(uit: Jelle Brandt Corstius - Arctisch Dagboek, Amsterdam 2014, pag. 45)
Zondag 7 september 2014
Kniebeschermer? Check! Enkelband? Check! Steunzolen? Check! Blarenpleisters? Check! Spiroflor? Check! Alle (hulp)middelen nodig bij de jaarlijkse wandeling worden gecheckt. Het lijken er ieder jaar steeds meer te worden. Wat de hulpmiddelen betreft is dat ook zo. Fysiek gaat het moeizamer. En geestelijk ook na het bericht dat ik in februari opa word. (Ik hoor het Elly al zeggen: "opa, doe toch normaal; niet van die lange wandelingen maken.")
De laatste weken ben ik weer flink bezig geweest om in het wandelritme te komen. Het lijkt wel alsof alle onderdelen van je lijf heviger beginnen te protesteren dan het jaar daarvoor. En toch gaan we weer. Hoewel ... Enkele weken geleden belde Jan op met de mededeling dat Els, tijdens het spelen met de kleinkinderen, gevallen was en de heup had gebroken. Dat krijg je als je oma bent. Hij kon niet mee wandelen want moest mantelzorg verlenen. Een dag later stuurde Bertine een berichtje vanuit Engeland: met de fiets gevallen en in het ziekenhuis aan de elleboog geopereerd. Gelukkig liet ze twee weken geleden weten dat ze wél mee kon wandelen, dus we gaan met zijn tweetjes. Startpunt: Böblingen, waar we het vorig jaar geëindigd zijn. Wijsheid van Bertine voorafgaand aan de wandeling: Waar leven is, is hoop; en waar hoop is, is koffie ...
Zondagochtend om 9 uur naar Bertine in Nuenen gereden. Haar huisje in het bos is helemaal tegen de vlakte. In oktober/november wordt begonnen met het nieuwe huis, d.w.z. de casco-bouw.

Om de laatste afspraken tijdens haar afwezigheid te controleren, is Barry uit Engeland overgekomen. Hij zorgt ook voor Forrest (Gump), de hond van Bertine. Tegen 12 uur vertrekken we uit Nuenen rond 18 uur zijn we in Böblingen. Onderweg praten we een jaar bij. Het Mercure Hotel in Böblingen is gelikt, maar ligt aan de rand van de stad. We installeren ons en daarna begint Bertine aan een breiwerkje voor haar kleindochter. Het moet niet gekker worden tijdens deze wandeling. Daarna parkeren we onze auto zo dicht mogelijk bij het station zodat we zaterdag bij aankomst niet al te ver meer hoeven te lopen. In het centrum eten we een hapje en daarna lopen we terug naar het hotel. Morgen staat de eerste (en langste) etappe op het programma: Böblingen – Tübingen. It giet aon!
Maandag
8 september 2014
De wekker gaat om half acht. De voeten worden goed ingepakt. Het is prima
wandelweer en we hebben er zin in. Een uurtje later wandelen we al door
Böblingen. Voor we de (oerlelijke) stad uitgaan, drinken we eerst koffie bij
een bakker. Daarna lopen we verder naar de bosrand.
We volgen parallel aan een spoorlijn de weg naar Breitenstein. Maar dat plaatsje hebben we nooit gezien. De bewegwijzering laat ons in de steek vandaag: er staan gewoon geen aanwijzingen meer. Nadat we diverse mensen hebben aangeklampt, wordt ons aangeraden de ‘kortste’ weg te volgen via Holz Gerlingen. We blijven parallel aan het spoor wandelen, helaas niet meer in het bos, maar langs een weg. Uiteindelijk komen we bij een golfplaats uit waar we halt houden en de eerste Kaffee mit Kuchen nemen. Wat een kakvolk loopt hier rond, maar de wc’s zijn wel goed.

Het weer is prachtig: niet te warm of te
koud, geen wind of regen en een lekker zonnetje. Alles prima dus, behalve mijn
kleine tenen. Daar voel ik langzaam blaren ontstaan. Te krappe schoenen?? We
moeten nog zeker tien kilometer lopen naar de eindbestemming Tübingen. We
bereiken de buitenwijken van deze studentenstad rond 16 uur en daarna hebben we
nog ruim een uur nodig om de ‘Altstadt’ te bereiken. Wat een mooi plaatsje!
Elly is hier vroeger als studente ook nog een paar weken geweest. Ik strompel
de B&B in en Bertine ontfermt zich over mijn blaren. Als een ware
blarenkoningin prikt ze de blaren door.
Nadat we gedut en gedoucht hebben, gaan we ergens in het centrum op een terras een pot bier drinken en lekker eten. Daarna gaan we naar het terras voor het oude raadhuis voor een laatste drankje. Tegen 22 uur zijn we weer op onze kamer. Nog even het verslag schrijven en dan wachten op wat de dag van morgen ons brengen zal.
Vandaag 31 km. gewandeld. In totaal: 634 km.
Dinsdag
9 september 2014
Goed geslapen en de
blaren doen geen pijn meer. Om half negen lopen we door het oude stadscentrum
van Tübingen om vlak voor de brug over de Neckar bij een bakker buiten te
ontbijten. De winkeljuffrouw vindt het enig dat we zo ver wandelen en ze maakt
op ons verzoek een foto van ons aan het ontbijt.
Daarna lopen we langs het beekje Steinbach
langzaam Tübingen uit. Mooi pad! Helaas moeten we daarna ook een stukje langs de
autoweg tot we in Duβlingen uitkomen.
Daar drinken we bij een Konditorei koffie en
bananenmelk (!). Onmiddellijk hebben we weer aanspraak. Vooral oude vieze
mannetjes spreken Bertine vaak aan. Het mooie is wel dat iedereen behulpzaam is
bij het vinden van de (mooiste) wandelroute. Zo komt het dat we via Nehren een
mooi pad door boomgaarden met appelbomen volgen. Inmiddels voel ik de tenen aan
mijn rechtervoet weer opspelen en sleep ik me steeds meer voort totdat we in Mössingen
aankomen.
Eindpunt van vandaag, dachten we. Mooi
niet dus. We moeten in Bad Sebastiansweiler zijn, gemeente Mössingen, maar wel
5 km verder. Al met al lopen we toch weer meer dan van tevoren gedacht.
Strompelend kom ik bij pension Grüner Au aan, met de nadruk op au. Ik vrees
inderdaad dat mijn schoenen te klein zijn. Het pension ligt aan een drukke weg.
We gaan eerst lekker op het balkon in het zonnetje zitten. Daarna mag de
blarenkoningin haar vieze werkje weer doen. Zelf heeft ze ‘maar’ één blaar, dus
de stand is nu 4-1 in het ‘voordeel’ van mij. Na deze operatie gaan we eten in
het aangrenzende restaurant. Aardige eigenaren, lekker eten en veel gekletst.
Om 22 uur is het schluβ en gaan we naar onze kamer. Het zal spannend worden of
de voeten morgen voldoende hersteld zijn om opnieuw een lange wandeling aan te
kunnen. We verwachten tussen de 25 en 30 km over geaccidenteerd terrein. We
zullen zien.
Vandaag 25 km. gewandeld. In totaal: 659
km.
Woensdag
10 september 2014
Vandaag 30 km. gewandeld. In totaal: 689 km.
Donderdag 11 september 2014
De drukke verkeersweg langs het hotel en
de warme kamer hebben ervoor gezorgd dat we allebei slecht geslapen hebben.
Toch is de mood goed. We zijn weer aardig hersteld van gisteren. In de kelder
van het pension krijgen we ons ontbijt. Om half negen vertrekken we, bij
bewolkt, maar geen onaangenaam weer. Het eerste deel van de route levert geen
problemen op: alles is duidelijk aangegeven. Daarna moeten we een Alb beklimmen
richting Beuren. Dat dorpje hebben we nooit gezien. De bewegwijzering was weer
vreselijk slecht en midden in een bos is het moeilijk een kaart te lezen en je
positie te bepalen. Bovendien zakken we ook nog eens tot onze enkels in de
blubber, dankzij het slechte weer van de afgelopen weken. Na een uur klimmen bereiken
we een open vlakte. Daar komen we tot de ontdekking dat we de verkeerde
richting uitlopen. Nadat we nog een keer eenzelfde ervaring opdoen, geven we
het op. Dan maar op het fietspad langs de verkeersweg richting Schlatt lopen. We
worden verder geloodst naar het pelgrimspad van Santiago de Compostella dat
hier ook loopt. Natuurlijk doen we af en toe maffe dingen om te ontspannen.
Vlak voor we het dorp uit lopen, komt een 75-jarige man in tuinbroek naar ons toe. Aan alles kun je zien dat hij graag een praatje wil maken. Zijn naam is Richard Roth. Hij ontvouwt zijn levensfilosofie: niet iedere dag naar ellendig nieuws op TV kijken, alleen nog maar naar sport en documentaires. Hij is vol bewondering over de Deltawerken in Nederland en hoe wij huizen op het water bouwen. Daarop zei ik tegen hem dat dat laatste één groot nadeel heeft: je hebt geen wijnkelder onder het huis. Lachend slaat hij mij op mijn schouder en we vervolgen onze weg.
We nemen het pelgrimspad richting Jungingen. Bij een supermarkt aldaar wordt voor ons een tafel met enkele stoelen buiten gezet, zodat we heerlijk in het zonnetje kunnen lunchen. We hebben er al 16 km op zitten.
De tocht gaat verder via een pad parallel aan de weg en de spoorlijn. Via de plaatsjes Killer (!), Starzeln en Hausen komen we langzaam in de buurt van de plaats waarvan we denken dat het onze eindbestemming van vandaag is: Burladingen. Maar eerst gaan we languit in de brede berm liggen, want ik voel weer blaren opkomen.
Als we in Burladingen aankomen, blijken we ons weer vergist te hebben in de locatie: ons hotel ligt 5-6 km verderop in Gauselfingen (maar wél gemeente Burladingen …!). Er wordt ons zelfs aangeboden om ons met de auto daar naar toe te brengen, maar dat wijzen we af. De beloning van deze principiële houding volgt niet veel later. Op weg naar het hotel komt een boer met een koets voorbij, getrokken door twee Friese (!) paarden. Ik vraag of ik er een foto van mag maken. Hij vindt dat zo leuk dat hij verderop met zijn koets omdraait en in volle galop op het stoppelveld naast ons terugrijdt om ons een lift aan te bieden voor de laatste 3-4 km! Dat kunnen we natuurlijk niet weigeren. Er ontspint zich een vermakelijk gesprek (ook deels verfilmd), terwijl de paarden Penny en Fiona ons naar onze eindbestemming van vandaag brengen. Wat een geweldig einde van deze ‘wandel’dag! We nemen hartelijk afscheid van de koetsier (die een boer blijkt te zijn met 20 ha. grond, maar het rijden met de koets als hobby heeft).
Ik strompel opnieuw het hotel in. Dat strompelen wekt de lachlust bij Bertine op. Ze vindt dat ik op John Cleese lijk in de sketch van het Ministry of Silly Walks! Het hotel ziet er goed uit, de kamer en het eten zijn prima en de eigenaren zijn zeer hartelijk. Bertine prikt nog een paar blaren door (stand: 8-1) en daarna gaan we slapen.
Vandaag 30 km. gewandeld. In totaal: 689 km.
Donderdag 11 september 2014
In het hotel is internetverbinding, dus kan ik eindelijk via mailtjes, appjes en FB weer contact opnemen met het
thuisfront. ’s Morgens hoef je al bijna geen wekker meer te zetten, zo zit je
na een paar dagen al in een vast (wandel)ritme. Het ontbijt smaakt weer prima en we worden hartelijk uitgeleide
gedaan door de eigenaren van het hotel.
Omgekeerde kop en schotel als lampje in de Konditorei van Neufra.
Om 9 uur zit de pas er al in. Gelukkig is de afstand naar Veringenstadt korter dan de voorgaande dagen, maar de kleine teen blijft opspelen. We wandelen verder langs het beekje Fehla richting het eerstvolgende (maar ook laatste) dorpje Neufra. Daar drinken we in de plaatselijke bakker een kop koffie en beginnen dan onze weg door het Fehladal. Het blijkt de mooiste route tot nu toe te zijn. Een breed, groen dal, een kabbelend beekje, boswanden links en rechts, geen mens te zien en alweer prachtig wandelweer. Halverwege spreiden we ons uit in het gras van de vallei. Lekker broodjes eten en een dutje doen.
Een paar kilometer verderop komen twee stroompjes samen die een grote beek vormen richting Veringenstadt. Bij het dorp aangekomen begeleidt een ouder echtpaar ons tot aan de Burgweg, de straat waar Christa en Werner Winkler wonen, ons verblijfadres voor vannacht. Het blijkt te gaan om een 500 jaar oud Fachwerkhaus en wij hebben de hele benedenverdieping: keuken, douche, woonkamer en slaapkamer. En dat voor maar dertig euro samen! Daarna volgt de inmiddels dagelijkse verzorging van mijn kleine teen en het dutje.
Aan het begin van de avond gaan we naar een café-restaurant om de hoek: de Lauchertstüble. Er zijn twee dames en twee kinderen aanwezig. De kinderen brengen het bier en de forel die we besteld hebben. Heerlijk! De moeder gaat samen met haar twee kinderen weg en de uitbaatster blijft alleen over. Ze heet Bianca. Haar man Roland ligt in het ziekenhuis vanwege een heupoperatie. De inrichting van het café is hoogst merkwaardig: Egyptische beelden, zee-parafernalia en gebreide sokken in allerlei maten en soorten aan een lint boven de tap. We krijgen een geanimeerd gesprek met Bianca die over een aanstekelijke lach blijkt te beschikken. Alle sokken breit ze zelf in haar vrije tijd. En ze zijn te koop. Voor we het weten hebben we vier paar sokken gekocht, inclusief een paar voor mijn a.s. kleinkind in februari. Bier en wijn beginnen hun werk te doen. Als we ook nog een stukje in haar gastenboek moeten schrijven, kunnen we er niet omheen om Bianca als de Sockenkönigin van Veringenstadt te beschrijven. Ze vindt het allemaal geweldig.
En voor ons wordt het tijd het bed weer op te zoeken. Morgen is de laatste wandeldag.
Vandaag 20 km. gewandeld. In totaal: 709 km
Vrijdag
12 september 2014
Christa en Werner Winkler blijken
optimale gastgevers te zijn en daarbij ook nog bijzonder vriendelijk. We worden
door hen uitgenodigd om bovenin het Bauernhaus, waar de woonkamer is, te
ontbijten. De tafel is gedenkt voor vier personen: ze eten zelf ook mee. Het
lijkt wel alsof we oude bekenden zijn en we krijgen al snel een geanimeerd
gesprek. Ook Christa blijkt een begenadigd breister te zijn. Zij en Bertine
hebben gespreksstof genoeg. Op een gegeven moment pakt ze een mand en haalt er
allemaal zelfgebreide sloffen uit. Ze geeft zo maar een paar sloffen aan Bertine
cadeau en een paar aan mij (mijn maat heeft ze niet, dus wordt het de maat van
Elly). Dan moeten we afrekenen. Een beetje beschroomd vraagt ze €30,- voor de
overnachting en €10,- voor het ontbijt, dus €20,- per persoon! Daar komt
natuurlijk van ons uit een fooi bovenop. We worden uitgezwaaid alsof het onze
ouders zijn!
Veringenstadt is ook de plaats van de Neanderthalers, hier zowel links als rechts te zien.
Buiten regent het. Miezer. En dat zal zo de hele
dag blijven. Leuk is het niet, maar als laatste dag, na zoveel mooie dagen, is
het ook niet echt een probleem. Bovendien is het de kortste wandeldag: slechts
17 km. tot Sigmaringen. We malen er niet echt om. Langs het steeds maar breder
wordend beekje Lauchert gaat het richting Veringendorf en van daar uit naar
Jungnau. Geen koffie te krijgen, dus doorlopen maar. We blijven de beek, de
spoorlijn en de Hohenzollernweg trouw. Bij de beklimming van de heuvel waarop ‘Altes
Schloss staat (niets van gezien), wordt het weer zompig en zakken de schoenen
in de modder weg. We eten een broodje (van onze ‘ouders’, de Winklers
natuurlijk!) in een houten hutje en beginnen dan aan het laatste deel van deze
etappe: Sigmaringen.
Het Hohenzollernkasteel komt in zicht en we
lopen voor het eerst over een brug waaronder de Donau stroomt. Nog niet die
grote brede rivier die hij later zal worden in Hongarije, maar toch al aardig
van proportie. We hebben het gehaald! Op de brug maken we een foto met het
kasteel van de Hohenzollern (Schwäbische tak) op de achtergrond. We vragen bij
hotel Traube om onderdak. Dat is er: op de bovenste verdieping onder het
schuine dak. Ik hang mijn natte kleren, die ik met moeite uit krijg, over
knaapjes aan de vier lichtspotjes aan het plafond om te drogen.
Levensgevaarlijk vindt Bertine, maar de kleren waren wel snel droog.
We gaan douchen, doen een dutje (de
blaren slaan we dit keer over) en daarna maken we ons op om met de laatste
rondleiding door het Hohenzollernkasteel mee te gaan. Wat een merkwaardig
kasteel en wat een merkwaardige geschiedenis. Zo heb ik bijvoorbeeld nooit
geweten dat het regime van Vichy eind 1944/begin 1945 hier gehuisvest was! Er
is ook een prachtige tromp-l’oeil te zien van een persoon te paard. De jachttrofeeën
kunnen mij niet zo bekoren, net zo min als de historische wapenkamer, hoewel
die een van de grootste is van Europa. Soms is het kasteel nog bewoond door een
van de nazaten van de Hohenzollerntak van Schwäbische kant. De andere kant van
de Hohenzollern is overigens bekender: de Frankisch-Brandenburgertak waar o.a. keizer
Wilhelm II deel van uitmaakte. De splitsing van deze twee takken vond plaats in
1214, dus dat moet onder Frederik II van Hohenstaufen geweest zijn, en jawel
dus, daar hebben we onze Frederik weer!
Na de rondleiding gaan we terug naar
hotel Traube en nemen een lekkere maaltijd ter afsluiting. Daarna lopen we naar
het station om alvast een Baden-Württemberg-ticket-met-korting te kopen. We
sluiten de dag af met een wijntje, een knipoog naar de lieve serveerster die
ons zo goed geholpen heeft met informatie en dan naar de zolder voor de laatste
nacht van deze reis. Gutenacht Freunde!
Vandaag 17 km. gewandeld. Deze week 123
km. In totaal: 726 km.
Zaterdag
13 september 2014
We nemen om 9 uur de trein naar
Böblingen (2x overstappen). Van Bertine krijg ik onderweg weer een chocolade
medaille omgehangen! Rond 12.30 uur rijden we met de auto weg uit Böblingen,
rond 18 uur is Bertine weer thuis in Nuenen en ik rond 19 uur in Druten.
Kortom: totale reistijd voor de terugreis, inclusief lunch, 10 uur.


























































































































