Woensdag 3 en donderdag
4 september 2008
De volgende ochtend trekken we na het ontbijt de
wandelschoenen aan, nemen voor het eerst de rugzakken op onze ruggen en
beginnen aan de eerste etappe.
Er staat ons direct een forse klim te wachten
met 200 meter
hoogteverschil. De straaltjes lopen binnen de kortste keren over onze ruggen.
Gelukkig valt het weer mee: rond de 20 graden, geen wind, geen regen, maar ook
geen zon. De Eifel is gelijk alweer vertrouwd: stil, mooi gelegen, eindeloos,
heuvelachtig, uitgestrekt, verlaten en landelijk. Na een lange afdaling volgt
na 7 km . de
eerste pauze in het plaatsje Kall. Daarna gaan we voor de tweede keer stijl
omhoog en voelen we de kuiten kietelen. In het dorpje Weyer willen we naar een
café of een bakkertje, maar er is helemaal niets, dus nemen we plaats op een
bankje midden in het dorp.
Achter Weyer blijkt een archeologische
bezienswaardigheid te zijn: de Kakushöhle, waar Neanderthalers, Kelten en
Romeinen geleefd hebben. In het dorpje Pesch komen we midden in het dorp een
oude herenboerderij tegen waarvan de eigenaar ons uitnodigt binnen een kijkje
te komen nemen.
Daarna sjokken we verder, opnieuw een heuvel op. Op de top
liggen allerlei (gereconstrueerde) overblijfselen van tempels.

Zelfs de zon
breekt even door! Bij het plaatsje Hohn lopen we nog even verkeerd, maar na 30 km . komen we dan eindelijk
aan in het mooie, oude ommuurde plaatsje Bad Münstereifel.
In de Altstadt hebben we een piepklein appartementje waar we met z’n drieën op één slaapkamer moeten liggen. We gaan bij een Grieks restaurant eten en slokken gulzig het eerste biertje naar binnen. Een godendrank!
De avond wordt besloten in het
keukentje van het appartementje. Jan T. is moe en zoekt het bed op. Samen met
Jan B. drink ik nog een glas wijn en hebben we binnen de kortste tijd een
interessante discussie over ‘eigenzinnige’ mensen, mensen wiens ideeën niet
aansluiten bij de gangbare academische opvattingen. Zo hebben we het o.a. over
Immanuel Velikovsky en over de Italiaanse ‘kankerdeskundige’ Simoncini. Met
name de laatste persoon ligt erg gevoelig. Hij wordt door velen gezien als een
kwakzalver, o.a. omdat hij kanker beschouwt en behandelt als een schimmel. Voor
vandaag is het genoeg geweest: rond middernacht kruipen we ons nest in.
Vrijdag 5
september 2008
De vrijdagochtend gaan we voor ons ontbijt een bakkertje
zoeken in het dorp. Op weg er naar toe, zit de stemming er al goed in. Jan T.
laat zich fotograferen als een middeleeuwse delinquent met een ketting om zijn
nek.
Niet veel later noemt hij een jonge serveerster guitig ‘Schatz’. Jan is
duidelijk in zijn element en heeft (tijdelijk) afstand genomen van zijn
dagelijkse werkzaamheden. Dat toont hoe heerlijk het kan zijn even een paar
dagen van de dagelijkse beslommeringen verlost te zijn.
Verder gaat het weer,
van Bad Münstereifel naar een groot stuwmeer, de Steinbachtalsperre. Daar
drinken we buiten koffie en moeten we oppassen ons gebak niet door enkele
brutale vogeltjes te laten opeten.
Soms voeren we uitgebreide gesprekken, soms
kan het ook tijden stil zijn. Van beide kunnen we genieten. In het dorpje Loch
pauzeren we vlak voor een klein kapelletje gewijd aan St. Eligius, de
patroonheilige van het smedengilde. Een toevallige passant maakt van ons drieën
een foto.
We zijn inmiddels aardig moe en het begint ook nog te regenen. Tot
overmaat van ramp voel ik maagpijn opkomen. We doen de regenkleding aan en
lopen in ganzenpas achter elkaar de zoveelste heuvel op.
Even lopen we
verkeerd, maar algauw vinden we de weg terug en lopen het inmiddels natte woud
in. Ons eindpunt zou normaal gesproken Rheinbach zijn, maar daar waren geen
kamers meer te huur, dus moesten we uitwijken naar het verderop gelegen
Wormersdorf. Ondertussen blijkt mijn ‘maagpijn’ zich ontwikkeld te hebben tot
een heuse galaanval. Met veel pijn en moeite haal ik Gasthof ‘Zur Tomburg’.
Gelukkig krijgen we ditmaal allemaal een éénpersoonskamer. Ik probeer een klein
hapje te eten, maar dat valt niet goed. Ik hou het voor gezien en vertrek rond
19 uur naar mijn kamer, kermend van de pijn. Rond 22 uur moet ik overgeven en
maak daarna een doorwaakte nacht door. Paracetamol had ik wel meegenomen (maar
die spuug je gelijk weer uit); de Z-pillen, die direct in het bloed opgenomen
worden en in dit geval beter voor mij zouden zijn geweest, ben ik vergeten mee
te nemen. Kortom: een rampnacht. Wat te doen morgen??
Zaterdag 6
september 2008
Op zaterdagochtend moet ik een beslissing nemen: doorgaan of
niet? Uiteindelijk besluit ik toch te gaan, ondanks de krampaanvallen. Het gaat
vandaag om ‘slechts’ 20 km .,
vlak terrein, maar ook de gedachte dat waar we samen aan begonnen zijn het
jammer zou zijn om het op deze laatste dag niet samen af te maken.
Na enige
kilometers door open terrein merk ik al ras dat ik de anderen niet bij kan
benen. Voorovergebogen, met de blik gefixeerd op de weg beneden mij volg ik op
gepaste afstand de twee Jannen.
Tussen de recht-toe-recht-aan-wegen presteer ik het ook nog de kaart verkeerd te lezen en komen we uit bij een niet-gepland stationnetje van de plaats Meckenheim. Daar drinken we wat, ik zowaar aan de thee, wat ik nooit drink. Ik overhandig de kaart aan de anderen die vanaf nu het voortouw nemen. De Jannen vragen bezorgd hoe het gaat en vragen of het niet beter is dat ik een taxi neem of de trein. De trein? Ja, hier is de Bahnhof, en voor we het weten zitten we te lachen om de sketch van Koot en Bie over ‘Wo ist der Bahnhof? Dao ist der Bahnhof!’. En verder sjokken we, eigenwijs als ik ben, door de stad, over een autoweg, dwars door een bos tot we uitkomen bij Villiprott. Ik voel dat ik inmiddels koorts begin te krijgen; het wordt tijd dat we ons einddoel halen. En rond 15.30 uur lukt dat ook en bereiken we hotel Wiesenau in het plaatsje … Pech! Tja, what’s in a name.
Ik val half bewusteloos op mijn bed en het lijkt wel alsof ik bijna twee uur in een comateuze toestand ben geweest, volledig van de buitenwereld afgesloten, me achteraf niets meer herinnerend. Bezweet en koortsig schuif ik rond 18.30 uur nog even aan voor een hapje, maar al gauw merk ik dat mijn maag op slot zit en vertrek ik weer naar boven, naar mijn hotelkamer, de Jannen alleen achterlatend, likkebaardend naar mijn onaangeroerde zalm. De rest van de avond en nacht heb ik op bed gelegen, dan weer slapend, dan weer TV-kijkend. Ik heb vandaag dan wel als pelgrim het kruis gedragen, het was op het randje van wat kon. Maar dat maakt deze tocht dan ook wel tot een echte pelgrimstocht … Wordt vervolgd!!


























