We gaan wel, we gaan niet, we gaan wel, we gaan niet, WE GAAN WEL!
Het even geduurd voordat we eruit waren. Gaan we wel of gaan we niet? Het coronavirus heeft voor de nodige onrust gezorgd, ook bij ons wandelaars. Hoe is de situatie in Italië? Is het nog wel veilig om te vliegen (de tickets hadden we in januari al gekocht)? Kunnen we gepaste afstand houden van iedereen? Vorige week neigden we nog naar een ‘nee’, maar het is uiteindelijk toch een ‘ja’ geworden. We hebben genoeg mondkapjes bij ons en we hebben andere voorzorgsmaatregelen genomen, zelfs als we onverhoopt niet meer terug zouden kunnen vliegen. De situatie in Nederland verschilt op dit moment ook niet veel vergeleken met de situatie in Italië, maar … je weet het maar nooit. Moet je anders besluiteloos en verlamd voor je uit gaan zitten staren en daarna spijt krijgen? Als de wereld tot stilstand is gekomen, kun je maar beter gaan wandelen. Wandelen is de beste manier om je demonen te bestrijden, want het werkt tegen depressies en het helpt stress verminderen. Wandelen is ook de herontdekking van de traagheid, zoals Ton Lemaire in Met lichte tred – de wereld van de wandelaar beschrijft. En lopen is de beste methode om grip te krijgen op de omgeving. Dus bij twijfel: gaan!

Omdat we door de Povlakte lopen met veel kleine dorpjes en omdat sommige B&B’s en hotels gesloten zijn vanwege vakantie of corona, hebben we de overnachtingsmogelijkheden voor de komende week al vastgelegd, gekoppeld aan afstanden van maximaal 25 km per dag. Een hele puzzel. Het eerste adres is in Verona, bij B&B Le Maddalene, waar we het vorig jaar geëindigd zijn. De eigenaresse, Luciana, verwacht ons en heeft toegezegd dat we op de veranda een koud biertje krijgen bij aankomst. Dat is een mooi perspectief. We kunnen ons wat moed indrinken, want de weersverwachting geeft aan dat we de eerste twee dagen regen kunnen verwachten. We gaan het zien.
Vrijdag 28 augustus 2020
Het pakken van de rugzak is een kunst apart. Na zoveel jaren wandelervaring weet je steeds beter waar je op moet letten. Vooral nadenken over wat je écht nodig hebt. Het is de kunst van het weglaten. Daarnaast moet wat overblijft licht van gewicht zijn. Deze week heb ik daarom nog gauw een paar lichtgewicht kledingstukken besteld via de website van de ANWB, met hoge kortingen, waarschijnlijk vanwege het einde van een (mislukt?) seizoen. Ook Huub Hacking gaat dit keer mee op reis. Ik heb een klein boekje van Alberto Moravia – De Voyeur met zijn naam erin.

Elly brengt mij met de auto naar station Tiel. Van daaruit pak ik de trein naar Utrecht en Schiphol waar Jan en Bertine rond 17.30 uur op mij wachten. De vlucht naar Verona vertrekt om 19.45 uur. Het is wel een gedoe op Schiphol: mondkapjes op, temperatuur meten, gezondheidsverklaringen invullen, enz. Echt wennen zal het nooit. Onderweg zien we hevig onweer boven de Alpen. Op het vliegveld van Verona pakken we een taxi en rond 22.00 uur zijn we bij Luciana van B&B Le Maddelene. Het bier staat inderdaad al lekker koud. De temperatuur is heerlijk aangenaam. Samen met haar heffen we op de veranda het glas. Waar we het vorig jaar om deze tijd op de goede afloop toasten, toasten we nu op de nieuwe wandeling. Daarna kruipen we gauw in bed want morgen is de eerste wandeldag.



Zaterdag 29 augustus
Rond half acht gaat de wekker en een half uur later zitten we aan het Italiaanse ontbijt: koffie, croissant en toast. Het weer ziet er goed uit, maar er is regen voorspeld in de loop van de dag. Het wandelboekje van Albert Beekes, Trento – Bologna a piedi (wandelen langs de Adige, Po en Reno) houden we binnen handbereik.
We nemen hartelijk afscheid van Luciana. Over een week zien we haar weer terug als we met de trein van Bologna naar Verona terugkomen om het vliegtuig te nemen. Via een grote uitvalsweg vlakbij haar huis lopen we de stad Verona uit. We zien de resten van een omgewaaide boom bij een kapot geslagen ijzeren hekwerk van een gebouw, het gevolg van het noodweer dat hier gisteren is voorbijgetrokken.
Het kost ons een uur om langs een doorgaande weg zonde fiets- of voetpad de bebouwing achter ons te laten. Na de eerste 10 km houden we onze eerste korte koffiepauze in het dorpje Campalto. Het gaat goed met onze benen.
Na een paar kilometer verlaten we de weg en gaan parallel aan een kanaal lopen. Daar zien we twee zwarte landwerkers op het veld aan het werk. We vragen wat ze daar verbouwen. Honingmeloen. Prompt krijgen we er twee aangeboden voor onderweg. Wat een ontzettend aardige geste! Na vele kilometers langs het kanaal te hebben gelopen, besluiten we op onze tweede pauze een honingmeloen te verorberen. Heerlijk dat sappige vruchtvlees!
Na de pauze krijgen we de plaats Zevio in het vizier, maar we lopen de plaats zelf niet binnen. Bij het passeren van de brug over de Adige zien we rechtsonder een bruiloft in volle gang. Ook hier wordt, net als in Nederland, geen meter afstand van elkaar aangehouden. Hopelijk levert het geen besmettingen op. Net na de brug nemen we het fiets-/voetpad parallel aan de Adige. In totaal gaan we de rivier ongeveer 6o km volgen. In de loop van de middag gaat de lucht donker kleuren en begint het te rommelen. Er komt onweer aan. We eten de laatste honingmeloen op aan de dijk en gaan daarna binnendoor naar het dorp Ronco all’Adige.
Helaas was bij het reserveren vooraf het plaatselijke hotel vanwege vakantie gesloten. We moeten uitwijken naar B&B Le Tre Stelle. Daar komen we rond 15.15 uur aan, nét voordat er een gigantische onweersbui losbarst. Het is een eenvoudig onderkomen, maar we zijn blij dat we nog iets hebben kunnen vinden.




Nadat we wat gerust hebben, lopen we een kilometer door een miezerig buitje richting het centrum van het dorp, op zoek naar een eetgelegenheid. Óf alles is dicht óf er zijn alleen maar afhaalrestaurants. We besluiten uiteindelijk bij een afhaalpizzeria wat te bestellen en dat thuis op te eten. Net op het moment dat de pizza’s klaar zijn, komt de eigenaar van de B&B binnenlopen die ook een bestelling doet. We spreken af dat hij onze pizza’s mee naar huis neemt. Bij thuiskomst staan niet alleen de pizza’s klaar, maar ook enkele flessen bier. In een klein bedompt kamertje annex keukentje eten we onze pizza’s op. Dit is wel wat anders dan we in gedachten hadden toen we aan de Italiaanse keuken dachten … Op een gegeven moment komt het echtpaar van de B&B de trap op om alles op te ruimen, maar het wordt zo gezellig dat weer nieuwe flessen bier open gaan en er eindeloze discussies ontstaan over werkgelegenheid, pensioenen, het virusbeleid en noem maar op. Wel gezellig, maar er moet morgen ook weer gewandeld worden. En … voor morgenvroeg staat er regen op het programma. Dat is een minder leuk vooruitzicht.
Vandaag gewandeld: 25 km.
Totaal gewandeld: 1398 km.
Zondag 30 augustus
We ontbijten om 8 uur in het bedompte keukenkamertje. Daarna nemen we afscheid van de bijzonder vriendelijke eigenaren. Ze wensen ons veel succes. We zijn nog geen honderd meter aan het wandelen of de hemelsluizen gaan open. We schuilen onder een afdak en doen de poncho’s en de gamaschen aan. Bertine laat zich even gaan door in de stromende regen ‘I’m singing in the rain’ te zingen.





Als het droog is, lopen we naar het centrum van Ronco all’ Adige en slaan dan na het gemeentehuis linksaf om op de dijk langs de Adige uit te komen. De temperatuur is aangenaam om te wandelen, maar de luchtvochtigheid is hoog waardoor het zweterig wandelweer wordt. Het pad langs de rivier is aangenaam. Trouwens, de hele route tot Bologna is vlak, dus we kunnen de nodige kilometers maken. In het plaatsje Tombazosana lopen we gemaskerd een bar binnen. Overal waar we naar binnen gaan is het masker trouwens verplicht en moeten de handen met desinfecterende zeep gewassen worden. De maatregelen zijn hier veel strenger dan in Nederland. We drinken cappuccino en vervolgen daarna de eindeloze dijk, die dan weer geasfalteerd is en dan weer een kiezelpad is. De Adige is bruin gekleurd en stroomt snel, met veel takken en struiken die als gevolg van het noodweer meegesleept worden.
Bij Roverchiara gaan we even de dijk af en drinken op het terras van restaurant La Meridiana een cola. Heerlijk verfrissend met de nodige ijsklontjes erin! Lex laat via de app weten dat hij precies weet waar wij zitten, want ik heb de livelocatie met hem gedeeld. Bizar dat men ons vanuit Nederland zó precies weet te volgen. Na de pauze pakken we de dijk weer op. Af en toe hebben we een praatje met passanten, de een op de fiets, de ander joggend, weer anderen wandelend. Het weer is nog steeds goed en de krentenbollen van thuis gaan erin als koek.
We zitten in de wandelmood, een uitstekend moment voor onachtzaamheid, noem het een kolossale blunder of iets om lering uit te trekken. We voeren namelijk het adres van de agriturismo waar we overnachten in op Googlemaps. Dat houdt in dat we dijk af gaan en naar het plaatsje Angiari lopen. Daar pauzeren we even in de hete zon op een pleintje annex rotonde voor de kerk. Vervolgens leidt Googlemaps ons verder in de richting van Via Belfiore Gallo, maar de laatste toevoeging ‘Gallo’, die Googlemaps er zelf bij gezet heeft, hoort er helemaal niet bij! Langs allerlei kleine plattelandsweggetjes komen we uiteindelijk aan bij wat onze agriturismo zou moeten zijn maar een bedrijf voor het verhuren van vorkheftrucks blijkt te zijn! De eigenaar, Gigi Esseemme, doet open en begint besmuikt te lachen. We zijn niet de eersten die dit overkomt. We moeten 6 km verderop zijn voor de agriturismo die we zoeken. Hij ziet onze vermoeide en verbijsterde gezichten en besluit dan, omdat het zondag is en hij zijn goede daad nog moet doen, om ons in de auto naar Agriturismo Tre Rondini in Vigo di Legnago te brengen. Kortom: we hebben wel het aantal kilometers gelopen die we moesten lopen, maar we zijn op een andere manier aangekomen dan we van tevoren hadden gedacht. De agriturismo is heel groot en geniet een regionale bekendheid vanwege de geweldige keuken met zelfgemaakte producten. Op de binnenplaats nemen we onze welverdiende pint. De eigenaar komt er eens bij staan en begint ook besmuikt te lachen. Ja, de gemeente weet van deze fout, maar ze doen er niets aan om die te herstellen. We hebben een heel gesprek met hem over het coronavirus. Het virus is er wel, zegt hij, maar de media gaan ermee aan de haal en komen met allerlei indianenverhalen die niet kloppen. Ze zoeken nieuws dat geen nieuws is en dus maken en verzinnen ze het zelf, beweert hij.








Nadat we bijgekomen zijn van deze enerverende dag, gaan we op zoek naar ons onderkomen dat 500 meter achter het restaurant van de agriturismo ligt. Het is een opgeknapte boerderij en het lijkt er op dat de familie daar zelf ook woont. We douchen, doen een wasje en rusten wat uit. Voor de avondmaaltijd lopen we hetzelfde pad terug naar het restaurant. Het wordt een heerlijke maaltijd met een vlees- en kaasplankje vooraf en daarna een pasta met ragout en een lekker, luchtig toetje, alles zelfgemaakt. Van de eigenaar krijgen we tot slot nog een lekkere aardbeienlikeur aangeboden. Met een kaasprikker moeten we een ingedroogde aardbei in het glas zien vast te prikken. Dat hadden we nodig om de avond stemmig af te sluiten! Morgen staat er weer een lange wandeling naar Trecenta op het programma, dus we duiken redelijk op tijd het bed in.
Vandaag gewandeld: 25 km.
Totaal gewandeld: 1423 km.
Maandag 31 augustus
Zoals
elke dag gaat ook nu de wekker om 7.30 uur. We ruimen de boel op en lopen van
de agriturismo naar het restaurant zo’n 500 meter verderop. De omvang van het
bedrijf verbaast ons. Het is enorm groot en wordt gerund door verschillende
generaties van één familie. Rond 9 uur lopen we alweer op de dijk langs de
Adige. Die blijven we vandaag nog 12 km volgen. De laatste 5 kilometer gaat het
geasfalteerde pad over in een karrenspoor. Het is klam, vochtig weer maar het
regent niet. De Adige is nog steeds een snel stromende bruine rivier met veel
takken en struiken die meegevoerd worden. De gevolgen van het noodweer zijn nog
dagen te merken.
We
lopen het plaatsje Carpi voorbij. Bij Villa d’Adige gaan we de dijk af, buigen
af naar het zuiden en zeggen de Adige definitief vaarwel. We lopen door een
arme, verlaten streek, alleen nog maar bewoond door oudere mensen in onderkomen
huizen. De jeugd is hier weggevlucht: geen toekomst meer. In Barchetta gaan we
lunchen. Gelukkig is op maandag het restaurant Semo Quà in het centrum van het
dorp aan de via Piazza Menà geopend. Een heerlijke pasta en een groenteschotel zijn
onze beloning. De accu is weer opgeladen en we kunnen verder. Vlak
voor Baruchella komt een vrouw op de fiets ons tegemoet en ontspint er zich een
gesprek. Als ze hoort dat wij uit Nederland komen, zegt ze dat haar zoon een
paar jaar geleden in het kader van een schooluitwisselingsproject drie maanden
bij een gezin in Harderwijk heeft gezeten. Ze nodigt ons uit om koffie bij haar
te drinken. Dat doen we. Paola is haar naam en ze is getrouwd met Roberto (die
er niet is). Hun beide zonen Riccardo en Fabio wonen nog thuis. Een zoon
studeert communicatiewetenschappen in Verona, de ander heeft economie
gestudeerd en werkt bij een bedrijf. Het zijn grote, sterke, vriendelijke
jongens die aan basketbal doen in hun vrije tijd. Aan de keukentafel komen
menige onderwerpen aan de orde. Niet alleen dat wij te voet naar Rome zijn,
maar ook over de huidige economische situatie in Italië en over wat de toekomst
brengt voor de jongere generatie. We vragen ons af waarom deze jongens nog
thuis wonen. Vóór de omgebouwde boerderij maken we enkele foto’s waar we samen
op staan, daarna gaan we achter het huis kijken naar het enorme grasveld waar
enkele bomen op staan. We krijgen vijgen aangeboden die we met smaak
verorberen.
Na dit
onverwachte gezellige intermezzo lopen we door naar Barichella, waar we vlak na
de brug links een graspad nemen. Het is een mooi onderhouden pad dat parallel aan
een afwateringskanaal loopt. Na ongeveer 5 km komt het pad uit bij de SP1, een
weg die naar het eindpunt van vandaag leidt: Trecenta. In het centrum van deze
plaats, op de Piazza Garribaldi, staat hotel Centrale. Op het terras vóór het
hotel blijkt het bier voor de zoveelste keer niet alleen een dorstlesser, maar
ook ons welverdiende loon.
Het hotel is eenvoudig, zelfs een beetje onderkomen. Een
ouder echtpaar runt hier al jarenlang de tent zonder de intentie om te
investeren of te moderniseren. Wifi is er ook niet. De eigenaren zijn overigens
bijzonder aardige en behulpzame mensen. We kunnen er ook eten. Voor één
overnachting en een avondmaaltijd betalen we voor drie personen €150,-. Daar is
niets van te zeggen. Na het avondeten maken we een klein ommetje over het bijna
uitgestorven plein. Het heeft zojuist weer geregend en het is niet
aantrekkelijk om veel verder te gaan. Het gemeentehuis is verlicht in de
kleuren van de Italiaanse vlag. In een naburig lokaal houdt iemand van de PD
een politieke toespraak voor een publiek dat bestaat uit overwegend oudere
mannen. Het licht gaat vanavond vroeg uit.



Vandaag gewandeld: 25
km.
Totaal gewandeld: 1448 km.
Dinsdag 1
september
De
nacht was onrustig: Jan was een bos aan het omzagen. Zoals gebruikelijk rekent
Bertine als onze penningmeester na het ontbijt af met het vriendelijke echtpaar
van het hotel. We lopen Trecenta uit en het platteland strekt zich uit met
lange recht-toe-recht-aan wegen met grote scheuren in het wegdek. De omgeving
is armoedig en verlaten. Waar we de afgelopen dagen ook geweest zijn, de
Italiaanse huizen worden allemaal gekenmerkt door grote ijzeren hekwerken om
het huis en met blaffende honden. Het geblaf wordt van het ene erf overgenomen
op het andere erf en gaat zo eindeloos door, onze komst van verre aankondigend.
Na 12-13 kilometer lopen we het dorp Ficarolo binnen. Van veraf is te zien dat
de campanile behoorlijk scheef staat.
Naast de campanile staat een ovaalvormige
kerk uit de 18e eeuw gewijd aan de heilige Antoninus van Pamiers
(Fr.) uit de eerste/tweede eeuw na Chr. De deur van de kerk staat open en de
priester knoopt een gesprek met mij aan. Hij vertelt iets over de geschiedenis
van de kerk en laat me een schilderij zien met de naamgever van de kerk:
Antoninus (in het Italiaans San Antonino, niet te verwarren met Antonius van
Padua). Bij een café-bar op het marktplein, met een mooi zicht op de kerk en de
campanile, drinken we een cola.



















Als we
het dorp uitlopen, zien we voor het eerst de Po, een brede rivier gevuld met
het regenwater van de laatste dagen. Er is maar één mogelijkheid om die rivier
over te steken: over een smal paadje op de brug, tussen het buitenhekwerk en de
afrastering van de weg in. Zo lopen we de Veneto uit en de Emilia Romagna in,
of zoals Caesar het zei: zijn we de Rubicon overgestoken, op weg naar Rome! Aan
de overzijde lopen we een trapje af en steken links onder de brug door. Een
lange weg over de dijk volgt. Plotseling hoor ik een stem achter mij: een
meisje op een fiets zegt enthousiast goedendag, gevolgd door een jongen met
ontbloot bovenlijf. Hun fietsen zijn zwaar beladen met tassen en een tent. Het
blijkt een studentenpaar uit Neurenberg te zijn dat in twee weken tijd op de
fiets van Neurenberg naar Ravenna en Venetië wil fietsen om van daaruit weer terug
met de trein naar München te gaan. Hij is een Israëlisch-Palestijnse jongen met
een Arabisch-christelijke achtergrond uit Akko, in het noorden van Israël, de
stad van de kruisvaarders. Hij woont al acht jaar in Duitsland en spreekt
voortreffelijk Duits. Ze zijn bijzonder vriendelijk en enthousiast en ze zijn
ontzettend blij dat ze er in deze moeilijke coronatijd even twee weken
tussenuit kunnen.
De lange, lange weg over de dijk brengt ons uiteindelijk bij
de plaats Bondeno. Daar pauzeren we even op een bankje bij een kapelletje. Jan
spreekt bij het binnenlopen van de stad een mevrouw aan die hoogst verbaasd is
dat wij te voet vanuit Nederland zijn komen wandelen. Via enkele drukke wegen,
waarlangs het gevaarlijk is om te wandelen, komen we uiteindelijk aan bij onze
bestemming: hotel New Napoleonico, net buiten Bondeno, gelegen aan een drukke
doorgaande weg. Een lekker koel biertje is opnieuw onze beloning. We doen
daarna ons dagelijkse ritueel: douchen, handwasje, thuisfront appen, dagboek
bijhouden en een tukje. Rond 19 uur gaan we weer naar beneden om op het terras
te zitten en aansluitend in het restaurant. Daar eten we een heerlijke pizza
met een goed glas wijn erbij. Ja, net als de Italianen weten wij wat lekker is,
zeker na een dergelijke inspanning. In bed ga ik nog even lezen in het boekje
van Huub Hacking terwijl de andere twee al op één oor liggen.









Na 9 km komen we aan in Pieve di Cento. We lopen door naar
het centrum en gaan onder een arcade zitten bij een bar om wat te eten en te
drinken. Ook hier is het rustig en zijn er weinig mensen te zien. Het was een
week geleden moeilijk om een overnachtingsadres te vinden in deze plaats: óf
het was volgeboekt óf de mensen waren met vakantie. Gelukkig kon ik nog één
adresje vinden, maar wel 3 km buiten het centrum in een industriegebied: hotel
Castello d’Argile. Geen ideale locatie, maar beter dan niets. Het hotel zelf is
prima, maar je kunt er niet eten. Gelukkig biedt de mevrouw achter de receptie
ons aan om na sluitingstijd (20.30 uur) ons mee te nemen naar het centrum van
Pieve di Cento, waar zij woont. Daar hebben we lekker gegeten in een
restaurant. Rond 23 uur laten we ons met een taxi weer terugbrengen naar het
hotel. Morgen moeten we er weer vroeg uit en fit zijn voor de laatste lange
wandeldag.
Vandaag gewandeld: 28
km.
Totaal gewandeld: 1499 km.
Donderdag 3
september
Bij
het ontbijt in het hotel kun je zien dat het een zakenhotel is. Veel mensen
zitten in hun eentje aan een tafeltje. Het ontbijt is niet inbegrepen en moet
per consumptie worden afgerekend. Echt vriendelijk komt dit niet over.
Aangezien het hotel niet helemaal op onze route ligt, moeten we eerst een
stukje op het fietspad lopen langs een drukke verkeersweg. Via het centrum van
het plaatsje Castello d’Argile krijgen we weer aansluiting op de route die in
het boekje beschreven is, dus: langs de Reno. Tot onze verbazing heet de straat
hier al Via Lame, de straatnaam van ons hotel ruim 15 km verderop! Aan het
begin van de route langs de dijk zien we een oude brug, de Ponte di Bagno, die
niet meer in gebruik is omdat verderop de doorgaande weg over een nieuwe brug
gaat. De oude brug is helemaal overwoekerd. We lopen door agrarisch gebied en
het oogstseizoen is in volle gang. Het stikt van de vliegen op de Via Lame.
Volgend jaar niet vergeten om een anti-vliegenstick mee te nemen. De
temperatuur begint geleidelijk op te lopen naar 28-29 graden. Soms is de weg
verhard, soms is er sprake van een kiezelpad. Na ruim een uur wandelen, komen
we aan bij een keurig gemaaid grasveld met een kapelletje en een waterkraan. We
zoeken verkoeling op een picknickbank onder een boom en rusten even uit.
















Na nog
eens drie kilometer krijgen we een aanwijzing voor een dorp bovenop de dijk,
beter gezegd: een gehucht. In Malacappa wonen 54 mensen, maar er staat wel een
restaurant! Vanwege de regen afgelopen nacht staan de plastic stoelen
opgestapeld tegen de muur. We nemen er vier mee naar de ruimte buiten vóór het
restaurant: drie voor onszelf en een als tafeltje voor de cola. Het is nog net
geen 12 uur en la mamma zegt dat ze het water voor de pasta pas om 12.30 uur
klaar heeft. Daar wachten we dan maar op. Dan komen er tweelingzussen van rond
de 45 jaar naar buiten met … een gedekte tafel! Het zijn potige en gedecideerde
dames die je niets wijsmaakt. Niet veel later staat er dan toch een dampend
bord tortellini met ragout voor onze neus. Heerlijk, wat een verwennerij. De
uiteindelijke rekening komt vrijwel overeen met het aantal inwoners van het
dorp, maar voor dat bedrag hebben we dan wel heerlijk gegeten en gedronken.







Na dit intermezzo lopen we verder langs een drukke weg. We
besluiten voor de veiligheid het smalle pad op de dijk te nemen, maar voor mij
niet zo makkelijk om te lopen. Het dijkpad blijven we volgen tot in Trebbo di
Reno. Zo gauw we uitkomen op een geasfalteerde straat, zijn we al bij het
hotel: Antica Locanda Il Sole. We krijgen een hartelijke ontvangst én … ons
traditionele biertje. We kunnen er vanavond ook eten, maar nu eerst even
uitrusten. Om 20 uur gaan we naar het restaurant, aan de achterkant van het
hotel, buiten onder een luifel. Het valt gelijk op dat de tafels keurig netjes
gedekt zijn en dat het personeel en de gasten op chique gekleed zijn, terwijl
wij op onze slippertjes en gehuld in T-shirtjes aanschuiven. Het hotel blijkt
van de vrouw van de restauranteigenaar te zijn, maar ze hebben beiden een
gescheiden business. Het restaurant heeft een veel duurdere uitstraling dan het
hotel. Zo begint de goedkoopste fles wijn bij €32,- … We krijgen allerlei
kleine hapjes en geraffineerde tussendoortjes en we beginnen een beetje
ongemakkelijk heen en weer te schuiven op onze stoelen. Als we een slok
gedronken hebben, schiet er al een ober naar ons toe om het glas te vullen. Als
gevolg van dat alles krijgen we een beetje de slappe lach, maar dat gaat
voorbij als we de rekening krijgen. Dat is even slikken, maar goed, we
beschouwen het maar als de afsluiting van een geslaagde wandelweek. Morgen nog
maar 7 km naar het station in Bologna en dan zit het er weer op voor dit jaar.
Vandaag gewandeld: 21
km.
Totaal gewandeld: 1520 km.
Om 8
uur zitten we alweer aan het ontbijt, op dezelfde plek waar we de avond
daarvoor de exquise maaltijd hebben gehad. We zijn klaar voor de laatste dag.
De temperatuur is in de loop van de week flink opgelopen en zal vandaag rond
29-30 graden komen te liggen. Beter zo dan omgekeerd. Van Trebbo di Reno naar
het centraal station van Bologna is het 7 km langs drukke wegen. Niet echt
verheffend. Naarmate we meer het station naderen, voelen we ook de drukte van
de stad en de mensen die, net als wij vandaag, allemaal met een mondkapje op (moeten)
lopen. Bologna is niet bepaald de plek waar je nu moet zijn, want het aantal
besmettingen met het coronavirus is hier de laatste dagen behoorlijk opgelopen.
Dat is ook de reden dat Jan en Bertine direct na aankomst de trein terug willen
nemen naar Verona. Ik heb om 14.30 uur nog een afspraak met iemand in de stad
en zal daarna de trein nemen. Buiten vóór het station op de Piazza Medaglie
d’Oro feliciteren we elkaar met het afronden van onze wandeling van dit jaar
door elkaar een gouden chocolademedaille om te hangen. Een toepasselijker
plaats om dat te doen is er bijna niet! Enkele scholieren staan erbij en kijken
ernaar. Eentje maakt van ons de foto’s met medailles. Daarna vertrekken Jan en Bertine
met de trein naar Verona en breng ik mijn bagage naar het bagagedepot zodat ik
de rest van de dag de handen vrij heb.
Ik ken
Bologna aardig goed, want ik ben er zeker al vijf keer geweest, inclusief 2005
toen ik een bezoek bracht aan de bekende Italiaanse linkse volkszanger
Francesco Guccini. Ik loop naar de twee hoge torens in het centrum van Bologna:
de Torre Asinelli en de Torre Garisenda. Deze 97
en 48 meter hoge torens zijn overblijfselen uit de middeleeuwen, toen er naar
schatting een kleine honderd van dit soort torens in Bologna stonden. Bologna
heeft een viertal bijnamen: ‘la rossa’ (de een zegt vanwege
de rode daken, de ander vanwege de overheersend rode politieke kleur), ‘la dotta’ (‘de geleerde’, vanwege de
universiteit, de oudste ter wereld), ‘la
grassa’ (‘de vette’, vanwege de rijke gastronomie) en ‘la turita’ (de stad van de torens, waarvoor de twee scheve torens,
de Torre Asinelli en de Torre Garisenda, symbool staan). Ik loop natuurlijk ook
de grote boekwinkel van La Feltrinelli in, waar ik een boekje van Paolo Grillo koop.
Helaas kun je nog steeds niet het kasteel van koning Enzo, de buitenechtelijke zoon van
keizer Frederik II, bezoeken die hier vanaf 1249, na de slag om Fossalto,
gevangen heeft gezeten. Rondom zijn persoon zijn nogal wat legendes. Zo mocht hij vrouwen
ontvangen en de dochters van de adellijke families vochten om zijn aandacht (en
zijn bed). Hij was een charmeur en een poëet, maar als het ’s avonds donker
werd, moest hij in een kooi gaan zitten en werd hij naar boven getakeld aan het
plafond tot de volgende ochtend. Toch had de koning het zeker niet slecht: hij
had een kleine hofhouding en zou zeker vereerd zijn geweest dat ‘zijn gevangenis’
acht eeuwen later nog steeds zijn naam draagt. Het paleis ligt aan het Piazza
del Nettuno, vlak naast de Piazza Maggiore. Er staat een standbeeld met fontein
van Neptunus, ook wel ‘al Zigànt’
genoemd, de reus. Ik wandel nog naar de Santo Stefano, maar die is helaas al
gesloten. De kerk is bekend omdat het eigenlijk vier oude kerken zijn die in
één complex zijn ondergebracht. Het is er geweldig om even rond te lopen, maar
helaas kom ik dus niet verder dan het terras op het Piazza Santo Stefano. Al
slenterend door Bologna zie je de vele idyllische plekjes waar mensen lekker
zitten te eten. Jammer dat ik hier maar zo kort kan zijn en jammer dat vanwege
het virus niet alles toegankelijk is. Om 14.30 uur heb ik een afspraak met
Emamuela Bini die ik via internet heb leren kennen. Zij heeft namelijk een
tijdschrift voor mij waarnaar ik op zoek was. Precies op het afgesproken
tijdstip is ze er. Het is een korte, maar leuke ontmoeting. Op de weg terug
naar het station koop ik voor Elly een groene percolator van het bekende merk Bialetti.
Daarna haal ik mijn bagage op bij het depot en neem de trein naar Verona.
Tegen 18 uur kom ik aan bij B&B Le Maddalene, waar Jan de deur voor mij
open doet. Zij zijn er al een tijdje. Ik neem een lekkere douche en schuif daarna
aan bij de anderen op de bekende veranda. Rond 20 uur lopen we naar een osteria
in de buurt: ai Osei (dialect voor vogels, ucelli). Heerlijk gegeten tegen een
schappelijke prijs. De rest van de avond brengen we opnieuw door op de veranda,
samen met Luciana en Paolo, die daar ook woont. Onder het genot van ons laatste
biertje praten en lachen we veel. Een waardige afsluiting van een inspannende,
maar ook ontspannen week. Volgend jaar wordt het om deze tijd hopelijk vervolgd
met het traject Bologna – Florence, over de Apennijnen.
Vandaag gewandeld: 7 km.
Deze week gewandeld: 154 km
Totaal gewandeld tot nu toe: 1527 km.