht. Het is erg rustig, maar in de zomer schijnt het veel toeristen, met name bejaarden, aan te trekken. Je kunt met grote en kleine boten het hele merengebied bevaren.
 
We lopen via een mooi pad langs de Staubecken naar Heimbach, waarvan we het kasteel op een heuveltop al van verre zien liggen. Na een korte stop beginnen we aan een steile beklimming, maar het uitzicht op Heimbach en de omgeving is schitterend. Dit gedeelte van Duitsland, de Noord-Eiffel, is voor mij totaal onbekend. Verrassend zelfs zo dicht bij huis!
De weg brengt ons verder naar het trappistenklooster Mariawald. Het is dit klooster waarvan Herman Post in zijn boekje ‘Te voet naar Rome’ beschrijft hoe hij vergeefs geprobeerd heeft onderdak te vinden voor de nacht. Langs de route naar Wolfsgarten staan allemaal kruisbeelden naast het wandelpad, als onderdeel van een Kruisweg (voor pelgrimerende wandelaars). In Wolfsgarten zien we ons einddoel al liggen: Gemünd. We gaan eens lekker op een bankje uitrusten; wat kan ons nog gebeuren.
 
Maar dan slaat het noodlot genadeloos toe: we nemen een verkeerde afslag en lopen steeds verder weg van Gemünd. Tot overmaat van ramp begint het ook nog te regenen. De woorden van Herman Post dringen zich duidelijk aan mij op: ‘Twee dingen kunnen een voetreiziger danig uit zijn evenwicht brengen: slecht weer en de ontdekking te zijn verdwaald.’ Ten einde raad besluiten we om, nadat Gemünd al lang uit het zicht verdwenen is, een berghelling af te dalen, zonder pad, dwars naar beneden. Uiteindelijk komen we weer op een begaanbaar pad uit dat uitkomt op een geasfalteerde weg. Het plaatsbord Gemünd is een bevrijding.
Hilarisch wordt het als we vlak vóórdat we ons pension bereiken een poster op een raam zien hangen met een oproep van een plaatselijke vereniging om … mee naar Rome te gaan (‘Romfahrt’)!
 
Een mooiere beëindiging van deze dag en deze etappe is niet denkbaar. We hebben de eerste drie dagen erop zitten en laten ons ’s avonds spijs en drank extra goed smaken. We hebben een tevreden en voldaan gevoel.
(vandaag 25 km.; totaal: 70 km) 
(Op zondag 1 april nemen we de bus van Gemünd naar Simmerath, stappen daar over op de bus naar Aken en van daar nemen we, met flinke spierpijn in de kuiten, weer de bus terug naar Vaals waar onze auto’s staan te wachten voor de weg terug naar huis).