Voorwoord van Bertine Verboom:
Dit jaar heb ik de eer de inleiding op onze grensoverschrijdende voettocht te schrijven.
Dit jaar heb ik de eer de inleiding op onze grensoverschrijdende voettocht te schrijven.
Voor Huub een jubileumjaar, omdat hij als enige van ons daadwerkelijk de tiende keer gaat lopen.
Bravo en Chapeau!
Voor ons drieën een zeer bewogen jaar:
Jan, die voor de vijfde keer opa werd.
Onze benjamin Huub, die voor de tweede keer opa gaat worden en ondertussen is toegetreden tot de club van zestig plussers EN DAT HEBBEN WIJ GEWETEN OOK!
Ondergetekende, voor de derde keer oma geworden, maar onbeschrijfelijk verdrietig om het verlies van haar dappere dochter Lout, overleden op 2 juni jongstleden.
"Pak al je zorgen in je plunjezak en fluit, fluit, fluit..."
Het wordt wederom genieten van het landschap en de vriendschap!
Is getekend "Roma" Bertine (zoals mijn kleindochters mij inmiddels zijn gaan noemen)
Bertine Verboom
Wir schaffen das!!
Vrijdag 2 september 2016
We zijn weer een jaar verder. Een jaar waarin veel gebeurd
is, zoals Bertine al in haar inleiding heeft geschreven. De vrijdag is de dag
van de laatste voorbereidingen en het inpakken van de rugzak. Elly zet me aan
het begin van de avond bij het station van Nijmegen af. Ik neem de trein naar
Venlo waar ik bij mijn broer Willem overnacht. Morgenvroeg om 7 uur zie ik Jan
en Bertine bij het station van Venlo en nemen we de trein naar Lindau. Dankzij
het ‘schönes Wochenende-ticket’ kunnen we voor een prikkie met de trein door heel
Duitsland. We overnachten in de jeugdherberg waar we het vorig jaar geëindigd
zijn. Dit jaar lopen we Duitsland uit en wachten de Alpen in Oostenrijk ons op.
We hebben er zin in en zijn eraan toe om alles even los te laten.
Zaterdag 3 september 2016
Willem brengt me rond kwart voor zeven naar het station in
Venlo. Niet veel later komen Jan en Bertine aan.
We nemen de trein naar Mönchengladbach , stappen over en
vlak voor Keulen krijg ik de schrik van mijn leven: ik heb mijn heuptasje met
paspoort bij Willem laten liggen!! Het paspoort is nodig om a.s. vrijdag in
Innsbruck met Transavia terug te vliegen naar Eindhoven. De uren na deze
ontdekking breng ik door met appen, sms-en en bellen, terwijl de temperatuur in
de trein ondertussen letterlijk naar kookhoogte is gestegen. Uiteindelijk wordt
er afgesproken dat Willem mijn paspoort aangetekend a.s. maandag opstuurt naar Silke,
een kennis van mij die in Innsbruck woont. Zij zal dan vrijdag om 14.00 uur bij
het station van Innsbruck zijn, mét het paspoort. En nu maar hopen dat alles
gaat zoals afgesproken!
Om 19 uur zijn we in Lindau. Het is prachtig weer. Bij de
jeugdherberg krijgen Jan en ik een kamer toegewezen met vier andere mannen,
waaronder een niet erg sympathieke Zweed. Tot overmaat van ramp kom ik erachter
dat ik een handdoek, een tandenborstel en een paar T-shirts ben vergeten. Komt
het door de haast of de leeftijd?! We gaan een hapje eten in een restaurant
dicht bij de jeugdherberg. Morgen lopen we via Bregenz Oostenrijk binnen. We
zijn er klaar voor. Nou ja, bijna klaar voor …
Om 7 uur gaat de wekker en vrij snel daarna zitten we in de ontbijtzaal van de jeugdherberg. Jan heeft al snel contact met een Duitse vrouw die benieuwd is naar onze wandeling. We maken een lunchpakket, nemen een foto voor de ingang van de jeugdherberg en gaan op pad.
Na een uur wandelen komen we aan bij de Duits-Oostenrijkse grens. Bertine en Jan proberen me een beetje op te naaien omdat ik geen paspoort heb, maar dat lukt ze niet. De grens is op een bruggetje boven een beekje. Al eerder had Bertine beloofd de grond te kussen als ze de grens zou bereiken, en zo geschiede … Op de brug komen we ook een bejaarde Nederlandse man tegen die, gepakt en gezakt, in zijn eentje een rondje rondom de Bodensee fietst.
We lopen pal langs de Bodensee richting Bregenz. Het is mooi weer én het is zondag. Dat betekent dat het druk is. Er wordt veel gezwommen, gefietst en gewandeld. De bejaarden voeren de boventoon.
We lopen via het station langzaam de stad uit. Een lange tunnel leidt ons onder de autoweg door. Jan geeft aan soms last te hebben van tunnelvrees. Hij doorstaat de beproeving glansrijk.
De eerste bergen doemen op, maar vandaag blijven we een vlak parcours volgen. Het lunchpakket van de jeugdherberg wordt genuttigd op een kruispunt van fietswegen en we kijken naar de mensen die hier voorbij komen. Het fiets-/wandelpad voert ons verder via Wolfurt naar Schwarzach. De omgeving doet rijk en welvarend aan. Het ‘Gutentag’ is inmiddels vervangen door ‘Servus’!
Rond half vier lopen we het centrum van Dornbirn binnen alwaar we neerstrijken op een terrasje. We vinden dat we wel een lekker biertje verdiend hebben.
Jan vraagt de weg naar hotel ‘Zum Löwen’. We hebben een driepersoonskamer met balkon en prachtig uitzicht op de bergen.
Na een dutje wandelen we naar het centrum terug. Het is inmiddels beginnen te regenen. Volgens de weersvoorspellingen houdt de regen morgen en overmorgen aan, maar daarna wordt het mooi en droog weer. Bij het Italiaanse restaurant ‘Bella Napoli’ eten en drinken we lekker. Het gespreksthema is: willen we begraven of gecremeerd worden. Wel een mooi thema na een eerste wandeldag. We gaan vroeg naar bed om morgen er weer vroeg uit te kunnen.
Vandaag 29 km. gewandeld. In totaal: 873 km.
Maandag 5 september
2016
De hele nacht heeft het pijpenstelen geregend. Ik heb geen
gamaschen bij me en Jan heeft nieuwe schoenen nodig. Daarom lopen we eerst naar
een sportzaak in het centrum van Dornbirn. We slagen allebei en Jan slaagt er
bovendien in om voor ons beiden ‘maandagochtendkorting voor 60-plussers’ te
krijgen … Voor de winkel neemt de verkoopster van ons een foto en dan wordt het
tijd te vertrekken. De rivier kolkt aardig van het hemelwater dat gevallen is.
Geleidelijk aan gaat het minder regenen. We lopen op een fietspad langs een (te) drukke weg, maar veel alternatieven zijn er niet tussen de steile rotswand links en de weg rechts. In Hohenems ontmoeten we een bejaard echtpaar. Ze zijn nooit verder dan de plaats zelf geweest, dus ze reageren heel verbaasd, maar ook vol bewondering als ze horen dat we onderweg zijn naar Rome. Ze wijzen ons een bospad aan, parallel aan de drukke weg die naar Altach en Rütte voert.
Daarna pakken we een fietspad langs een veel minder
drukke weg, maar wel eentje die behoorlijk stijgt. Bij Wolfahrtskirche St.
Arbogast probeert Bertine, op voorspraak van het bejaarde echtpaar uit Hohemems,
of een schietgebedje voor haar knie helpt. Daarbij zingt ze hardop een persiflage op de
Marseillaise, het lied dat gezongen werd op haar bruiloft zo’n 40 jaar geleden.
Een donkere man uit Kenia, die al tien jaar in Oostenrijk woont en werkt, hoort
haar en binnen een mum van tijd hebben we een leuk gesprek. Op een bepaald
moment vraagt Jan hem of hij zich Oostenrijker voelt. Verkeerde vraag vindt
hij. Het gaat er om waar je je thuis voelt en dat kan op meerdere plekken zijn.
Jan zet een charmeoffensief in: ‘But we
are all friends!’ De Keniaan moet hard lachen, stemt ermee in en lachend
gaat hij op de foto.
Ondertussen laat mijn broer Willem weten dat het nog niet gelukt is met het versturen van het paspoort. Het telefoonnummer van Silke ontbreekt nog en op maandag wordt eigenlijk geen post aangetekend verstuurd. Uiteindelijk is het hem toch gelukt. Het paspoort komt uiterlijk vrijdag aan, de dag dat we terugvliegen …
In het plaatsje Klaus pauzeren we bij een bakker. Opnieuw enthousiaste reacties op onze wandeltocht naar Rome. We krijgen een lekker stuk koek gratis bij de koffie! Via Weiler, Rothis en Sülz komen we uit bij de eindbestemming van vandaag: hotel Mohren in Rankweil. Bertine vindt dat ik daar op een hobbelpaard moet zitten. Gezamenlijk drinken we alle drie van onze zojuist gekochte flessen Almdudler, op een behouden aankomst.
Na het douchen en het dutje lopen we naar het centrum van Rankweil.
Daar eten we bij restaurant Marktplatz. Na afloop, als het al begint te
schemeren, lopen Bertine en ik nog naar de hooggelegen kerk waar we een mooie
zonsondergang zien en een prachtig verlichte kerk. We gaan op tijd naar bed,
want morgen wordt een zware dag, van Rankweil naar Innerbraz. Een lange
afstand, maar wel vlak.
Vandaag 22 km. gewandeld. In totaal: 895 km.
Dinsdag 6
september 2016
De dag begon gewoon, maar eindigde buitengewoon. Het venijn
zat in het begin en aan het eind. In Rankweil liepen we gelijk al de verkeerde
kant uit. Een begrafenisondernemer, Ammann, wees ons uiteindelijk de goede weg én
verderop wist hij ook nog eens een afkorting. Langs een verpleegtehuis en een
kerkhof van een kloosterorde lopen we door het bergweidelandschap naar Satteins. Het is
duidelijk te zien dat er over een maand weer (spannende) presidentsverkiezingen
zijn in Oostenrijk.
Bij de plaatselijke bakker
eten we brood, drinken we koffie en kletsen we met de plaatselijke bevolking
die er boodschappen komt doen. In jolige stemming wandelen we verder. Dat is
een moment waarop Jan moppen gaat tappen. Omdat we nu in Oostenrijk zijn,
vertelt hij de volgende. Het jodelen is uitgevonden door een Japanner en een Helmonder. Een Japanner loopt met zijn gettoblaster op zijn schouder langs een afgrond. Plotseling laat hij die per ongeluk vallen. Uit schrik roept hij: “Oh, die ladio!”, waarop de Helmonder tegen hem zegt en wijst: “Joh, da littie”! Bertine houdt het niet meer droog. Na Satteins lopen we deels over de weg naar het dorpje Schlins en van daar uit steken we de rivier de Ill over. Dan volgt een lange weg over het fietspad, parallel aan de rivier, de autoweg en de treinrails. In de buurt van een industrieterrein pauzeren we. Het weer is mooi en zonnig geworden, dus helemaal niet zoals voorspeld regenachtig. We hebben al behoorlijk wat kilometers in de benen zitten als Bertine opmerkt dat we op deze manier wel tot bloedens (Bludenz) toe lopen. In het centrum van Bludenz pauzeren we tot een uur of vier. Jan belt de eigenaar van het Landhaus in Innerbraz dat we eraan komen, maar dat het wat later wordt.
Na een lekker
drankje en een lekkere versnapering vervolgen we onze weg. We hebben inmiddels
al 31 km gelopen, wel veel voor een dag, en het eind is nog niet in zicht. Ook
wel een beetje merkwaardig. Bij het klooster St. Peter denken we er goed aan te
doen een afkorting te nemen door de bossen. Een rampzalige beslissing achteraf.
Op de kaart staat een rode wandelroute aangegeven. Het bospad gaat over in een
weiland en er is geen pad meer te bekennen. Kriskras en klimmend door het bos
vinden we uiteindelijk weer een pad, maar dat gaat aan het eind over in een
smal en steil naar beneden lopend wandelpaadje. We nemen dat pad en daarna is
er geen weg meer terug. Jan en Bertine dalen als klipgeiten, maar ik zwalk met
mijn zwabberbenen, als gevolg van polyneuropathie, er achteraan. Met een rugzak
van 10 kilo en last van evenwichtsstoornissen besluit ik op mijn billen naar
beneden te glijden, langs soms steile wanden. De afdaling duurt twee uur en op
sommige momenten zag ik het niet meer zitten. Volledig bezweet en met
trillende, wiebelende benen kom ik onder aan de berg aan. Daar moeten we een
spoorlijn oversteken (gelukkig kwam er geen trein aan), vervolgens een weg
waarna we uitgeput bij een Oostenrijkse boer buiten voor zijn huis aan een
tafel mogen bijkomen. Na een half uur durf/kan ik pas verder.
Langs de weg
lopen we door enkele dorpjes totdat we via Aussenbraz
in Innerbraz aankomen. Ons onderkomen
ligt helemaal aan het eind van het dorp. Het is 19.00 geweest en we hebben er
43 km op zitten!!! De eigenaar kijkt ons een beetje vreemd aan. Hij heeft ons
eigenlijk pas morgen verwacht. Achteraf blijkt dat we een overnachtingsadres
hebben overgeslagen, omdat we daar geen uitdraai van hadden meegenomen (maar
wel een telefonische bevestiging!). Ongelooflijk, maar waar: gewoon niet meer
aan gedacht! Gelukkig was er nog plaats voor ons in de herberg . Hij had zo met
ons te doen dat hij ons daarna met zijn auto naar een 2 km verderop gelegen
restaurant bracht. De eigenaar van dat restaurant bracht ons na de maaltijd ook
weer mooi met zijn auto terug. Op de hotelkamer hebben we het thuisfront
verwittigd dat we het er levend van af gebracht hebben en duurde het nog tot
bijna middernacht eer ik mijn verslag had geschreven. Eind goed, al goed zullen
we maar zeggen.
Vandaag 43 km. gewandeld. In totaal: 938 km.
Woensdag 7
september 2016
Wonderbaarlijk genoeg staan we zonder spierpijn op na de
vermoeiende dag van gisteren. Aan onze ontbijttafel zitten twee jonge jongens
uit München die hier in de bouw werken. Ze vinden Nederland een geweldig land,
vooral Amsterdam met al die coffeeshops en de Wallen. Ze vinden dat Angela Merkel
opgesloten moet worden en ze beweren dat Duitsland een door de V.S. bezet land
is. We zijn er niet al te veel op ingegaan, maar bemoedigend is het niet, dit
signaal van die jongeren. Wat een wereldvreemd beeld en wat een beperkt
historisch besef. Misschien zou het goed zijn om ook in het beroepsonderwijs op
latere leeftijd nog geschiedenisles te geven. Voordat we vertrekken, maken we
foto’s voor de ingang van hotel Walch’s. Bertine kiest ervoor om languit op de
grond te liggen met de duim omhoog.
Het weer is goed, de stemming is prima en na de dag van gisteren lopen we vandaag
een korte route. De eigenaar van het hotel wijst ons een goed begaanbaar (!)
wandelpad aan, door het dal en langs de rand van het bos. Het pad voert ons
langs een snelstromende beek, een bruggetje en een kleine kapel gewijd aan de
heilige Christoffel. Diens hulp kunnen we wel gebruiken. Er liggen wel
lucifers, maar geen waxinelichtjes om aan te steken. Volgend jaar meenemen!
Langs een bergweide lopen we de buitenwijk van Dalaas in. Daar gaan we naar de plaatselijke Spar en drinken we koffie
bij (waar anders) de plaatselijke bakker. Na deze middagbreak vervolgen we onze
weg. Via een lang en langzaam omhoog lopend grindpad komen we bij Raststation Klösterle. Het Raststation blijkt een
skilift te zijn, maar wordt in de zomer gebruikt om wandelaars naar de top
te brengen en in dit geval naar … Bärenland! We laten onze rugzakken beneden en
besluiten de skilift te nemen om boven een kop koffie te drinken en van het
uitzicht te genieten. En natuurlijk om een tijdje in Berenland te vertoeven.
Het begint al goed in de cabine naar boven: er liggen verspreid wel 7-8 beren
in de gondel. Je krijgt er knuffelneigingen van.
Op 1850 m hoogte blijkt het uitzicht inderdaad fantastisch te zijn. Ook het speelparadijs voor de kinderen is er heel bijzonder. Ik zie vaders en opa’s op een vlot peddelen met hun(klein)kinderen. Zelf krijgen we ook enkele kinderlijke neigingen. Heerlijk om weer even jong te zijn!
Op de veranda drinken we koffie, met op de achtergrond een adembenemend mooi
panorama. Jan praat over zijn ervaringen vroeger met parachute springen. Als we
met de gondel weer naar beneden gaan, ontspint zich een discussie over welk
soort boom we zouden willen zijn. Bertine wil een baobab zijn, Jan een beuk en
ik een treurwilg, want er is niets dat mij zo opbeurt als het jonge groen van
een treurwilg in het voorjaar.
Het is bij aankomst beneden nog drie kwartier
lopen voordat we in het dorp Klösterle
zelf aankomen. Het dorp ligt op 1050 m hoogte. Daar hebben we een appartement
met twee slaapkamers en een woonkamer en keuken. In de winter peperduur, nu in
het laagseizoen heel betaalbaar. Jan en Bertine gaan boodschappen doen om een
maaltijd te maken, terwijl ik aan mijn verslag werk. Het wordt Spaghetti alla
Carbonaro, met een lekkere rode wijn erbij. Daarna zitten we tot het donker
wordt op het balkon en praten over van alles en nog wat. Morgen is het alweer
de laatste wandeldag. We moeten dan van 1050 m naar een hoogte van 1800 m
klimmen om over de Arlbergpas te gaan. In de loop van de avond komt dan het
verlossende bericht: mijn paspoort is aangekomen bij Silke! Zal alles dan toch
nog goed komen?!
Donderdag 8
september 2016
We gaan vroeg weg uit Klösterle. Zoals gebruikelijk gaan we
eerst bij de plaatselijke bakker voorbij, daarna naar de Spar en geld pinnen.
We zijn dan wel te voet, de reis is niet goedkoop. Vandaag wordt een zware dag.
We moeten flink klimmen naar de Arlbergpas. We willen dan ook niet de mooiste,
maar wel de snelste route volgen naar Sankt Anton. Dat betekent dat we enkele
autotunnels door moeten, zelfs eentje van 2 km lengte bij het dorpje Langen. Donker, smerig en veel
lawaai van het verkeer, dus niet leuk om te wandelen.
Bij het plaatsje Stuben (1400 m) pauzeren we even. Daarna
komt het steilste stuk van vandaag dat begint rechts van een huis met een
muurschildering van de heilige Christoffel met het kindje Jezus op zijn nek. Ik
gebruik mijn wandelstokken, maar desondanks wordt het flink puffen en hijgen.
Het lijkt of de rugzak steeds zwaarder wordt …
Boven aangekomen is de weg afgesloten: er wordt geasfalteerd. Voetgangers mogen wel voorbij, de rest van het verkeer niet, dus de hele weg verder naar boven is voor ons! Boven op de top ligt het dorpje St. Christopf, dat zijn naam eer aandoet. We hebben de Arlbergpas van 1800 m bedwongen! We pauzeren op een verlaten terras en eten daar het brood van de bakker. Er staat een koude, frisse wind. Vroeger leerden we bij aardrijkskunde: iedere 1000 m omhoog daalt de temperatuur 6 graden. Dat kan dus wel kloppen.
Er staan vier gekleurde betonnen blokken met een kleine tussenruimte naast elkaar. Het blijkt een stukje van de Berlijnse Muur te zijn. Wel merkwaardig om die hier tegen te komen. Of symbolisch voor het huidige Europa?!
Van St. Christoph gaat het steil (13%) bergafwaarts , eerst via een tunnel en
dan over de grote weg naar beneden. Opnieuw geen leuke route, maar wel het
snelst. Rond 14 uur bereiken we met prachtig weer Sankt Anton am Arlberg. Niet ver van het station besluiten we om
een appartementje te nemen bij Alkira. De eigenaar blijkt een jonge Australiër
te zijn die getrouwd is met een vrouw uit Sankt Anton. We douchen en doen een
dutje. Vervolgens check ik online in bij Transavia. Nu alleen mijn paspoort
nog!
We lopen naar het station voor de treintijden van morgen en voor de prijzen. Jan
en ik kopen bij een sportzaak nog een wandelbroek in de uitverkoop. Ter
afsluiting drinken we een potje bier op een terras en eten we bij restaurant Maximilian.
Daarna lopen we terug naar ons appartement en maken we alles klaar voor ons
vertrek morgen.
We nemen om 9 uur de trein naar Innsbruck en zijn er om
10.10 uur. We drinken wat op een terrasje en slenteren door het centrum van de oude
stad. In een boekwinkel vind ik nog een wandelkaart voor de komende jaren (de
Reschenpas en verder).
Rond 14 uur staat zoals afgesproken Silke voor het
station, mét mijn paspoort! Ze is mijn beschermengel deze week. Op het
vliegveld drinken we samen nog koffie.
Daarna vliegen we met Transavia naar
Eindhoven. Na aankomst hebben zowel Bertine als ik gezorgd voor de gebruikelijke decoratie met chocolademedailles voor onze grootse prestatie.
Els staat voor het vliegveld klaar met de auto. Ik word naar het station van Eindhoven
gebracht, neem de trein en rond 19 uur staat Elly mij op te wachten bij station
Wychen. Om 20 uur zit ik gewassen en geschoren naar het journaal te kijken
alsof er helemaal niets gebeurd is deze week. De tiende etappe zit er op. We
zijn weer 131 km dichter bij Rome gekomen. Wordt vervolgd!



