Translate

31 maart 2013

Tweede etappe: van Gemünd naar Pech (wo. 3 sept. - za. 6 sept. 2008)


Woensdag 3 en donderdag 4 september 2008
 
Woensdagavond 3 september iets na acht uur ’s avonds tref ik Jan B. en Jan. T. bij het eindpunt van onze wandelreis, in hotel Wiesenau, in Wachtberg (bij het plaatsje … Pech!). We laten de auto van Jan B. staan en gaan met mijn auto door naar het beginpunt in Gemünd. Mevr. Rau van pension Rau is niet thuis vanavond, dat wist ik, ze heeft haar kaartavondje, maar de sleutel ligt onder een bloempot op de trap achter het huis. En zo komen we het pension in waar ik anderhalf jaar geleden met Huub H. geëindigd ben, in precies dezelfde slaapkamer. We laten de boel de boel en gaan het centrum in, naar het café-restaurant waar ik vorig jaar met Huub voor het laatst heb gegeten. Nu gaan we er voor een pint, beter gezegd voor wel drie. We bespreken al lachend de kwalen en gebreken die we hebben en wat de anderen moeten doen als ons onderweg iets overkomt. Rond 22.30 uur worden we eruit gegooid want de tent gaat sluiten. Op de slaapkamer van Jan. B. nuttigen we nog een fles wijn en is de moed voor de eerste etappe ingedronken. 
 
De volgende ochtend trekken we na het ontbijt de wandelschoenen aan, nemen voor het eerst de rugzakken op onze ruggen en beginnen aan de eerste etappe.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Er staat ons direct een forse klim te wachten met 200 meter hoogteverschil. De straaltjes lopen binnen de kortste keren over onze ruggen. Gelukkig valt het weer mee: rond de 20 graden, geen wind, geen regen, maar ook geen zon. De Eifel is gelijk alweer vertrouwd: stil, mooi gelegen, eindeloos, heuvelachtig, uitgestrekt, verlaten en landelijk. Na een lange afdaling volgt na 7 km. de eerste pauze in het plaatsje Kall. Daarna gaan we voor de tweede keer stijl omhoog en voelen we de kuiten kietelen. In het dorpje Weyer willen we naar een café of een bakkertje, maar er is helemaal niets, dus nemen we plaats op een bankje midden in het dorp.


 
 
Achter Weyer blijkt een archeologische bezienswaardigheid te zijn: de Kakushöhle, waar Neanderthalers, Kelten en Romeinen geleefd hebben. In het dorpje Pesch komen we midden in het dorp een oude herenboerderij tegen waarvan de eigenaar ons uitnodigt binnen een kijkje te komen nemen.



Daarna sjokken we verder, opnieuw een heuvel op. Op de top liggen allerlei (gereconstrueerde) overblijfselen van tempels.
 





 
Zelfs de zon breekt even door! Bij het plaatsje Hohn lopen we nog even verkeerd, maar na 30 km. komen we dan eindelijk aan in het mooie, oude ommuurde plaatsje Bad Münstereifel.
 

In de Altstadt hebben we een piepklein appartementje waar we met z’n drieën op één slaapkamer moeten liggen. We gaan bij een Grieks restaurant eten en slokken gulzig het eerste biertje naar binnen. Een godendrank!





De avond wordt besloten in het keukentje van het appartementje. Jan T. is moe en zoekt het bed op. Samen met Jan B. drink ik nog een glas wijn en hebben we binnen de kortste tijd een interessante discussie over ‘eigenzinnige’ mensen, mensen wiens ideeën niet aansluiten bij de gangbare academische opvattingen. Zo hebben we het o.a. over Immanuel Velikovsky en over de Italiaanse ‘kankerdeskundige’ Simoncini. Met name de laatste persoon ligt erg gevoelig. Hij wordt door velen gezien als een kwakzalver, o.a. omdat hij kanker beschouwt en behandelt als een schimmel. Voor vandaag is het genoeg geweest: rond middernacht kruipen we ons nest in.
 
Vrijdag 5 september 2008 
De vrijdagochtend gaan we voor ons ontbijt een bakkertje zoeken in het dorp. Op weg er naar toe, zit de stemming er al goed in. Jan T. laat zich fotograferen als een middeleeuwse delinquent met een ketting om zijn nek.







Niet veel later noemt hij een jonge serveerster guitig ‘Schatz’. Jan is duidelijk in zijn element en heeft (tijdelijk) afstand genomen van zijn dagelijkse werkzaamheden. Dat toont hoe heerlijk het kan zijn even een paar dagen van de dagelijkse beslommeringen verlost te zijn.
 
Verder gaat het weer, van Bad Münstereifel naar een groot stuwmeer, de Steinbachtalsperre. Daar drinken we buiten koffie en moeten we oppassen ons gebak niet door enkele brutale vogeltjes te laten opeten.
 
 
Soms voeren we uitgebreide gesprekken, soms kan het ook tijden stil zijn. Van beide kunnen we genieten. In het dorpje Loch pauzeren we vlak voor een klein kapelletje gewijd aan St. Eligius, de patroonheilige van het smedengilde. Een toevallige passant maakt van ons drieën een foto.
 
We zijn inmiddels aardig moe en het begint ook nog te regenen. Tot overmaat van ramp voel ik maagpijn opkomen. We doen de regenkleding aan en lopen in ganzenpas achter elkaar de zoveelste heuvel op.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
  
 
Even lopen we verkeerd, maar algauw vinden we de weg terug en lopen het inmiddels natte woud in. Ons eindpunt zou normaal gesproken Rheinbach zijn, maar daar waren geen kamers meer te huur, dus moesten we uitwijken naar het verderop gelegen Wormersdorf. Ondertussen blijkt mijn ‘maagpijn’ zich ontwikkeld te hebben tot een heuse galaanval. Met veel pijn en moeite haal ik Gasthof ‘Zur Tomburg’. Gelukkig krijgen we ditmaal allemaal een éénpersoonskamer. Ik probeer een klein hapje te eten, maar dat valt niet goed. Ik hou het voor gezien en vertrek rond 19 uur naar mijn kamer, kermend van de pijn. Rond 22 uur moet ik overgeven en maak daarna een doorwaakte nacht door. Paracetamol had ik wel meegenomen (maar die spuug je gelijk weer uit); de Z-pillen, die direct in het bloed opgenomen worden en in dit geval beter voor mij zouden zijn geweest, ben ik vergeten mee te nemen. Kortom: een rampnacht. Wat te doen morgen??
Zaterdag 6 september 2008 
Op zaterdagochtend moet ik een beslissing nemen: doorgaan of niet? Uiteindelijk besluit ik toch te gaan, ondanks de krampaanvallen. Het gaat vandaag om ‘slechts’ 20 km., vlak terrein, maar ook de gedachte dat waar we samen aan begonnen zijn het jammer zou zijn om het op deze laatste dag niet samen af te maken.
Na enige kilometers door open terrein merk ik al ras dat ik de anderen niet bij kan benen. Voorovergebogen, met de blik gefixeerd op de weg beneden mij volg ik op gepaste afstand de twee Jannen.



Tussen de recht-toe-recht-aan-wegen presteer ik het ook nog de kaart verkeerd te lezen en komen we uit bij een niet-gepland stationnetje van de plaats Meckenheim. Daar drinken we wat, ik zowaar aan de thee, wat ik nooit drink. Ik overhandig de kaart aan de anderen die vanaf nu het voortouw nemen. De Jannen vragen bezorgd hoe het gaat en vragen of het niet beter is dat ik een taxi neem of de trein. De trein? Ja, hier is de Bahnhof, en voor we het weten zitten we te lachen om de sketch van Koot en Bie over ‘Wo ist der Bahnhof? Dao ist der Bahnhof!’. En verder sjokken we, eigenwijs als ik ben, door de stad, over een autoweg, dwars door een bos tot we uitkomen bij Villiprott. Ik voel dat ik inmiddels koorts begin te krijgen; het wordt tijd dat we ons einddoel halen. En rond 15.30 uur lukt dat ook en bereiken we hotel Wiesenau in het plaatsje … Pech! Tja, what’s in a name.
 




Ik val half bewusteloos op mijn bed en het lijkt wel alsof ik bijna twee uur in een comateuze toestand ben geweest, volledig van de buitenwereld afgesloten, me achteraf niets meer herinnerend. Bezweet en koortsig schuif ik rond 18.30 uur nog even aan voor een hapje, maar al gauw merk ik dat mijn maag op slot zit en vertrek ik weer naar boven, naar mijn hotelkamer, de Jannen alleen achterlatend, likkebaardend naar mijn onaangeroerde zalm. De rest van de avond en nacht heb ik op bed gelegen, dan weer slapend, dan weer TV-kijkend. Ik heb vandaag dan wel als pelgrim het kruis gedragen, het was op het randje van wat kon. Maar dat maakt deze tocht dan ook wel tot een echte pelgrimstocht … Wordt vervolgd!! 
Deze drie dagen hebben we 75 km. gewandeld. Samen met de 70 km. van het vorig jaar met Huub H. brengt dat de stand op 145 km. in totaal. Rome is nog ver ….