Woensdag 25 augustus 2010
Het is er toch weer van gekomen: de vierde wandeling in
etappes van Aken naar Rome. Een vreemde ervaring als je terugblikt. Van mijn
wandelmaatjes is Huub Hacking overleden en Jan Bakker al ruim anderhalf jaar
ernstig ziek (maar … onkruid vergaat niet). Bertine heeft de plaats van Jan
ingenomen en als zij meewandelt, wandelt hij in gedachten ook mee. De wandeling
was bijna niet doorgegaan, omdat Jan T. en ik het onverantwoord vonden gezien
de omstandigheden. Jan B. gaf zelf de doorslag: gaan! Hij benadrukte dat dit
voor hem ook een stimulans was. Hij wandelt immers in gedachten met ons mee.
Tja, dan kun je niet meer terug, dan wordt het bijna een roeping. Dus: we gaan
ervoor!
We verzamelen in de namiddag bij Jan en Els in Waalre. Els
had natuurlijk weer uitgebreid gekookt, terwijl we nog zo gezegd hadden dat dat
niet hoefde. Jan B. oogt moe, maar wil er persé bij zijn als we vetrekken. Een
foto naast een rugzak is zijn deel. Els spreekt bij het afscheid Jan T. toe als
‘ouwe druppel’ en de stemming zit er goed in.
Donderdag 26 augustus 2010: Koblenz – Bad
Salzig
Om 8 uur bij het ontbijt treffen we drie andere gasten aan,
alle drie historici! Ze doen onafhankelijk van elkaar onderzoek in het
Bundesarchiv in de Potsdamer Straße 1 in Koblenz (http://www.bundesarchiv.de/index.html.de).
Met twee van hen raak ik in gesprek: met Ulrich Chaussy (schrijver en
journalist uit München; http://de.wikipedia.org/wiki/Ulrich_Chaussy)
en Stefan Grüner (historicus nieuwe en nieuwste geschiedenis aan de
universiteit van Augsburg; http://www.philhist.uni-augsburg.de/lehrstuehle/geschichte/lstwirsching/mitarbeiterverzeichnis/sgruener/).
Het gesprek gaat vooral over het onderzoek van Chaussy. Hij onderzoekt 30 jaar
na dato (de bronnen worden nu vrijgegeven!) de officiële documenten omtrent de
aanslag tijdens de Oktoberfeesten van 1980 in München. Daarover heeft hij in 1985 een
boek geschreven (Ulrich
Chaussy: „Oktoberfest. Ein Attentat.”), waarin zijn stelling luidt dat het niet het werk geweest is van
slechts één persoon met rechtsextreme ideeën. Na een gezamenlijke foto begint
dan onze wandeling.
Bergaf gaat het richting station en daarna naar de Rijnboulevard. Het
is prima wandelweer: droog, bewolkt, niet te warm, niet te koud. Aan het eind
van de 7 km
lange boulevard komen we een 75-jarige man uit Kiel tegen. Hij begint
honderduit tegen ons te praten, ja zelfs op een gegeven moment een
liefdesliedje te zingen! Een uitspraak van hem luidt: ’Sportler werden nicht
älter, aber sterben gesunder!’, een mooie uitspraak om de klim naar boven mee te
beginnen.
Na een pittige klim komen we bij een uitzichtpunt met de naam
Rittersturz, genoemd naar een ridder die in de middeleeuwen na liefdesverdriet
hier naar beneden gesprongen is. Leuk om na te doen op een foto … (zie http://de.wikipedia.org/wiki/Rittersturz_(Aussichtspunkt)).
Hier is ook op 1 juli 1948 een conferentie gehouden van de 11 minister-presidenten
van de Duitse deelstaten van de westelijke bezettingszones ter voorbereiding op
de stichting van de BRD (http://de.wikipedia.org/wiki/Rittersturz-Konferenz).
Interessante geschiedenis dus.
Na nog een stukje klimmen, komen we bij een uitspanning waar
we graag koffie willen drinken. Het is nog gesloten, maar even later wordt
gemeld dat we toch wat kunnen krijgen. Wat zijn er toch een boel aardige mensen
op de wereld! Dankzij een rugzak, de wat vreemde samenstelling van het
gezelschap bestaande uit twee mannen en een vrouw in combinatie met de wat
gevorderde leeftijd, gaan er deuren open!
Een lange bosweg leidt ons langs
diverse archeologische plaatsen, waaronder de resten van een Mercuriustempel.
Uiteindelijk komen we aan in de plaats Waldesch, waar we wat willen eten en drinken. In het dorp is alles dicht en een vrouw is zo vriendelijk om ons in haar auto (!) een stukje terug te brengen naar een Stehcafé aan de grote weg die we net overgestoken waren.
Uiteindelijk komen we aan in de plaats Waldesch, waar we wat willen eten en drinken. In het dorp is alles dicht en een vrouw is zo vriendelijk om ons in haar auto (!) een stukje terug te brengen naar een Stehcafé aan de grote weg die we net overgestoken waren.
Na een heerlijke pauze gaat het verder door velden en bossen
tot we uiteindelijk aanbelanden bij een fantastisch panorama: Gedeonseck. Daar
is vanuit de hoogte te zien hoe de Rijn een scherpe bocht maakt in het
landschap, slingerend tussen de wijnvelden met als enige bewegingen de boten,
treinen en auto’s onder ons.
We kiezen ervoor om niet de gemakkelijke Sessellift naar beneden te nemen, maar lopen met onze zware rugzakken het steile leistenen pad naar beneden, richting Boppard. Levensgevaarlijk achteraf, zeker als het had geregend, maar gelukkig was er aan het eind van het pad een café waar we alle drie een halve liter bier naar binnen hebben geklokt om onze heldendaad kracht bij te zetten.
Daarna lopen we nog6 km . langs de boulevard tot
we in Bad Salzig uitkomen waar we een pension gereserveerd hebben en vervolgens
een heerlijke maaltijd in het centrum genuttigd.
We zijn vanochtend om 9 uur vertrokken en om 19 uur aangekomen; we hebben ongeveer32 km gewandeld, we zijn
doodop, maar wat was het mooi!
We kiezen ervoor om niet de gemakkelijke Sessellift naar beneden te nemen, maar lopen met onze zware rugzakken het steile leistenen pad naar beneden, richting Boppard. Levensgevaarlijk achteraf, zeker als het had geregend, maar gelukkig was er aan het eind van het pad een café waar we alle drie een halve liter bier naar binnen hebben geklokt om onze heldendaad kracht bij te zetten.
Daarna lopen we nog
We zijn vanochtend om 9 uur vertrokken en om 19 uur aangekomen; we hebben ongeveer
Vrijdag 27
augustus 2010: Bad Salzig – St. Goar
Der Weg ist das Ziel!!
De kamer en het ontbijt waren meer dan goed en goed
betaalbaar. Het weer buiten is minder dan gisteren: het regent.
Van Bad Salzig gaan we weer klimmen naar de hoogvlakte, eerst vergezeld door een miezerige regen, daarna met stromende regen. Soms is het moeilijk de juiste weg te vinden in het bos, omdat niet alle bewegwijzeringen even duidelijk zijn en er zoveel paden zijn dat je snel verkeerd dreigt te lopen. Op een gegeven moment twijfelen we weer opnieuw, maar worden we gered door een vrouw die haar hond uitlaat. Als ze hoort dat we op weg zijn naar Rome, zegt ze vrolijk, maar wijs: ’Ach ja, der Weg ist das Ziel!’ en ze slaat de spijker op zijn kop.
Van Bad Salzig gaan we weer klimmen naar de hoogvlakte, eerst vergezeld door een miezerige regen, daarna met stromende regen. Soms is het moeilijk de juiste weg te vinden in het bos, omdat niet alle bewegwijzeringen even duidelijk zijn en er zoveel paden zijn dat je snel verkeerd dreigt te lopen. Op een gegeven moment twijfelen we weer opnieuw, maar worden we gered door een vrouw die haar hond uitlaat. Als ze hoort dat we op weg zijn naar Rome, zegt ze vrolijk, maar wijs: ’Ach ja, der Weg ist das Ziel!’ en ze slaat de spijker op zijn kop.
Na 2 uur flink klimmen (we moeten meer dan 500 meter hoogteverschil
overwinnen), komen we op de Fleckenshöhe uit. Een bejaarde boer in kerstbomen
(!) knoopt een praatje met ons aan en geeft ons water. Een stille hoop op een
bakje warme koffie in de stromende regen komt helaas niet uit.
En verder gaat het weer, nu naar het plaatsje Karbach. Het wordt langzaam droog, maar dat geldt ook voor onze kelen. Groot is de teleurstelling als er in dit rijke slaapdorp geen winkels of cafés zijn; de laatste heeft zes weken geleden de deuren gesloten! Wanhopig vragen wij aan een vrouw of er dan ergens anders in de buurt misschien een locatie te vinden is waar wat gedronken kan worden, waarop zij spontaan aanbiedt om koffie voor ons te zetten. Als we op een bankje met houten tafel bij haar garage zitten, komt ze niet alleen met koffie, maar ook met cake en koeken. Kijk, daar doe je het voor! We knopen een gesprek aan en binnen een half uur kennen we haar levensgeschiedenis en die van oma erbij, die inmiddels ook op het toneel is verschenen. Niet lang daarna komen de kinderen van school. We geven de drie jongetjes wat koffiegeld, wat zeer gewaardeerd wordt en verder gaat het, opnieuw de bossen in.
Plotseling houdt de weg op en zien we aan de overkant van een snel stromend beekje een andere weg lopen. We hebben geen keus: die moeten we nemen. We glijden over een natte leemgrond een vier meter hoge, steile wand af, waden door het stroompje en komen veilig en wel, maar wel smerig, aan de overkant aan.
Te laat komen we erachter dat we een verkeerde afslag nemen en na drie kwartier hervinden we het juiste pad. Inmiddels komt het met bakken naar beneden, gepaard dit keer met onweer. Weer raken we de weg kwijt en besluiten dan maar om een tijdje een asfaltweg te volgen tot we opnieuw een bewegwijzering zien. Het pad is bezaaid met omgewaaide bomen en takken. Nadat ik over een stam heen wil klimmen, verlies ik mijn evenwicht en ga onderuit, tot hilariteit van Bertine. Blijven liggen, roept ze, en maakt gelijk een foto. Collegialiteit heet dat ...
En verder gaat het weer, nu naar het plaatsje Karbach. Het wordt langzaam droog, maar dat geldt ook voor onze kelen. Groot is de teleurstelling als er in dit rijke slaapdorp geen winkels of cafés zijn; de laatste heeft zes weken geleden de deuren gesloten! Wanhopig vragen wij aan een vrouw of er dan ergens anders in de buurt misschien een locatie te vinden is waar wat gedronken kan worden, waarop zij spontaan aanbiedt om koffie voor ons te zetten. Als we op een bankje met houten tafel bij haar garage zitten, komt ze niet alleen met koffie, maar ook met cake en koeken. Kijk, daar doe je het voor! We knopen een gesprek aan en binnen een half uur kennen we haar levensgeschiedenis en die van oma erbij, die inmiddels ook op het toneel is verschenen. Niet lang daarna komen de kinderen van school. We geven de drie jongetjes wat koffiegeld, wat zeer gewaardeerd wordt en verder gaat het, opnieuw de bossen in.
Plotseling houdt de weg op en zien we aan de overkant van een snel stromend beekje een andere weg lopen. We hebben geen keus: die moeten we nemen. We glijden over een natte leemgrond een vier meter hoge, steile wand af, waden door het stroompje en komen veilig en wel, maar wel smerig, aan de overkant aan.
Te laat komen we erachter dat we een verkeerde afslag nemen en na drie kwartier hervinden we het juiste pad. Inmiddels komt het met bakken naar beneden, gepaard dit keer met onweer. Weer raken we de weg kwijt en besluiten dan maar om een tijdje een asfaltweg te volgen tot we opnieuw een bewegwijzering zien. Het pad is bezaaid met omgewaaide bomen en takken. Nadat ik over een stam heen wil klimmen, verlies ik mijn evenwicht en ga onderuit, tot hilariteit van Bertine. Blijven liggen, roept ze, en maakt gelijk een foto. Collegialiteit heet dat ...
Vlak voor St. Goar ligt een camping. Daar drinken we een welverdiende Radler (bier met limonade zegt de eigenaar).
De laatste twee kilometer ruiken we de stal. St. Goar ligt fraai aan de Rijn met een mooie kasteelruïne. Vlak daarbij is ons pension, een shabby, niet al te hygiënisch uitziend onderkomen, maar wel met een vriendelijk oud echtpaar. We nemen een koude douche (het warme water is op en ook de WC doet het niet!), rusten wat uit en gaan daarna het dorp in om een lekker hapje te eten. Vandaag hebben we er
Zaterdag 28
augustus 2010: St. Goar - Oberwesel
In het kleine kamertje van het pensionnetje slapen we gedrieën
in een kleine ruimte met bedompte lucht. We ontbijten buiten op een ruim balkon
met prachtig uitzicht op de Rijn, St. Goar en de overkant op St. Goarshausen.
Vandaag gaan we dezelfde wandeling maken als in mei 2007 toen we met onze Duitse vrienden Kai en Christa hier waren. Kai is helaas plotseling overleden in februari van dit jaar; dat maakt de wandeling speciaal en beladen, maar ook met mooie herinneringen. We klimmen direct al een eindeloze trap naar boven om vervolgens te kunnen genieten van een adembenemend uitzicht over de Rijn. Het bordje met de tekst ‘Ich weiβ nicht, was soll es bedeuten’ van Heine maakt duidelijk dat we bij de Loreley zijn aangekomen., het gevaarlijkste punt in de Rijn voor schippers. De zingende en kammende blondine verleidde volgens de legende de schippers die vervolgens met hun boten op de rotsige uitsteeksels in de Rijn te pletter voeren.
We wandelen verder tot het punt waar precies in de bocht de overhellende rots van de Loreley aan de overkant te zien is. Op die plek laten we een foto van ons maken.
Vandaag gaan we dezelfde wandeling maken als in mei 2007 toen we met onze Duitse vrienden Kai en Christa hier waren. Kai is helaas plotseling overleden in februari van dit jaar; dat maakt de wandeling speciaal en beladen, maar ook met mooie herinneringen. We klimmen direct al een eindeloze trap naar boven om vervolgens te kunnen genieten van een adembenemend uitzicht over de Rijn. Het bordje met de tekst ‘Ich weiβ nicht, was soll es bedeuten’ van Heine maakt duidelijk dat we bij de Loreley zijn aangekomen., het gevaarlijkste punt in de Rijn voor schippers. De zingende en kammende blondine verleidde volgens de legende de schippers die vervolgens met hun boten op de rotsige uitsteeksels in de Rijn te pletter voeren.
We wandelen verder tot het punt waar precies in de bocht de overhellende rots van de Loreley aan de overkant te zien is. Op die plek laten we een foto van ons maken.
Het weer is sterk wisselvallig: zon, wolken en regen. We
zitten midden in het wijnbouwgebied aan de Rijn en dat doet me denken aan een
fragment van, ja, wie anders dan, Bertus Aafjes:
Tegen de berghelling
gezeten
Waar wijngaard aan
wijngaard zich rijt,
Zie ik, hoe langs
krochten en spleten
De Rijn door het paars
landschap glijdt.
Langzaam naderen we een plaats waar ik heel graag naar toe
wilde: het GünderodeHaus dat in Heimat-3 zo’n prominente plaats inneemt (http://www.heimat-fanpage.de/). De
serie gaat over een familie in een Duits dorp aan de Hundsrück, met de
gefingeerde naam Schabbach. Deze familie wordt door de Duitse geschiedenis gedurende
een eeuw gevolgd wordt. Fascinerend, een verslavende serie, en ook: mensen van
vlees en bloed, emoties en belevenissen van dichtbij tegen de achtergrond van
de Duitse geschiedenis, heel ontroerend en herkenbaar. Hier waren Elly en ik
twee jaar geleden ook, maar toen was het nog geen restaurant. We eten gebak en
drinken koffie op het terras waar Hermänchen heeft gezeten en heeft genoten van
het schitterende uitzicht. Ik maak veel foto’s, zowel binnen als buiten, en
koop voor Elly het boek Heimat-3 (het laatste exemplaar!).
Na dit hoogtepunt lopen we bergaf richting het dorp
Oberwesel. De voetreis voor dit jaar zit er weer op. Deze drie dagen hebben we
zo’n 69 km
in totaal gewandeld, een redelijk gemiddelde. We nemen de trein naar Koblenz en
lopen daar terug naar het pension van ‘Frau Herpes’ waar de auto staat.
In Waalre drinken we nog koffie bij Jan, ik zet Bertine bij Jan B. in Nuenen af en rij verder door naar huis. Wat kan wandelen toch heerlijk zijn en ook verslavend. Alle zorgen even laten varen en lekker uitwaaien. En wat doet het er toe, het weer, het geld, het is het leven dat telt:
In Waalre drinken we nog koffie bij Jan, ik zet Bertine bij Jan B. in Nuenen af en rij verder door naar huis. Wat kan wandelen toch heerlijk zijn en ook verslavend. Alle zorgen even laten varen en lekker uitwaaien. En wat doet het er toe, het weer, het geld, het is het leven dat telt:
Laat het regenen! Laat
de winden
Waaien! Wat is een
beurs met geld?
Zal de honger geen
broodkorst vinden?
Ik ben de lelie van
het veld.


